De woestenij van Chili!

Zand, zout en stenen! Chili lijkt alleen maar te bestaan uit woestijn. Flamingo’s staan in het schaars aanwezige water en over de zoutvlaktes struinen groepjes lama’s. Een wonderbaarlijk landschap strekt zich voor me uit. IMGP3172 Na de eerste verwondering begint echter na een paar uur ook de verbazing toe te slaan. Op rechte stukken glad asfalt, door het niets, passeer ik met enige regelmaat een monument voor een overledene en staan er gestripte of uitgebrande auto’s midden in de woestijn.

Ik rijd verder over rechte stukken asfalt. Her en der liggen er aanlokkelijke paden in de woestijn. IMGP3102 Het lijkt hier in ieder geval niet moeilijk om een plek voor de nacht te vinden. Zodra de zon dreigt onder te gaan, neem ik dan ook een pad die me over een heuvel heen leidt. Het grind spat alle kanten op en staand op de stepjes beklim ik de heuvel. Op de top van de heuvel kijk ik naar een heuvelachtig woestijnlandschap. Genoeg ruimte om de tent op te zetten.

Zodra ik een mooi vlak stuk grond heb gevonden, zet ik de tent op en maak een vuur met het in de omgeving gevonden hout. Geknetter van het vuur en de enkele windvlaag zijn de enige geluiden die hier nog doordringen.

IMGP3165

De volgende dag herhaalt de dag zich; rechte wegen en woestijn. Als hoogtepunt staat er ineens midden in de woestijn een stukje kunst in de vorm van een grote hand. IMGP3100 Voor de rest is de rit weinig enerverend en met de aanhoudende wind voornamelijk erg vermoeiend.

Aan het eind van de middag begint er echter een verandering in de omgeving te onstaan. Waar ik de dag ervoor nog weinig moeite had om een kampeerplek te vinden, is nu ineens de hele omgeving afgezet met hekken.

‘Beschermde flora!’

Achter de hekken bevind zich een grote vlakte met her en der een bosje. Niet iets om te beschermen lijkt me. Tientallen kilometers rijd ik langs de afzetting om een doorgang te vinden voor mijn motor. Zodra ik bij een afslag kom, die naar een tiental kilometer verderop gelegen dorp leidt, zie ik mijn kans schoon en stuur het gravelpad op. Een wirwar van sporen leiden de open vlakte op. Ik kies een spoor en besluit na een kilometer mijn eigen spoor te trekken om zover mogelijk van de doorgaande weg mijn tent op te zetten. In complete verlatenheid val ik die nacht weer in slaap.

IMGP3186

Na een aantal dagen van woestijn afgewisseld met steden beland ik uiteindelijk in Santiago. Tijd om weer wat reserves in te slaan. Mijn in Peru geplofte binnenband moet vervangen worden, ik moet olie hebben en mijn olietrechtertje is gesneuveld.

“Hallo, ik moet een ‘ding’ hebben om olie in mijn motor te kunnen gieten.”

Ik heb mijn huiswerk slecht gedaan en heb geen idee wat het woord voor trechter is. De rest van mijn Spaans lijkt ook van dubieuze kwaliteit, want ik krijg drie paar vragende ogen op me gericht.

“Een ‘ding’ voor olie voor mijn motor.”
“Een filter?”
“Nee om olie in mijn motor te doen.”

Met handgebaren bekrachtig ik nog eens mijn wens.

“Nee, we hebben geen onderdelen voor motoren.”

Ik besluit het hier bij te laten en het nog eens bij een andere zaak te proberen. In een winkel waar ze olie verkopen staat de verkoper met een pen in zijn hand wat in een schrift te kladderen. Tijd voor pictionary.

“Mag ik uw pen even lenen?”

Ik gooi al mijn creativiteit op papier en de man snapt meteen wat ik moet hebben. Met olie en een trechter rijker verlaat ik uiteindelijk weer tevreden de winkel. Tijd voor koffie!

Tijdens het nuttigen van een bak koffie ontmoet ik Jeimy. Voorzien van een blauw oog en andere verwondingen en blauwe plekken, lijkt ze met haar 1.60 net een smurf. Toevallig dat ik nou net het woord smurf heb geleerd in het Spaans, dus we zijn al snel vrienden.

De volgende dag geeft ze me een rondleiding door het centrum. Af en toe komt Jeimy daar een bekende tegen.

“Dit is een vriend van me.”

Ik krijg een knuffel en een zoen. We lopen verder en Jeimy schiet een man op straat aan. Ze praten wat en bij het afscheid geeft ze ook de man een knuffel en een zoen.

“Bekende van je?”
“Nee, hoezo?”

Zuid-Amerikaanse warmte! Waar je ook komt in Zuid-Amerika, de mensen lijken heel open, vriendelijk en toeschietelijk.

Jeimy is op zoek naar een specifieke winkel en vraagt daarbij hulp aan een voorbij lopend meisje. In rap Spaans worden er woorden uitgewisseld en wordt er gelachen. Ik heb geen idee waar het gesprek over gaat. Mijn volle aandacht is nodig om niet al teveel te staren naar het perfect gevormde lichaam van de Colombiaanse.

Ineens word ik uit mijn gedachten wakker geschud door twee glimlachende gezichten die me aankijken. De Colombiaanse blijkt erg hulpvaardig.

“Ik loop wel even met jullie mee.”

Al kletsend lopen de twee vrouwen voor me, terwijl ik er braaf achter aan huppel.

“Hij is knap he?”
“Ja, mooie ogen! Zijn jullie een stel?”
“Nee….nog niet!”

De Colombiaanse kijkt glimlachend om. Nadat we bij de gezochte winkel arriveren neemt de Colombiaanse afscheid met een knuffel en een zoen.

De volgende dag besluit ik om verder te rijden naar het zuiden. Jeimy gaat met vrienden naar het strand en vraagt of ik niet met hen mee wil. Met de motor rijd ik achter de auto aan en ‘s avonds komen we aan in het strandhuisje van Jeimy’s vrienden. De zomer maakt langzaam plaats voor de winter, dus echt behagelijk strandweer is het niet.

Volgens veel mensen is de weg door Patagonie, Carratere Austral, de mooiste weg van Chile. Vanwege de merkbare kou aan het strand, besluit ik dan ook maar om mijn motor te pakken en naar het zuiden te gaan. Voordat de winter toeslaat wil ik in Ushuaia geweest zijn.

Zodra ik bij een tankstation kom, laat ik de motor weer volgooien en doe ik mijn plichtmatige controles.

‘Er zit helemaal geen olie meer aan het peilstokje?!’

Onmogelijk! Een paar honderd kilometer geleden heb ik de olie nog bijgevuld en nu is het alweer verbruikt. Ik speur naar aanwijzingen dat er ergens olie lekt, maar kan niets ontdekken. Na een lange zoektocht naar de juiste olie, vul ik het oliereservoir weer af.

Zodra ik bij de volgende controle bemerk dat er weer een significante hoeveelheid olie verbruikt is, begin ik toch wat zenuwachtig te worden. Met een strak stramien van tanken, olie peilen en olie bijvullen rijd ik verder. De motor rijdt niet anders dan anders en vanwege het ontbreken van een lokale Yamaha dealer, besluit ik om het nog even aan te zien en gewoon verder te rijden.

Na een saaie gang naar het zuiden zie ik dan eindelijk de eerste bewegwijzering met de naam ‘Carratera Austral’. P1020739 De weg verandert in een bochtig slingerweggetje langs de kust. Al snel stopt de weg en is het wachten op een pontje die me naar de overkant brengt. Volgens de schipper haal ik de, op een tiental kilometer verderop gelegen, pont vandaag niet meer. Ik besluit dan ook om het eerste de beste bospad in te sturen en om mijn tent op te zetten.

“Shit, het is hier een grote moerrasbende!”

De achterband slipt wat weg en blijkt al snel niet het meest ideale rubber voor deze ondergrond. Om toch nog enige houvast te hebben stuur ik de motor door een aantal kleine bossages om uiteindelijk de motor op een goede parkeerplek tot stilstand te brengen. Ik zet de tent op en installeer mezelf voor een nacht in het bos. Terwijl ik hoop dat er niet al teveel water meer uit de lucht komt vallen, begint het na een aantal minuten al te kletteren op het tentzeil. Dat belooft morgenvroeg nog wat voor de begaanbaarbeheid van het pad richting de doorgaande weg.

IMGP3196

‘s Ochtends word ik wakker in een nog grotere modderpoel. Zodra de regen opgehouden lijkt te zijn, pak ik de boel snel op en start de motor. De motor slaat aan om na een meter door de modder weer uit te vallen. Ik probeer de motor weer te starten, maar met geen mogelijkheid slaat de motor weer aan. Ik laat de motor even rusten om het na een uurtje wachten weer te proberen. Ik probeer het net zolang tot de accu het ook begeeft. De Tenere heeft er geen zin meer in!

Met een lege accu sta ik langs de kant van de weg te liften. De eerste voorbijganger stopt en rijdt me naar het dichtsbijzijnde dorpje. In het dorpje schiet ik de eerste persoon aan die ik zie. De man laat me mijn accu opladen, terwijl de man weer verder gaat met zijn werkzaamheden. Terwijl mijn accu aan het opladen is, ga ik op zoek naar een plek om een koffie te drinken.

“Nee, in het dorp kan je geen koffie krijgen. Je moet een aantal kilometer die kant oplopen en vervolgens kom je bij een restaurant.”

Aangezien ik toch moet wachten en het droog weer is, besluit ik de wandeltocht aan te gaan. Al snel word ik van achteren genaderd door een luid toeterende pickup. De man die me de weg naar het restaurant wees, gaat naar huis om te lunchen en ik kan bij hem wel een kop koffie krijgen. Na een kop koffie word ik vervolgens weer bij mijn accu afgeleverd.

Teruggekeerd bij de motor probeer ik met een vers opgeladen accu nogmaals te starten. De motor dreigt aan te slaan, maar al snel komt er een verontrustend geluid uit de motor. Mijn conclusie is dat dat niet goed kan zijn en dat de motor het zonder goede diagnose en reparatie niet gaat doen. De Tenere behoeft vakkundige verzorging. Het probleem is echter, hoe vind ik professionele hulp terwijl ik met de motor midden in een moeras sta. Ik haal de bepakking van de motor en wachtend op een lift van een toevallige voorbijganger zit ik langs de kant van de weg te wachten.

Al snel komt er met hoge snelheid een pickup over de heuvel aangescheurd. De man ziet me wenken, zet een slip in en komt vervolgens vol gas weer achteruit gereden. Lang leve de pickup, want mijn spul wordt achterin geflikkerd en we zetten koers naar het dichtsbijzijnde dorp. Ik laat al mijn spullen achter bij een hostel en ga op zoek naar een monteur.

Het blijkt dat ik me bevind in een of ander gat en dat de eerste stad zo’n 100 kilometer verderop ligt. 20160407_183547 De vrouw van een automonteur doet een belrondje en al snel staat er een kleine vrachtwagen voor het huis om mijn motor uit het moeras te halen. Mijn spullen worden opgeladen en we zetten koers naar Puerto Montt.

Vlakbij een motorgarage worden ik en mijn bezittingen bij een hotel uitgeladen. De volgende dag blijkt de Yamahadealer geen tijd te hebben om naar mijn motor te kijken. De man belt wat rond, maar krijgt geen gehoor bij andere garages. Er wordt me sterk afgeraden om naar een andere garage in Puerto Montt te gaan. Aangezien ik ook de oorzaak van mijn olieverbruik wil achterhalen, en met mijn eerdere ervaringen met monteurs in zuid-amerika in het achterhoofd, besluit ik dan ook maar om te wachten.

Complete witte leegheid!

Gewaarschuwd voor de onvriendelijke en de racistische houding van de Bolivianen ga ik de grensovergang aan. De grens is nog gesloten, maar er heerst al een aardige bedrijvigheid. Bakfietsen afgeladen met vissen worden van de ene kant van de afzetting naar de andere kant doorgeschoven. De bakfietsen worden vervolgens over de afzetting getild en weer opgeladen. Aangezien ik mijn paspoortstempels moet hebben van de douane, lijkt de grens alleen voor mij te bestaan. Ik sta in een lekker ochtend zonnetje het geheel te aanschouwen. Aan de andere kant van de weg is een oud vrouwtje een stoep aan het vegen. Met een geschatte leeftijd van 285 lijkt ze nog aardig vitaal. Iedereen die het waagt om over haar stoep te lopen kan een tik met de bezem of in ieder geval een scheld cannonade verwachten. Als het douanekantoor dan open gaat ben ik de eerste en enige klant.

Verbazingwekkend genoeg word ik ook aan de Boliviaanse grens allervriendelijkst geholpen. Het enige dat iets van vijandigheid uitstraalt is een aanwezige hond. Vakkundig houdt een militair de hond uit mijn buurt. Mijn persoonlijke bewaker geeft me instructies over de gang van zaken bij de grens en binnen no-time ben ik officieel in Bolivia.

Het doel is om in Bolivia Salar de Uyuni te bezoeken of beter gezegd, de op een na grootste zoutvlakte ter wereld. Na mijn Peruaanse Sol gewisseld te hebben voor de Boliviano stap ik op en rijd het binnenland van Bolivia in.

Al snel doemt in de verte de hoofdstad van Bolivia op, La Paz. Het is nog erg vroeg en vanwege de weinige Bolivianos die ik op zak heb, heb ik besloten om een plek te zoeken om mijn tent op te zetten. Ik probeer het centrum van La Paz dan ook te vermijden en rijd langs de stad richting het zuiden. Net buiten het centrum van de stad zet ik de motor uit bij een tankstation. De stationbeambte begroet me vriendelijk.

“Waar kom je vandaan?”
“Nederland.”

De jongen kijkt naar mijn kenteken voert een aantal gegevens in en vraagt nog een aantal zaken, waaronder mijn paspoortnummer. Voor mij vreemde vragen, waar ze mijns inziens weinig aan hebben bij een tankstation.

“Dat moeten we allemaal registreren.”

De jongen gooit mijn tankvol.

“Dat is dan 130 Bolivianos”

De pomp leest duidelijk de helft af, dus ik kijk hem verbaasd aan.

“Je bent een buitenlander, dus betaal je extra.”
“Sorry? Waarom zou ik extra betalen! Ik betaal hetgeen op de pomp en niet meer dan dat.”
“Nee, je moet een extra percentage betalen als buitenlander. Allemaal politiek mijn vriend.”

De jongen komt aaardig geloofwaardig over en het hele registratieverhaal doet enigszins vermoeden dat dit inderdaad standaard is. De bon die hij mij overhandigt doet dit vermoeden nog eens versterken, dus ik betaal met enige tegenzin het bedrag dat wordt aangegeven op de bon.

Tijdens het betalen kom ik er ineens achter dat ik te weinig geld heb gekregen bij het geldwisselkantoor bij de grens. Mijn onoplettenheid bij de grens geeft me dus nog een extra financiele tegenslag.

Enigszins chagrijnig zet ik mijn reis voort. IMGP2810 De saaie geasfalteerde weg komt mijn humeur niet echt ten goede. Echter, als bij donderslag bij heldere hemel slaat mijn humeur om.

“Hey cool, de dakar komt hier!”

Terwijl ik een foto maak begroeten de mensen me vriendelijk en zwaaien me vanuit hun auto toe. Hoezo onvriendelijke Bolivianen?

De saaie geasfalteerde weg irriteert me niet meer en ineens realiseer ik me dat ik toch wel weer door een hele fantastische omgeving rijd. Mijn financiele tegenvaller is weer helemaal vergeten en met een grote grijns vind ik een ideale plek voor de nacht.

IMGP2803

De volgende dag gaat het verder naar het zuiden. Af en toe verlaat ik de asfaltweg om een stuk onverhard mee te pakken. IMGP2862 De aanwezige lama’s kijken me verbijsterend aan of stuiven aan de kant. Af en toe stop ik even om naar een groep flamingo’s te kijken. Woestijn wordt afgewisseld met groene oases en de asfaltwegen wissel ik af met stukken gravel. Waar ik hier ook rijd, ik ben altijd in de aanwezigheid van een vulkaan en/of lama’s. IMGP2854 Een fantastisch mooie en indrukwekkende omgeving! Als ik dan uiteindelijk de zoveelste heuvel over rijd, zie ik ineens in de verte de horizon wit oplichten…………….de zoutvlakte!

Ik neem de afslag en rijd Uyuni binnen. Na een maaltijd genuttigd te hebben rijd ik de laatste kilometers naar de zoutvlakte. IMGP2936 Voor me verschijnt een uitgestrekt wit landschap. Her en der liggen plassen water op het zout, waardoor ik steeds minder gemotiveerd raak om de zoutvlakte op te gaan. De motor moet nog even mee en een gang door zoutwater is niet echt bevorderend. Toch kan ik het niet laten om na al die kilometers toch de zoutvlakte te betreden. IMGP2915 Een motorrijder in complete witte leegheid.

Na een uurtje spelen, krijg ik de kriebels van al het aangekoekte zout, dus ik besluit om zo snel mogelijk een locatie te zoeken om mijn motor te wassen. Zodra ik het tweede dorpje binnenrijd en nog steeds geen wasserij ben tegengekomen, besluit ik maar om wat flessen water te kopen om in ieder geval het ergste ervan af te spoelen.

Met de gekochte flessen water ben ik druk doende om met het zout van de motor te wassen. In de verte zie ik een motorrijder aankomen stuiven. De motorrijder stopt naast me en schud me vriendelijk de hand. De man blijkt een lokale bewoner te zijn en na het aanschouwen van mijn werkzaamheden verwijst de man mij al snel door.

“Je kan hier verderop je motor laten wassen. Volg mij!”

Ik volg de man en bij een huis komen we tot stilstand. Er blijkt inderdaad een wasserij te zijn en de motor wordt ontdaan van het zout. Met een schone motor kan ik weer op pad. Alhoewel….de motor start niet meer! Ik laat de motor even een half uurtje staan, praat wat met de aanwezigen en probeer het vervolgens nog eens. De motor start in een keer en ik kan richting de grensovergang met Chile dit keer.

Over een weg met een mix van asfalt en gravel raas ik naar het westen. Aan de rechterkant zie ik langzaam de zon ondergaan boven de zoutvlakte. Aan mijn linkerkant zie ik de woestijn aan mij voorbij gaan. IMGP2944 De woestijn lijkt een ideale omgeving om de nacht door te brengen. Morgen zal het laatste stuk naar de Chileense grens af worden gelegd.

Over grote hoogtes rijd ik over gravelwegen richting het westen. Soms doet het vermoeden dat ik door een maanlandschap rijd. IMGP3019 Na volgens de kaart het laatste dorpje gepasseerd te hebben, krijg ik ineens de natuurlijke aandrang om wat onwenselijke stoffen af te stoten. Er zit niets anders op: wildpoepen! Om mezelf even te verwennen besluit ik om bij een Oase van de weg af te gaan, een kilometertje te offroaden om vervolgens achter een bosje op de hurken te gaan. Met een perfect uitzicht bevrijd ik mezelf van het enige ongemak die ochtend.

IMGP2970

Na nog een honderdtal kilometer doemen er ineens een aantal gebouwen op. Ik kom aan bij een verlaten grensovergang. Ik lijk weer de enige ‘klant’ en voordat ik het weet sta ik in Chile. Aangezien ik in Bolivia nog maar geld over had voor een liter benzine, heb ik op reserve Chile weten te bereiken. Het is dan ook tijd om eerst op zoek te gaan naar benzine. Een snelle gang door het dorp leert me dat er geen regulier tankstation is.

“Is hier ergens een tankstation?”
“Nee, in de volgende stad op zo’n 200 kilometer afstand.”
“Kan ik hier niet ergens benzine krijgen?”
“Rijdt die straat in en bij het rode huis verkopen ze benzine.”
“Kan ik hier ook ergens pinnen?”
“Nee, hier is geen bank.”

Ik heb nog een aantal dollar, dus hopelijk accepteren de mensen van het rode huis ook dollars. Op weg naar het rode huis, zie ik een kever langs de kant van de weg staan. De Duitsers hebben duidelijk problemen met de auto en ik stop dan ook om even een praatje te maken. We wisselen wat verhalen uit en niet veel later komt er een monteur aan om de auto aan een onderzoek te onderwerpen. Ik wens de Duitsers succes en ga verder met mijn zoektocht naar benzine. Al snel kom ik bij een rood huis en daar blijken ze inderdaad voor een ‘schandalig’ hoog bedrag benzine te verkopen.

“Ik heb nog maar 30 dollar en daar wil ik graag benzine voor.”

Ik betaal de man 30 dollar voor, na een rekensom die minstens een uur duurt, 15 liter benzine. De man loopt weg en komt met een grote jerrycan terug. Terwijl de man benzine in mijn tank wil gieten, komt het Duitse meisje schreeuwend aanrennen.

“Wacht! Wacht!”

Buiten adem doet ze haar verhaal.

“Ze hebben in plaats van benzine, parafine in onze auto gegoten. Vandaar dat de Kever het niet meer doet. Controleer eerst even wat de man er nu in gaat gieten.”

De man houdt de jerrycan onder mijn neus en ik herken de geur van benzine. De man bevestigt dit nog eens en giet zo’n 15 liter in de tank.

“Dat is dan nog eens 2 dollar extra.”
“Uhm…….ik heb net 30 dollar betaald met de mededeling dat ik niet meer geld heb!”

De man stottert wat en uiteindelijk loopt de man chagrijnig weg. Ik kan in ieder geval weer op weg met een liter benzine ‘gratis’. Ik tevreden beginnen met het verkennen van een nieuw land, Chile!

Peruaanse behulpzaamheid

In het donker zie ik af en toe een donker silhouet opduiken. Bij het naderen wordt het duidelijk dat gehele koeienpopulaties de weg bezetten zodra het donker wordt. IMGP2694 Al slingerend baan ik me een weg door de koeienmassa en over de met stenen bezaaide weg. Na een uurtje afzien zie ik in de verte ineens een lichtje opdoemen. Voor een huis tref ik een vrouw aan en ik vraag haar of er ergens in de buurt een plek is om te slapen.

“Ik heb nog wel een bed over. Daar kan je deze nacht wel slapen.”

Voor een klein bedrag heb ik die nacht een onderkomen en een goed maal. De volgende dag gaat de rit verder over kleine landweggetjes. IMGP2703 In de diverse dorpjes die ik passeer word ik vreemd aangestaard. Het is duidelijk dat hier weinig toeristen komen, want de zoektocht naar een restaurant verloopt meestal ook niet helemaal naar wens. In de wat grotere dorpen heb ik meer succes en kan ik mijn buik vol eten en wat extra eten inslaan. Daarnaast probeer ik nog wat extra informatie te krijgen over de aankomende wegen.

“Hoe is de weg naar de volgende stad?”
“Oh, geen idee! Ik ben in mijn leven het dorp nog niet uitgeweest.”

In veel gevallen stuit ik op mensen die geen flauw benul lijken te hebben wat er gaande is buiten hun dorp. Ze leven hun dagelijkse leven en lijken verder geen tijd of interesse te hebben in wat er nog meer reilt en zeilt in de buurt.

Als ik voor de zoveelste keer via een klein weggetje weer de hoogte in ga, kom ik ineens op meer dan 4500 meter hoogte uit op een mega bouwterrein. Een compleet barakkenkamp is uit de grond gestapt en het lijkt wel of hier duizenden mensen aan het werk zijn. Al snel word ik aangehouden door de bewaking.

“Wat kom je hier doen?”
“Ik moet in de stad aan de andere kant van de berg zijn.”
“Oh dan moet je terugrijden en bij de andere bewakingspost moet je het terrein over. Uiteindelijk kom je dan op een ‘piste’.”

Een ‘piste’?! Dat klinkt als een of andere racebaan. Ik kan me echter niet herinneren waar ik een afslag heb gemist, die me naar deze racebaan heen zou moeten leiden.

“Uhm……….waar precies?”
“Wacht maar, ik laat de bewakers wel weten dat je er aan komt.”

Blijkbaar werkt de portofooncommunicatie prima, want bij elke post word ik op de juiste richting gewezen. En dan uiteindelijk ligt het daar……de piste…..de racebaan. Een gloednieuwe, brede asfaltweg op meer dan 4500 meter hoogte. IMGP2764 Als ik het gas opendraai, wordt het me al snel duidelijk dat de Yamaha op deze hoogte wel degelijk te lijden heeft onder het zuurstofgebrek. Met snelheden boven de honderd kilometer per uur vordert de rit echter voorspoedig. Het doel is om in ieder geval weer onder de 4000 meter te komen om de temperatuur weer wat te laten stijgen.

Blijkbaar ben ik op een wat meer doorgaande weg gekomen. Het verkeer neemt toe en met meer regelmaat rijd ik op goede geasfalteerde wegen. Of dit een vooruitgang is, valt nog te betwijfelen, want al snel word duidelijk dat de gemiddelde Peruaan niet echt beschikt over iets van verkeersinzicht. In geval van bochtige smalle wegen is het kwestie om toeterend de bocht door te gaan om nog wat ruimte te creëren om je tegenligger te ontwijken. Bredere wegen komen echter ook niet direct ten goede van de veiligheid. De Peruaan lijkt heel goed te weten wat de kortste weg is naar zijn bestemming. Overal wordt dan ook de binnenbocht aangesneden. Het feit dat ik als tegenligger dezelfde weghelft gebruik doet niet ter zake. Ik dien gewoon te remmen, zover mogelijk uit te wijken naar rechts en te wachten tot mijn tegenligger zijn bocht heeft afgerond.

Zodra ik op een recht stuk weg rijd, waan ik me veilig. Onterecht! Vanuit een klein zijweggetje komt er een busje de weg oprijden. Ik zie de bestuurder lachend mijn kant opkijken en ik vrees dat ik vol in de ankers zal moeten om de bus nog te kunnen ontwijken. De toch al versleten achterband, laat een meters lang rubberspoor achter op het asfalt. De busbestuurder lijkt echter niet onder de indruk en zet zijn gang de weg op gewoon voort. Dit lijkt voor mij de redding, want ik heb net genoeg vaart geminderd om de bus achterlangs te kunnen passeren.

Vanwege het verkeer, de diverse honden die me aanvliegen en de onvoorspelbaarheid van de dieren op de weg, voer ik de snelheid wat terug. Ondanks dat, is het met volle teugen genieten van het bochtige circuit op de weg richting Cusco.

‘s Avonds kom ik aan in Cusco. IMGP2774 Het plan is om hier wat noodzakelijk zaken aan te schaffen en om even bij te komen van de laatste twee enerverende weken rijden door Ecuador en Peru. Mijn banden vertonen nog maar bar weinig profiel, dus het is zeker zaak om hier wat verandering in te gaan brengen. 20160319_083317 Met name tijdens het rijden door kleine waterstroompjes is het niet ongebruikelijk dat mijn achterwiel ineens uitbreekt. De volgende dag in Cusco kom ik er al snel achter, dat het niet makkelijk gaat worden om hier aan banden te komen. Bij elke motorzaak krijg ik hetzelfde antwoord.

“Nee, die maten hebben we niet.”

Mijn motor is dan ook een trekpleister in de straat, want veel ‘grote’ motoren zijn hier niet. Al snel word ik aangesproken door een man die de straten aan het schoonvegen is. We praten wat en ik geef aan dat ik hier de juiste maat banden niet kan vinden.

“Oh, ik heb nog wel een setje banden thuis liggen.”

Enigszins verbaast dat de schoonmaker een set banden thuis heeft liggen, vraag ik voor de zekerheid nog maar even of hij daadwerkelijk een set banden heeft liggen voor mijn motor. Waarschijnlijk zal mijn gebrekkige Spaans me hier voor niets enthousiast hebben gemaakt.

“Wacht even! Ik haal ze voor je op.”

Na een hopeloze zoektocht bij alle motorzaken en alle motor gerelateerde winkels, komt na een half uur, een schoonmaker doodleuk met twee banden aangelopen. De banden worden er opgelegd en ik kan na een aantal dagen relaxen in Cusco verder richting Bolivia.

De weg richting Bolivia is een goede snelle asfaltweg en ik voer het tempo dan ook al snel op boven de 100 kilometer per uur. Een rechte weg voorzien van goed asfalt en met mooie vergezichten.

IMGP2781

Ik kijk wat om me heen en ineens ….. rukt er iets aan mijn stuur. Met 110 kilometer per uur slinger ik over de weg. In de verte komen een tweetal koplampen op me af. Een tegenligger is voor mij op dit moment echter bijzaak. De volle concentratie is nodig om de motor op het rubber te houden. De voorrem lijkt niet normaal meer te reageren en veroorzaakt nog meer instabiliteit. Na een remweg van voor mijn gevoel 10 kilometer, kom ik eindelijk tot stilstand op de verkeerde weghelft. De tegemoet komende auto raast al toeterend langs me heen en ik zoek met een zwaar verhoogde hartslag een plek om mijn motor te parkeren. Een lekke voorband!

Een vijftal schilders hebben het hele gebeuren aanschouwt en komen geïnteresseerd even langs om te kijken wat er aan de hand is. Na de eerste kennismaking ga ik aan de slag om te kijken wat de lekke band heeft veroorzaakt. Ik haal de halen tassen eraf en zoek het benodigde materiaal bij elkaar. Voordat ik zelf in staat ben om te beginnen met het demonteren van het voorwiel is een van de schilders al druk doende gestart met mijn gereedschap. Met z’n volle gewicht staat hij op een inbussleutel om het voorwiel los te krijgen.

“Wacht! Eerst moeten die andere schroeven losgedraaid worden!”

Ik draai de andere schroeven los, waarna de man weer met de inbussleutel aan de gang gaat. Hij trekt het voorwiel eruit en laat mij op zoek gaan naar de rondvliegende onderdelen. Terwijl ik de boel weer bij elkaar leg, zijn ze met drie man aan het trekken om de voorband eraf te krijgen. Nieuwe voorband erin…..

“Wacht even! Ik moet eerst zien wat het lek heeft veroorzaakt.”

Er zit een groot gat in de binnenband. De buitenband lijkt echter onaangetast. Het velglint lijkt beschadigd en dit moet het lek veroorzaakt hebben. Terwijl ik bezig ben met het zoeken naar iets om het velglint te repareren zitten er al drie bandenlichters in mijn wiel om de band er weer op te leggen.
Mijn geduld raakt aardig op en voor de zoveelste keer maan ik de mannen tot het stoppen van het opleggen van de band. De band wordt echter al weer opgepompt, maar loopt ook net zo hard weer leeg. P1020719 Zodra ik de buitenband er weer af heb, blijken de mannen mijn gloednieuwe binnenband ook te hebben lek gestoken met de bandenlichters. Vermoeid pak ik de boel op en besluit naar het kilometer verderop gelegen dorp te gaan om daar het velglint te laten repareren en om mijn nieuwe binnenband te laten plakken.

Eindelijk kan het wiel er dan weer in. Ik druk de remblokjes iets uit elkaar om de remschijven er tussen te kunnen schuiven. Uiteraard heb ik daar volgens het vijftal ook weer hulp bij nodig en een van het stel heeft het idee dat het behulpzaam zou zijn om de voorrem in te trekken. De remblokken klappen op elkaar en zijn met geen mogelijkheid meer van elkaar te krijgen.

“Je moet de motor even starten!”
“Waarom?!”
“……”

“De remleidingen moeten eraf!”
“Nee, wacht!!!! Dan lekt al mijn remvloeistof weg!”
“Remvloeistof?! Werkt dit niet op electriciteit?!”

Ik schroef de remklauwen los en bevestig ze met een tyrip aan de voorvork. Ik heb genoeg van de behulpzaamheid en rijd zonder voorremmen naar het dorp om remvloeistof te zoeken. Ik zet de motor neer bij een garage en de man gaat er ongevraagd meteen mee aan de slag. Na een tijdje zijn de remblokken weer los en is het remvloeistof weer bijgevuld. Er is echter totaal geen remdruk en de monteur start dan ook met het ontluchten van de remleidingen. Na een uur ontluchten en met de invallende duisternis in aantocht heeft hij het nog niet voor elkaar en ik geef aan dat ik het morgen zelf wel doe. Dit is echter tegen het zere been van de monteur en hij begint met het demonteren van de remmen. De remmen zal hij ‘s avonds wel nakijken.

De volgende dag wordt inderdaad vol trots de herziene remmerij geïnstalleerd. Na een proefrit van de monteur, wordt het werk goedgekeurd. Geen idee welk soort remmerij ze hier gewend zijn, maar een remweg van een aantal kilometer is voor mij niet echt aanvaardbaar. Ik bedank de mannen echter en maak dat ik wegkom. Behulpzaam volk die Peruanen, maar of je er ook daadwerkelijk in alle gevallen iets aan hebt, valt te betwisten. Uit het bijzijn van mensen, ontlucht ik mijn remmen en kan ik weer veilig op pad.

“Papieren alsjeblieft.”

Het is duidelijk dat het hier gaat om een standaard controle. Ik overhandig mijn paspoort, maar daar neemt de agente geen genoegen mee. Waar normaal de controle al wordt afgeleid door mijn afkomst, laat deze agente zich niet afleiden.

“Rijbewijs, immigratiepapieren en verzekering.”

Ik trek mijn hele papierhandel uit mijn binnenzak en overhandig haar het papierwerk.

“Verzekering!”

Bij de grensovergang heb ik geen aandacht besteed aan een verzekering. Aangezien de omvang van de grensovergang vraag ik me ook af, of het überhaupt wel mogelijk was om die daar af te sluiten. Toegeven dat ik geen verzekering heb, lijkt me echter iets te makkelijk vragen om een boete. Ik tast nog eens in mijn zak en overhandig de agente een ander document. De vrouw kijkt een beetje argwanend naar het in plastic gestoken stukje papier.

“Nee, ik moet een verzekering hebben.”
“Dat is een verzekering!”

Dat de verzekering alleen voor Colombia geldt lijkt me bijzaak. Het papier wordt bestudeerd en onbegrijpend krijg ik al mijn documenten terug.

“In orde! Goede reis.”

Vergenoegzaam rijd ik verder naar de grens met Bolivia. 20160322_171802 In een druk grensplaatsje besluit ik te stoppen en om de volgende dag de grens met Bolivia aan te gaan.

“Hola Gringo!”

Ik kijk om en zie een tweejarig meisje lachend naar me zwaaien. Op jonge leeftijd wordt hier blijkbaar al een onderscheid gemaakt tussen Gringo’s en de Zuid-Amerikaanse bevolking. Lachend zwaai ik terug en ga ik op zoek naar een hotel.

De honden van Peru

Honden! Overal waar je in Peru komt stikt het van de honden. De hondendichtheid lijkt de bevolkingsdichtheid met gemak te overstijgen. Daar lijkt ook weinig verandering in te komen, want op elke straathoek zie je de de lokale slet ongeneerd gedekt worden door een hitsige reu. Het is dan ook niet vreemd als je ineens een aantal pups achter elkaar over de weg ziet rondzwerven.

Van wie die honden zijn, blijft vaak een raadsel. Als ze al een eigenaar hebben, lijkt de eigenaar er maar weinig aandacht aan te schenken. De honden liggen op straat of kunnen zo maar ineens de weg oversteken zonder aandacht te schenken aan het verkeer. De lokale bevolking lijkt zich niet aan te passen aan de aanwezigheid van de beesten. Het is niet vreemd om een auto een hond te zien aanrijden zonder dat er ook maar een remlicht opbrandt. Als gevolg passeer je met enige regelmaat een in de berm liggend, verstijfd kadaver.

Om verschillende reden heb ik weinig behoefte om een hond aan te rijden. Continu ben ik tijdens het rijden scherp op eventuele aanwezigheid van deze zwervers. Niet alleen om zo nodig een noodstop te maken, maar ook om de aanvallende roedels te ontvluchten.

Met mijn opgedane reiservaring heb ik geleerd dat de aanstormende blaffende honden vooral voor de show op me jagen. Ik maak me dan over het algemeen ook niet druk en vervolg meestal gewoon rustig mijn weg. In Peru blijkt het echter net even iets anders te werken.

Als er weer vijf honden op me af komen rennen, ga ik op de rem om de eerste te ontwijken. Langzaam rijd ik verder, want als de een uit mijn rijbaan is verdwenen, komt vrolijk de ander luid blaffend in de weg lopen. Met een weg voorzien van gaten en een variatie aan gravelkwaliteit moet je ook nog eens zorgvuldig je pad over de weg kiezen. De langs de kant van de weg zittende Peruanen zitten het schouwspel te aanschouwen en lijken zich af te vragen wat die Gringo hier in godesnaam aan het doen is.
Na de eerste ‘aanvallen’ vakkundig afgeslagen te hebben is het echter voor het eerst raak als ik een stad uit rijd. Een hond komt van achteren luid blaffend op me afrennen. Aangezien de auto voor me op de rem gaat voor een naderende verkeersdrempel, minder ook ik mijn snelheid. Voordat ik het weet hangt de met vuil besmeerde hond in mijn voet. De Sidi laars bewijst echter dat het van degelijk materiaal vervaardigd is, want het blijft uiteindelijk bij een afdruk van een paar tanden. Dit tafereel blijkt echter geen uitzondering. Zodra ik bij een tankstation op mijn motor wil stappen, word ik ineens van achteren aangevlogen. Weer bewijst de Sidi laars me een nuttige dienst. De hond word door het tankstationpersoneel weggejaagd door middel van een stenenregen en ik kan uiteindelijk mijn weg weer vervolgen. Het is wel duidelijk dat ik in Peru beter op mijn tellen moet passen met al die zwerfhonden. Terwijl ik me dat realiseer, stuur ik de bocht in. En dan ineens…..

“Shit!”

Met een oplopende hartslag blijf ik net op mijn motor zittten. Verschrikt kijk ik in mijn spiegel of mijn bumperklever me niet een zetje gaat geven om me van de weg te drukken. De bumperklever bleek gelukkig voor mij in de bocht de inhaalactie al te hebben ingezet. IMGP2532 Het kan niet anders of deze ongelukkige bocht is het gevolg van een lekke band. Ik zet de motor langs de kant van de weg stil en kijk hoe een dikke spijker met de kop uit mijn band komt. Het is, dankzij een eerder oponthoud, 6 uur en het zal niet lang duren voordat de duisternis in valt. Op 50 meter bij mij vandaan bevindt zich een pad die van de hoofdweg afgaat. Ik besluit om daar mijn tent op te zetten en om mijn band de volgende dag te gaan plakken.

IMGP2551

‘s Ochtends om 7 uur ben ik al volledig doorweekt van het zweet. Vliegen en muggen teisteren de ontblote delen van mijn lichaam. Ik probeer de ‘bead’ te breken van de ellendige Metzeler achterband. Intussen heb ik al een eigen methode ontwikkelt en gestaag ga ik aan de slag met diverse bandenlichters en mijn leatherman. Als de bead gebroken is, is het taak om de buitenband van de velg te krijgen. Zodra een lepel ineens losschiet en vol tegen mijn knieschijf aankomt, heb ik er genoeg van. De Metzeler blijkt in vergelijking met de Continental veel lastiger van de velg te krijgen te zijn. Ik besluit een passerende motortaxi te vragen naar de dichtsbijzijnde ‘Vulcanizador’ en om het werk uit te laten besteden.
De ‘Vulcanizador’ geeft inderdaad aan dat de band lastig van de velg te krijgen is, maar zijn ervaring blijkt genoeg om de hele klus binnen een half uur te klaren. Na het betalen van zo’n 2 euro voor de taxi en de ‘Vulcanizador’ kan ik mijn achterband weer in mijn motor plaatsen.

Als ik na het oppakken van al mijn spullen op mijn gps kijk waar de snelle doordraaiers de dag ervoor me precies gebracht hebben, zie ik dat ik een afslag heb gemist. Ik wilde door het binnenland van Peru rijden om de saaie rechte kustroute te ontwijken. In terugrijden heb ik weinig zin, dus ik besluit om een aantal honderd kilometer langs de kust te gaan razen voordat ik weer het binnenland in rijd.
De snelheid wordt opgevoerd door een saai landschap afgewisseld met saaie dorpjes en onoverzichtelijke steden. In de steden is het volkomen onduidelijk welke kant je precies op moet. Verkeersborden met de diverse richtingen lijken in Peru niet te bestaan. Voordat je het weet ben je dan ook verdwaald in een wir war van eenrichtingswegen. Telkens stop ik even om de weg te vragen aan toevallige passanten. Als ik dan uiteindelijk uit de stad ben en op de goede weg zit, kan het gas er weer op.

Ook in Peru is het verkeer dramatisch en iedereen lijkt maar wat te doen. Ik heb mezelf het lokale verkeersgedrag al snel aangeleerd. Af en toe tripleer ik over de vluchtstrook om een inhaler in te halen en af en toe vlieg ik over de vluchtstrook om een tegemoetkomende inhaler te ontwijken. De snelheden op de saaie rechte stukken worden opgevoerd naar ruim boven de 100 en inhaalverboden worden genegeerd zodra er een vrachtwagen voor me rijdt.

Ik passeer de vrachtwagen voor me en overschrijd daarbij de dubbel doorgetrokken streep. De snelheid ligt bij het passeren ruim boven de aangegeven maximale snelheid en voordat ik het weet ben ik de vrachtwagen voorbij. Ik heb mijn plaats op mijn eigen helft nog niet ingenomen of ik zie in de verte een agent al wuiven dat ik moet stoppen. Ondanks de verkeersovertredingen ben ik me nog van geen kwaad bewust en ga er vanuit dat het een routinecontrole is. Op veel plaatsen in Peru vinden er politiecontroles plaats. In bijna alle gevallen word ik daar gewoon doorgewuifd en wordt er nog even vriendelijk een duim opgestoken. Soms zijn ze echter nieuwsgierig en willen ze weten waar de reis naar toe gaat. Door agenten geconstateerde verkeersovertredingen worden normaliter altijd door de vingers gezien en de agent neemt niet de moeite om er iets van te zeggen. Sterker nog, ook de politie lijkt de verschillende regels en verkeersetiquetten aan de laars te lappen.

“Paspoort en rijbewijs!”

Ik overhandig de documenten en de agent kondigt aan dat ik een boete krijg voor het overschrijden van de dubbel doorgetrokken streep. Ik heb echter weinig zin in een boete en ik besluit dan ook maar om de domme Gringo uit te hangen.

“Ik spreek geen Spaans.”

De agent pakt zijn telefoon erbij en begint via een vertaalapplicatie het Spaans te vertalen in het Engels. Blijkbaar zijn ze hier in Zuid-Amerika moderner dan in Kazachstan, want het trucje van de niet begrijpende toerist gaat hier niet werken. Aangezien het hele vertaalproces mij veel te lang duurt, geef ik aan dat ik al begrijp wat er aan de hand is.

“Wat gaat me dat kosten?”
“900 Sol.”
“Je bedoelt zeker 90 Sol?”
“Nee, de boete is 900 Sol.”

Omgerekend komt dat neer op zo’n 250 euro. 250 Euro in een land waar niemand iets aantrekt van enige vorm van regel. Ik concludeer dan ook dat dit veel te veel is en dat de agent me een loer wil draaien.

“Dat kan nooit zoveel zijn, bovendien heb ik niet zoveel geld bij me.”
“Als je 500 betaalt is het goed.”
“Nee 500 is ook veel te veel.”

Het is intussen wel duidelijk dat ik in een onderhandelingstraject ben beland en dat ik de agent in mijn paspoort een bedrag moet toeschuiven. Ik zal bij mezelf te rade moeten gaan, wat de overtreding me waard is en met een tegenbod moeten komen.

“100 lijkt me meer dan voldoende.”
“Nee, dat is veel te weinig voor 500 laat ik je gaan.”
“Dat is belachelijk en een schandalig bedrag!”

Intussen wek ik de aandacht van andere agenten en de corrupte agent lijkt zenuwachtig te worden. Hij doet alsof hij een boete uitschrijft, geeft mijn paspoort terug en geeft aan dat ik er honderd Sol in moet doen. Honderd Sol armer, kan ik toch nog met een voldaan gevoel mijn weg vervolgen. Ik realiseer me dat ik binnen de kilometer na staande te zijn gehouden alweer de dubbele lijn overschrijd. Ten gunste van mijn portemonnee verlaat ik vroeger dan gepland de kustweg om het indrukwekkende binnenland in te rijden.

“Deze weg is afgesloten, je moet via een andere weg naar Huarez rijden.”

Ik pas mijn route aan en na een tiental kilometer krijg ik hetzelfde verhaal te horen.

“Deze weg is tot half 6 afgesloten.”

Aangezien het nog niet eens middag is, besluit ik om weer een andere weg te nemen. Een slingerweg brengt me langzaam op grotere hoogtes. Het landschap is verbijsterend mooi en de slingerende asfaltweg laat me voluit genieten. Na tientallen kilometers kom ik op een splitsing en blijk ik het onverharde pad te moeten gaan volgen. De canyon veranderd langzaam in een adembenemende groene bergachtige omgeving op meer dan 3000 meter hoogte. Het pad voert me door diverse kleine dorpjes waar de lokale bevolking me met volle verbijstering aankijkt. Door de kwaliteit van de wegen zijn veel dorpjes aardig afgesloten van de buitenwereld. IMGP2611 Op mijn vraag of ik nog op de goede weg zit of wat de kwaliteit van de weg is naar een dichtsbijzijnde stad, krijg ik met enige regelmaat te horen dat men het niet weet, aangezien ze in hun leven nog nooit het dorp zijn uitgekomen. P1020733 Gelukkig is het fenomeen benzine hier niet onbekend, want zodra mijn tank nog maar een kritieke hoeveelheid brandstof bevat, gaat een man zijn garage in en komt naar buiten met een jerrycan benzine.

Na mijn tank weer gevuld te hebben, orienteer ik me via google maps waar ik me bevind en waar ik heen wil. Ik bevind me vlakbij een nationaal park, die volgens de kaart te doorkuisen zou moeten zijn. Ik heb mijn route bepaald en ga weer op weg.

IMGP2664

Na de eerste 10 kilometer door het Huascaran National Park word ik aangehouden door een vijftal die met een pickup op weg zijn om het park te doorkuisen. Na het plichtmatige voorstelrondje word ik uitgenodigd voor de thee.

“Je gaat de hoogte in, dus het is belangrijk dat je cocathee drinkt.”

Thee gezet met de bladeren van de cocaplant. Het blijkt hier heel normaal om cocathee te drinken of op cocabladeren te kauwen ter ondersteuning van harde arbeid. Ik drink een thee met het vijftal mee om vervolgens de hoogte in te gaan.

De rijomgeving bestaat uit een fantastisch natuurspektakel met hoge besneeuwde bergtoppen. IMGP2674 De weg bestaat onder andere uit een snel stijgend gravelpad met vele haarspeldbochten. De gravelweg ligt af en toe bezaaid met grote stenen en de steile afgrond die het smalle pad aan een zijde begrensd, laat weinig ruimte voor een rijdersfoutje. De kwaliteit en de vele bochten zorgen ervoor dat de rit gestaag vordert. Daarnaast stop ik nog regelmatig om van de omgeving te genieten. Zodra ik op de top van 4750 meter ben kan ik aan de afdaling beginnen. Een gevaarlijke afdaling waarbij de zon langzaam aan het ondergaan is……

Verder naar het zuiden!

Na een servicebeurt voor de Yamaha en een fotoshoot na afloop, is het tijd om Colombia te gaan verlaten. Het idee is nog steeds om naar het zuiden van Argentinië te rijden. Aangezien de winter daar in juni zal losbarsten, is het tijd om weer wat kilometers te gaan maken in zuidelijke richting.

De motor wordt bepakt en de motorkleding wordt aangetogen. De servicebeurt doet de motor blijkbaar goed, want al snel kom ik aan in Ipiales; een stadje vlakbij de grens met Ecuador. IMGP2356 Aangezien ik grensovergangen het liefst ‘s ochtends aan ga, besluit ik om maar in Ipiales te verblijven en een bezoekje te brengen aan een nabijgelegen kathedraal. Her en der staat de kathedraal aangeprezen, dus het zal dan ook wel iets bijzonders zijn. Zodra ik in de bewuste plaats kom, zie ik in de vallei de kathedraal al liggen. Toch altijd weer verbijsterend hoe ze vroeger zo’n constructie, zonder al het materieel van tegenwoordig, neer konden zetten.

Na een snelle blik op en in de kathedraal, ga ik in Ipiales op zoek naar een hotel. Ik parkeer mijn motor voor het eerste hotel dat ik zie. Het hotel valt niet binnen mijn prijscategorie en aangezien ik nog tijd zat heb in de middag, besluit ik om naar een goedkoper hotel op zoek te gaan. Verderop zie ik een ander hotel en loop die richting op.

“Ben je wel goed wijs?! Je kan je motor hier niet zo laten staan!”

Twee mannen komen schreeuwend op me afgerend. Niet onder de indruk dat er een parkeerverbod geldt, vraag ik maar waarom hij daar niet mag staan.

“Het stikt hier van de dieven! Ze roven hier alles van je motor af!”

Al snel vind ik een goedkoper hotel met een afgesloten parkeergelegenheid voor mijn motor. Na het stof en de roet van mijn hoofd te hebben gewassen is het tijd voor wat eten. Het centrale plein blijkt om de hoek te liggen van het hotel. Het leger en de politie lijken het plein hier te bezetten. In geen enkele stad in Colombia heb ik tot nu toe zo’n dichtheid aan gezagvoerders gezien. Het is zelfs zo erg, dat ik ‘s avonds toestemming moet vragen om de straat van mijn hotel in te mogen lopen.

Het lijkt niet druk bij de grenspost, dus ik vermoed dat de grensovergang geen uren zal duren. Niets blijkt echter minder waar. Waar het nog allemaal voorspoedig lijkt te gaan, kom ik voor het toelaten van mijn motor terecht bij een digibeet achter een computer. Dankzij de zwaartekracht zie ik af en toe nog een vinger op het toetsenbord belanden. Het blijft echter de vraag of de bedoelde letter wel wordt aangeslagen. Na elke invulling van een tekstblok wordt er dan ook om bevestiging gevraagd.

“Hoendeboon?”

De man heeft mijn paspoort voor z’n neus waar toch duidelijk ‘Hoenderboom’ in staat. Toch heeft mijn bevesting tot gevolg dat er naar een volgend tekstblok wordt gegaan. Nadat ik de man heb uitgelegd hoe foto’s te verkleinen zijn en nadat ik hem er op wijs dat hij de foto’s dan wel moet opslaan en niet gewoon moet wegklikken, kan ik eindelijk Ecuador betreden.

Na een uur verwijderd te zijn van de grens is het tijd voor een goed kopje koffie met bijbehorende versnapering. Op zoek naar een geschikte locatie voor mijn dagelijkse brandstof kom ik er al snel achter dat het hier overduidelijk geen Colombia is. In tegenstelling tot Colombia, waar in elk dorpje verschillende ‘panaderias’ te vinden zijn, waar ze de beste koffie schenken voor nog geen 20 eurocent, lijkt hier in Ecuador geen koffie te vinden. Eindelijk krijg ik dan een positief geluid te horen en wordt de instant koffie voor mijn neus op tafel gezet. Het gemis van Colombia komt al snel!

Aangezien ik wat tempo wil maken richting het zuiden, besluit ik het eerste stuk door Ecuador over de Pan-American Highway te gaan rijden. IMGP2410 Door de staat van de weg kan het tempo er flink op. Het voldane gevoel over de afgelegde afstand veranderd al snel in mineur als de eerste regendruppels op mijn helm vallen. De temperatuur daalt en het ziet er niet naar uit dat het beter gaat worden. Het motorpak en de laarzen zorgen er gelukkig voor dat ik droog blijf. P1020693 Om ook mijn bezittingen droog te houden, stop ik in een dorpje om te controleren of mijn paspoort en mijn elektronische apparatuur waterdicht zijn opgeborgen. Terwijl ik bezig ben, drukt een vrouw een stuk vlees in mijn handen. Ik kijk achterom en zie een half varken hangen. Het lijkt erop dat ik een van de verdwenen puzzelstukjes in mijn handen houd.

Ondanks de regen is er nog niet direct de behoefte om van de weg af te gaan en een hotel te zoeken. Totdat…

‘Splash!’

Ik zie ineens een muur van water op me afkomen. Met volle snelheid is een taxi door een mega plas met water gereden en het lijkt erop dat al het water zich lijkt te verplaatsen in mijn richting. Na het onvermijdelijke contact voel ik het water naar binnensijpelen en langzaam mijn shirt en boxershort doordrenken. Tijd voor een hotel en een hete douche.

Een hotel lijkt niet het probleem, maar die hete douche kan je hier vergeten. In Colombia was het voornamelijk warm, dus daar was het gemis van een hete douche niet zo groot, maar als je verkleumt bent door de regen en de wind is het toch wat anders. Trillend van de kou na een koude douche ga ik eerst een uur in bed liggen om op te warmen alvorens op zoek te gaan naar eten.

Ondanks de regen gaat de rit door Ecuador erg voorspoedig. Ik besluit dan ook om voor het laatste deel door Ecuador van de Pan-American Highway af te wijken. IMGP2448 Er loopt een kleiner weggetje richting de grens met Peru. Deze weg blijkt al snel van een compleet andere kwaliteit. Om elke bocht moet je uitkijken voor een eventueel obstakel. De snelheid ligt dan ook duidelijk een heel stuk lager. Naast de verandering van wegkwaliteit, veranderd ook langzaam de omgeving.

De weg blijkt door de Amazone van Ecuador te lopen. De weg die al van enigszins dubieuze kwaliteit was, verandert langzaam in een modderbende.

IMGP2440

In de verte zie ik een wolk van mist op me af komen. Als overmaat van ramp begint het ook nog eens zachtjes te regenen. IMGP2485 Op momenten wanneer het droog is en de mist is opgetrokken, is het uitzicht op de overweldigende natuur zo indrukwekkend, dat het natte pak mij niet echt kan deren. Al slippend rijd ik langs afgronden en rijd ik door de stroompjes die de regen over de weg doet lopen. Voldaan kom ik de volgende dag aan bij de grens met Peru.

De grensovergang van Ecuador naar Peru is de meest gemoedelijke tot nu. Zodra ik de motor bij de slagboom neerzet word ik doorverwezen naar het juiste kantoor. Aangezien het een kleine grensovergang betreft, ben ik meteen aan de beurt en wordt er alle tijd voor me genomen.

“Wat voor een bier hebben jullie in Nederland?”

Aangezien grensbeambten normaal nogal ongeïnteresseerd zijn en de grensprocedures een vermoeide saaie gebeurtenis, ben ik nogal verbaasd over deze vraag.

“Uhm….Heineken.”
“Aaaaah natuurlijk! En wat nog meer? ”
“Grolsch, Amstel……”
“En wat is beter bier? Belgisch of Duits?”

Het gesprek gaat nog even zo door en na wat papierwerk word ik doorverwezen naar het volgende kantoor. Ook hier word ik vriendelijk ontvangen en gaat de man aan de slag met het papierwerk voor de motor. Dit duurt net zo lang, totdat de man een tweetal jonge dames spot bij de slagboom. Niet dat de man hier bemoeienis mee heeft, aangezien hij over voertuigen gaat en de dames te voet zijn, maar toch laat hij mijn papierwerk voor wat het is en gaat naar buiten. Dit onder de vermelding dat hij eerst de dames moet vergezellen. Na zo’n tien minuten geloof ik het wel en besluit in het nabijgelegen restaurant wat te gaan eten. Uiteindelijk lijkt deze grensovergang net zolang te duren als een ‘normale’ grensovergang, alleen is er een heel stuk minder getrek en gedoe.

Een nieuw land kan betreden worden: Peru! De wegen lijken in ieder geval veranderd te zijn van modder naar goed asfalt en de regen is vervangen voor zonneschijn.

Colombiaans feestje

De weg uit Cartagena is een goede afspiegeling voor de rest van het land. Het verkeer doet maar wat en niemand lijkt er zich aan te storen. Lichte motoren vliegen aan alle kanten door het verkeer. Voetgangers rennen voor hun leven als ze toevallig aan de overkant moeten zijn. Overal rijdt politie, maar ik krijg niet de indruk dat zij zich ook maar enigszins druk maken om wat er op de weg gebeurt. Al snel laat ik me leiden door het overige verkeer en rijd ik met driemaal de toegestane maximale snelheid Cartagena uit.

De weg naar Bucuramanga is een saaie rechte weg. Aangezien ik alweer een week niet heb gereden, stoor ik me niet zo aan de oninteressante wegen. Ik vermaak me prima en overal waar ik kom zijn de mensen even vriendelijk. Mijn motor wordt gepoetst, ik krijg koffie terwijl ik wacht tot mijn tank gevuld is, ik sla een aantal huwelijksaanzoeken af en neem complimenten over mijn blauwe ogen in ontvangst.

Zodra ik het nationale park Chicamocha inrijd, begint ook het wegenfeest: bochten! IMGP2161 Een hele hoop bochten. Het is niet zo heel druk op de weg en de aanwezige weggebruikers laten zich makkelijk inhalen. Bergen dienen zich aan en langzaam rijd ik de hoogte in. Na een aantal dagen feest, is het tijd om even op krachten te komen in Bogota.

Aan de bar zit links naast me een Colombiaan en rechts van me een Amerikaan (inwoner van de USA). De Colombiaan zet het aardig op een zuipen en begint een onsamenhangend verhaal tegen me af te steken. Als ik tijdens de adempauze van de man met de Amerikaan praat, begint de Colombiaan ineens weer met z’n monoloog. Waar ik me niet zo druk maak om het gebrabbel, is de Amerikaan er duidelijk niet van gediend. Ik probeer de Colombiaan wat af te leiden, maar deze begint steeds luider te praten tegen de Amerikaan. Uiteindelijk zit ik tussen twee schreeuwende mannen aan de bar. Mijn bemoeienis blijkt maar weinig uit te halen, dus ik besluit om nog maar een slok van mijn biertje te nemen. Op dat moment springt de Amerikaan op en slingert de Colombiaan door de bar. Een ordinaire vechtpartij is het gevolg. Als de Colombiaan de bar wordt uitgezet en de Amerikaan zijn barkruk weer heeft recht gezet, geeft de Amerikaan nog maar even aan dat de Colombiaan geluk heeft gehad dat hij er uit is gezet.

“Ik werk hier al 3 jaar als wapenhandelaar. Voor 100 dollar had ik een mannetje kunnen regelen om hem om te leggen. Geluk voor hem dat mijn mannetje zijn telefoon niet opnam.”

Een aantal dagen later zit ik weer op de motor. Ik besluit een weg te nemen richting het westen van het land. IMGP2173 De doorgaande weg laat ik links liggen en ik ga over een kleine rustige weg richting de vulkaan Nevado del Ruiz. De weg slingert ongestoord verder en van het ene kleine dorpje beland ik in de andere. Het uitzicht is magnifiek: groen met uitzichten over de diverse koffieplantages.

Na twee dagen van bochten rijden houdt de weg er ineens mee op. Ik sta voor een gravelpad en volgens de bewoners van het aanliggende dorpje moet ik het pad volgen naar Villahermosa om vandaar uiteindelijk het pad te zoeken naar de hoofdweg. IMGP2299 Het pad leidt me door de bergen. De bussen zijn hier vervangen door Landcruisers die vol zitten met mensen. De rest van het padverkeer zijn paarden of mensen op lichte motoren zonder al te veel veerwegen. Ik raas al het verkeer dan ook met gemak voorbij. De Tenere bewijst zich maar weer eens als echte allrounder, want zonder moeite en met een grote glimlach beland ik uiteindelijk in Villahermosa.

Overal waar je hier komt zijn er bakkerijen of cafes om je dagelijkse portie cafeine op peil te houden. Voor minder dan 15 cent zit je al van een kop koffie te genieten. IMGP2233 Gooi er nog eens een tiental centen tegenaan en je kop koffie gaat gepaard met een plak cake of iets soortgelijks. In Villahermosa krijg ik in de bakkerij nog even wat nieuwe instructies mee hoe te rijden naar het volgende dorpje en voordat ik weet bevind ik me weer in de bergen tussen de koffieplantages.

Zodra ik weer op de hoofdweg kom, begint het bochtenfeest weer. Van offroaden is de omschakeling snel gemaakt naar het bochten sturen en ik raas over de weg richting de vulkaan. IMGP2273 Bij de afslag naar de vulkaan staat een Colombiaan met een bepakte Chinese 200cc motorfiets. Hij is ook van plan naar de vulkaan te rijden en we rijden samen op. De weg wordt al snel vervangen door een offroad pad en de snelheid gaat er compleet uit. Voor mij de aanleiding om af en toe te stoppen en wat foto’s te maken van het vulkaanlandschap. Na 50 kilometer offroaden is de Colombiaan compleet gesloopt als we om 7 uur ‘s avonds eindelijk een dorpje binnen komen rijden.

IMGP2278

De volgende dag besluit ik om verder te gaan over een offroadpad. De Colombiaan haakt af en ik kan het tempo weer opvoeren. Zodra ik lekker in het ritme zit en de motor lekker over het pad raast, kan ik ineens na een bocht vol in de ankers.

“Stomme beesten!”

Als ik een lijstje moest maken van minst favoriete dieren, dan staat de koe wel boven aan. 20160217_101628 Ook dit keer bewijst de koe maar weer eens dat ze me voornamelijk in de weg loopt. Voor me loopt een kudde koeien die van geen wijken weet. Er is geen mogelijkheid tot passeren en na een uur geduldig achter de strompelende massa te hebben aangereden, heb ik er genoeg van; ik draai om. Het gas gaat erop en in een wolk vol stof raas ik over het pad terug naar Murillo. Het pad blijkt redelijk hard met een toplaag van los zand. Genoeg om de motor uit te laten breken bij het aanremmen voor de bochten, maar te weinig om op een normale manier rechtuit te gaan zonder de adventureshuffle. Kortom het gas gaat erop en ik vermaak me als nog prima.

Al snel ben ik weer in Murillo. Ik besluit om een stuk terug te rijden over de fantastische bochtige weg en om vervolgens naar Pereira te rijden; een van de grote steden in de zogenaamde koffiedriehoek. De weg van Murillo daalt van zo’n 3000 meter naar 0. Dit is duidelijk merkbaar aan de temperatuur. Waar het in Murillo aangenaam warm was, is het met zo’n dikke 30 graden plus, aangenaam heet op de doorgaande weg richting Ibague. De wind werkt hier als een fohn en van verkoeling is alleen sprake als je eerst stilstaat, het zweet door laat breken en vervolgens gaat rijden. Deze verkoeling duurt echter ook maar voor even en voordat je het weet is de wind weer meer een last dan een verkoeling.

Aangezien de weg vooral in beslag wordt genomen door langzaam rijdende vrachtwagens is het zaak om deze zo snel mogelijk voorbij te stuiven. Verkeersregels zijn hierbij niet relevant. Sterker nog, de verkeersregels ben ik al heen lang geleden vergeten. Zodra ik een inhaalactie inzet over een doorgetrokken streep en met een aantal keer de toegestane snelheid tripleer, nadert er net een politiemotor van de andere kant. De politiemotor komt dichterbij en zal door mijn positie op de weg moeten uitwijken. Ik krijg echter niet de indruk dat de politie hier in Colombia iets van mij moet. Gedwee wijkt de politiemotor met passagier uit en laat mij ongestoord mijn gang gaan. Het gas moet er echter al weer snel af, want er volgt weer een nieuwe optocht van vrachtwagens. Het inhaalriedeltje begint weer opnieuw en daarmee is het bochtenplezier alweer snel over. Rond half 6 beland ik uiteindelijk in Pereira en bij het eerste de beste hotel strijk ik neer. De motor verdient rust en vooral nieuwe olie. Zowel offroad als onroad is de XT goed ge(mis)bruikt.

‘s Avonds is het tijd voor wat vertier. Als ik de nachtclub binnenloop valt het me meteen op dat de hele tent is gevuld met tafels en stoelen. De tafels zijn gevuld met flessen sterke drank en iedereen danst aan de eigen tafel. Ruimte om rond te lopen is er niet meer. Ik besluit aan de bar te gaan staan, maar ook dat lijkt niet gebruikelijk. Ik word al snel verwezen naar een andere plek. Vanuit mijn hoek kijk ik naar de dansende en zingende massa. Navraag leert me dat de aanwezige zanger een grote naam is in Colombia en de hele club gaat dan ook uit z’n dak. De lichamen schuren langs elkaar en ik sta met een biertje in de hand het geheel maar een beetje schaapachtig aan te gapen. 20160221_152752 Blijkbaar valt dat op, want al snel word ik door een stel gewenkt en word ik voorzien van aguardiente. Na wat dansles voor mij, besluiten we naar een andere club te gaan. Ook daar vliegt de aguardiente er doorheen en kan ik mijn nieuwe opgedane danskennis in de praktijk brengen. De tijd vliegt en voordat ik het weet ontwaak ik met al mijn kleren nog aan naast een fles aguardiente in mijn bed. Het resultaat van weer een goed Colombiaans feestje!

Hoeren, goedkoop bier en witte koffie!

Over het Panamakanaal komen we Panama-Stad binnen rijden. Een indrukwekkende aanblik van een groeiende stad. De ene wolkenkrabber is nog hoger dan de andere en via mooie wegen word je door de stad geleid. Bram en ik vinden al snel een hostel ergens in het centrum. Van hieruit gaan we het transport naar Colombia regelen. Op een kamer met twaalf mensen blijkt het echter maar moeilijk slapen. Mensen hebben al erg vroeg allerlei uitjes gepland en daarnaast is er ook nog sprake van een notoire snoozer!

Wij blijken met name druk met de keuring van onze motoren, het afhandelen van het papierwerk en het afleveren van de motor in de haven. Uiteraard gaat het afleveren van de motor ook weer gepaard met het nodige papierwerk. Nadat de motor is afgeleverd, zie ik geen noodzaak meer om in het hostel te blijven en boek ik een vlucht naar Bogota. Ik besluit om eerst in Bogota een aantal dagen door te brengen, om vervolgens een vlucht te boeken naar Cartagena, waar de container met mijn motor aan gaat komen.

In een uitgaanscentrum in Bogota ontmoet ik Diana. Diana wil graag Engels leren en ik wil graag mijn Spaans verder ontwikkelen. Dat leidt er toe dat ons gesprek tweetalig wordt gevoerd. Dit blijkt een goede combinatie, want de avond wordt afgesloten met het plannen van een nieuwe date voor de volgende avond. Zoals iedereen hier, houdt Diana van dansen en ze wil dan ook afspreken in een bar waar gedanst wordt.

De volgende dag komen we uit in een bar waar verbazingwekkend genoeg geen bier wordt geschonken.

“Nee meneer, u kunt alleen flessen sterke drank kopen.”

Overal om me heen zie ik op de tafels diverse flessen staan. De mensen, aan wie de flessen toebehoren, staan naast hun tafels te dansen. Salsa, merengue, reggaeton……..alles komt voorbij en de lichamen van de mannen en vrouwen bewegen sensueel langs elkaar heen. Een beetje olie op mijn stijve Nederlandse heupen kan zo te zien geen kwaad, dus ik bestel maar een fles Aguardient; een Colombiaanse likeur.

Na een avond en nacht vol met dans en drank is het tijd om weer naar het hotel te gaan. Ik breng eerst Diana thuis. Vol verbazing sta ik toe te kijken hoe zij haar deur openmaakt. Eerst wordt het eerste slot geopend, dan het tweede, dan het derde en als laatste een of ander luikje die toegang geeft tot een hendel.

“Het is hier gevaarlijk!”

Nadat Diana binnen is, geef ik de taxichauffeur dan ook maar snel de opdracht om me naar mijn hotel te brengen.

De taxi raast door het verkeer. De taxichauffeur maakt geen onderscheid tussen de diverse weggebruikers; iedereen moet worden ingehaald. Als er een motoragent in de weg rijdt, wordt ook die ingehaald en afgesneden. De taxi snelt vervolgens door het rode verkeerslicht onder toeziend oog van de bewuste agent. Uiteraard gaat veiligheid boven alles en gebeurt dit met gebruik van de claxon. Uiteindelijk komt de taxi dan tot stilstand.

“Ah mooi! Hier is het, aan het eind van de straat!”

Vanwege het feit dat de straat een eenrichtingsweg is, mag de taxi niet verder en ik besluit om de laatste 50 meter naar de voordeur van het hotel te lopen. De taxichauffeur kijkt me aan alsof ik gek ben en voordat ik de deur kan openen heeft hij de taxi in zijn achteruit gezet.

“Veel te gevaarlijk om hier ‘s nachts over straat te lopen!”

Terwijl we achteruit rijden, zie ik achter ons de koplampen opdoemen van aanstormend verkeer. Volkomen verbouwereerd over het feit dat de taxichauffeur het gevaarlijker vindt om 50 meter te lopen, dan zijn eigen weggedrag, bedank ik de man en loop het hotel binnen.

De volgende dag is het tijd om de boel in te pakken en om naar Cartagena te gaan. De container is aangekomen en de motor kan worden opgehaald. Bram en Werner (een Duitser met wie we de container delen) zitten in een goedkoop hotel vlakbij de plek waar we het papierwerk moeten regelen en waar we de motor kunnen ophalen. Ik besluit om de nacht daar ook door te brengen, zodat we samen het importproces kunnen afhandelen.

Mijn ervaring met papierwerk is nou niet echt positief. Meestal bestaat zo’n importproces uit wachten! In Kazachstan heb ik er 14 uur over gedaan om mijn motor het land in te krijgen en in Canada wilden ze mijn motor pas na 10 dagen vrijgeven. Echt positief ben ik dan ook niet als we ons stappenplan afwerken. Dat blijkt terecht want we krijgen al snel het antwoord:

“Toeristen? Kom maar morgenvroeg maar terug om 8 uur!”

Gelukkig bevind ons hotel zich op een zeer gunstige plaats. Op de hoek van het hotel zit een kroeg, waar we goedkoop kunnen eten en drinken. Bier voor omgerekend zo’n 67 cent en een maaltijd voor zo’n 3 euro. Het bestelde maal laat echter nogal lang op zich wachten, waardoor de biertjes maar door blijven vloeien. Door de oplopende bier inname begin ik al ongegeneerd te loensen naar een nogal rondborstige jongedame die voorbij komt paraderen. Uiteindelijk lijkt het erop dat onze maaltijd geserveerd wordt.

“Wilt u het vlees gesneden hebben of gewoon zo laten?”

Aangezien voor mij het vlees snijden nog wel te overzien is, besluit ik maar om het niet te laten snijden. Uiteraard bleek dit de verkeerde keuze en had ik beter kunnen vragen om de zooi in de blender te gooien! Het vlees is op z’n zachtst gezegd zeer goed doorbakken met als gevolg dat Werner zelfs een stuk van z’n kies afbreekt.

De volgende dag zijn we al weer om 8 uur in het douanekantoor.

“Nee, we kunnen jullie niet helpen. Iedereen die iets in de container vervoert moet aanwezig zijn.”

Er ontbreekt in ons geval nog een stel, met als gevolg dat we weer moeten wachten. Om 1 uur is ook het andere stel gearriveerd en kunnen we het proces doorzetten. Uiteraard niet zonder de mededeling:

“Kom morgen maar terug om 8 uur!”

Gelukkig weten we intussen waar het goedkoop bier drinken is en waar we in ieder geval niet moeten eten. Na een pizza zitten we weer in dezelfde bar. De vorige dag was er veel vrouwelijke aanwezigheid en ook deze avond is het weer raak. Als ik het meisje van de dag ervoor weer voorbij zie lopen, kijkt ze me aan, loopt naar me toe en voordat ik het weet wordt mijn neus tussen twee flinke borsten gedrukt.

“Hallo Colombia!”

Of de mensen zijn hier wel heeeeel vriendelijk of dit moet een hoerentent zijn! Al snel komen we tot de conclusie dat het dat laatste is.

De volgende dag is het eindelijk tijd om de motor uit de container te rijden. 20160203_085353 Het avontuur kan eindelijk weer voortgezet worden per motor! Ik besluit echter nog even een dagje langer te blijven omdat ik nog niets van het ouwe centrum van Cartagena heb gezien.

Het oude centrum is een ouwe vestingstad die gesticht is in 1533. Met andere woorden: een toeristisch gebeuren! Her en der word ik dan ook aangeklampt door diverse verkopers.

“Ik kan alles voor je regelen! Zeg maar wat je nodig hebt!”
“Uhm, dank je! Ik heb helemaal niets nodig!”
“Ik regel de beste witte koffie voor je!”

Witte koffie?! Het kan zijn dat het mij aan wat koffiekennis ontbreekt of de beste man probeert me cocaine aan te smeren. Nou heb ik helemaal niets met dat witte goedje, dus ik bedank de man en loop weer door.

20160205_135828

Ik heb het al snel gezien in het centrum en besluit om ‘s nachts nog even terug te gaan om daar een bar op te zoeken. Dit blijkt een herhaling van mijn barervaring in Bogota: als bezetenen wordt er gedanst! In plaats van de hoeveelheid drank is nu de vermoeidheid die aangeeft dat ik naar huis moet gaan.

Mijn motor staat intussen alweer te lang stil en het wordt tijd dat ik Colombia per motor ga verkennen. Eens zien in hoeverre Colombia de stereotiepen blijft waarmaken: (witte) koffie en mooie vrouwen!

Kitesurfing Costa Rica

Aangezien het golfsurfen geen succes was, besluit ik om te gaan kitesurfen in Costa Rica. Na de plichtmatigheden bij de grens ben ik in Costa Rica en rijd ik naar het kitesurfstrand. Het kitesurfstrand blijkt op een afgelegen plek te liggen, die bereikt kan worden via een offroadweg die bezaaid is met grote keien. Tijdens het rijden over de weg voelt de motor vreemd aan. Denkende dat het de weg moet zijn, geef ik gas en bereik ik al snel het strand.

Het hostel dat gelegen is aan het strand blijkt vol te zitten, maar de eigenaar heeft nog een lokaal adresje van een familie waar ik zou kunnen verblijven. Voor een klein bedrag kan ik een kamer huren en word ik ook nog eens elke dag verwend met Costa Ricaanse koffie en een ontbijt. Als extraatje blijkt de familie ook nog een restaurant te hebben, dus ook voor de avonden ben ik voorzien van een overheerlijk maal! Ik ben gesetteld voor een maand, dus ik kan me volledig concentreren op het kitesurfen en in de tussentijd kan ik nadenken over een opzet voor een mogelijk te schrijven boek.

Zodra het kitemateriaal binnen is, kan ik eindelijk het water op. 20151222_140910 Pompen, lijnen uitlopen, de kite de lucht insturen, de waterstart en voordat ik het weet is bij de eerste krachtige windstoot mijn kite weg. Blijkbaar was ik iets te enthousiast en heb ik de kite niet goed genoeg ingehaakt. Al zwemmend kom ik uiteindelijk in een windstille baai, waar mijn kite rustig ligt te dobberen. Aangezien het hoogwater is, is er maar weinig ruimte om over het strand terug te lopen. Ik besluit dan ook maar om de heuvel op te klimmen en om vervolgens via de kant terug te lopen naar het strand.

Niet zo’n heel goed idee! Als ik eindelijk bovenkom sta ik midden in een bosrijk gebied. Een bos met allerlei ongemakken voor iemand die op blote voeten loopt. Ik denk echter een stukje verderop een weg te zien en besluit maar voorzichtig door de jungle te gaan struinen. De ene doorn na de ander teistert mijn voetzool. Het bloed stroom inmiddels uit mijn voeten als ik ineens midden in een modderpoel sta. Geen idee waar ik een weg dacht te herkennen, want waar ik ook kijk is een grote moerasbende.

“Hmmmm…..zouden hier krokodillen zitten?!”

Met mijn kitespul onder de armen struin ik door het moeras. Ineens wordt mijn weg echter geblokkeerd door prikkeldraad. Lopend langs het prikkeldraad word ik weer door een veld met doorns geleid. Het schiet voor geen meter op, dus ik besluit maar om over de hekken en het prikkeldraad heen te klimmen. Na een uur van survivallen kom ik eindelijk weer op het strand aan.

Elke dag lijkt hier wind te zijn. Na een aantal dagen houd het voor mij echter op. De survivaltocht begint zijn tol te eisen. De doorns zijn de mogelijke aanstichters van mijn ontstoken voeten. Blootsvoets over het met stenen bezaaide strand lopen lijkt haast onmogelijk en als ik ook nog eens met mijn 7 meter kite over het strand wordt gesleept, besluit ik maar om mijn voeten wat rust te gunnen en mijn tijd door te brengen in mijn ‘hotel’ en mijn motor wat aandacht te geven.

‘s Ochtends doe ik mijn ogen open en het eerste dat ik zie is de kop van een salamander die me aan lijkt te staren. 20160120_141528 De salamander schrikt zodra ik mijn ogen open en vliegt langs de muur naar de andere kant van de kamer. Overal om je heen word je hier verrast door exotische dieren; tijdens het ontbijt loopt er met enige regelmaat een leguaan langs en als ik met de motor op pad ga, rent er een aap over de weg.

Aangezien mijn motor steeds minder grip lijkt te hebben en steeds slechter lijkt te sturen, besluit ik om na 40.000 kilometer mijn voorband maar eens te vervangen. Zodra ik de motor met mijn nieuwe voorband uitlaat over het gravelpad, is het helemaal gebeurd met het sturen. De motor wil alleen maar rechtuit en met een bruuske beweging, kan ik nog net afdwingen om naar links of rechts te gaan. Waarschijnlijk is het balhoofdlager versleten.

Met een nieuwe balhoofdlager rijd ik naar de dichtsbijzijnde Yamahadealer. 60 Kilometers met een gemiddelde snelheid van zo’n 30 kilometer per uur. 20160106_163243 Terwijl ik wacht tot het balhoofdlager is vervangen, heb ik mooi de tijd om het internet eens op te gaan. Bij het gezin waar ik verblijf heb ik geen toegang tot internet, dus nu kan ik mooi even uitzoeken hoe ik in Colombia terecht ga komen de komende maand.

Panama wordt met Colombia gescheiden door de Darian Gap; een gebied bestaande uit moerasland en oerwoud. Aangezien er geen wegen zijn, is het ondoenlijk om daar op een normale manier met een voertuig doorheen te komen. Het is dan ook noodzakelijk om op een andere manier je voertuig in Colombia te krijgen. Na diverse mailtjes naar verschillende bedrijven wordt me al snel duidelijk dat het niet heel snel te regelen valt. Zeilboten blijken geen motoren meer mee te mogen nemen naar Colombia, een ferry is er niet en de vliegmaatschappij lijkt niet bereikbaar. Er blijft dus alleen de optie over om de motor per container naar Colombia te versturen. Het bedrijf die de containers vervoert geeft echter aan dat ze niet direct zaken doen met overlanders en dat er een tussenpersoon ingeschakeld dient te worden. Voordat ik mijn motor weer ga ophalen, mail ik nog snel even met diverse tussenpersonen.

De motor rijdt en stuurt weer fantastisch, maar voordat ik het weet sta ik weer stil.

“Papieren!”

Het donker wordt gevuld door blauwe en rode lichten en met een zaklamp zoek ik mijn papieren bij elkaar.

“Waar is je kentekenplaat?”
“Oh, die ben ik verloren op de weg richting El Jobo.”

Nadat de papieren in orde blijken, kan ik mijn weg weer vervolgen.

Na een week is mijn voet hersteld, maar de heftige zon zorgt ervoor dat ik binnen een week weer aan de kant sta met een onderlip die zwaar door de herpes geteisterd wordt. Weer tijd om mijn mailconversaties voort te zetten met de diverse tussenpersonen en om een nieuwe kentekenplaat te laten maken.

Als ik weer in de stad ben om mijn nieuwe kentekenplaat op te halen, ontvang ik een mail dat ik een container kan delen met 3 andere overlanders. De container vertrekt echter volgende week al. Ik besluit om de boel in te pakken en zo snel mogelijk naar Panama te vertrekken. Ik neem afscheid van de familie en ben weer onderweg.

“Stop! Politie!”

Ik zet de motor neer en de agent van de vorige keer komt lachend op me af. 20160114_193005

“Een nieuwe kentekenplaat! Heel goed!”

Blijkbaar lijkt de kentekenplaat echt genoeg, want zonder problemen kan ik vervolgens weer verder rijden.

De oude routine van rijden en kamperen wordt weer opgepakt. Over mooie bochtige wegen rijd ik door Costa Rica, om vervolgens de avond door te brengen op een afgelegen plek.

IMGP2132

De reis gaat voorspoedig en voordat ik het weet ben ik al in Panama.

Als ik in Panama aan het wachten ben voor wegwerkzaamheden komt er een oude BMW naast me staan. Een Nederlander! Bram is onderweg van Boston naar Patagonia en is nog op zoek naar een container. Ik deel mijn gegevens met Bram en al snel blijkt dat er nog wel een plek in mijn container is voor een motor.

Samen rijden we verder naar Panama stad. Klaar voor een nieuw avontuur; de motor in de container laden, papierwerk regelen en weer een nieuw continent om te doorkruisen.

Surfing Nicaragua

“Stop!”

Bij de grens met Nicaragua word ik aan Honduras zijde tot stoppen gebracht door een, naar mijn idee, grensbeambte. Zodra de man weg rent met mijn paperassen blijkt de man een ‘fixer’ te zijn: iemand die je de grens over helpt naar de andere kant. Deze bewuste fixer is vrij brutaal. Hij gaat niet in de rij staan, maar loopt gewoon overal naar binnen en trekt de juiste mensen aan de mouw. Voordat ik het weet staat hij weer naast me en geeft hij aan dat ik 30 dollar moet betalen om mijn motor door customs te krijgen. Een in mijn oren vrij vreemd verhaal. Dat zou de eerste keer zijn dat ik zo’n hoog bedrag moet betalen om mijn motor het land uit te krijgen.
“Waar kan ik betalen?”
“Nee, geef maar aan mij. Ik regel het wel.”
“Ik heb geen cash, dus moet sowieso met creditcard betalen.”
Voordat ik het weet staat er nog een mannetje naast me.
“Ik kan je wel naar een pinautomaat leiden voor 25 dollar.”
Aangezien ik weet dat de pinautomaat 2 kilometer verderop is, is dit een schandalig bedrag. Bovendien heb ik een motor, dus die twee kilometer zijn zo afgelegd.

Zodra ik geld wil halen, rent de fixer naar de douanebeambte om aan te geven dat ik niet met de motor terug mag het land in. Al het papierwerk om het land te verlaten is al geregeld.
“Mooi, als alles al geregeld is, hoef ik dus ook die 30 dollar niet te betalen voor mijn motor.”

Ik stap op de motor en rijd naar de grenspost met Nicaragua. Bij elke balie waar ik kom, betaal ik een paar dollar. Waar het allemaal voor is blijft meestal onduidelijk. Ook is het onduidelijk wat de prijzen precies zouden moeten zijn. De man waar je kopietjes moet maken van diverse documenten vraagt een willekeurig bedrag, de man die je motor op een vrij lakse wijze desinfecteert moet betaald worden en daarnaast vragen de douane en de verzekeringsbeambten nog geld. Ondanks dat op een papiertje staat dat de prijs 3 dollar is, moet ik 4 dollar betalen.

Het geheel is erg vermoeiend en neemt erg veel tijd in beslag. Zodra ik de boel voor elkaar heb, word ik tegengehouden door iemand die verzekeringen verkoopt. Al mijn geld is inmiddels besteed, dus ik geef aan dat ik naar zijn kantoortje wil gaan om daar te betalen met creditcard. De man heeft geen kantoor en betalen met creditcard is niet mogelijk. Als ik aangeef dat ik eerst ga pinnen, rent de man naar de politie, wijst naar mij om vervolgens weer naar mij terug te komen. Ik mag de grens niet over als ik niet verzekerd ben, aldus de man. Ik mag dus ook niet naar een pinautomaat rijden, maar gelukkig kan hij mij wel brengen voor een 25 dollar. Zelfde spelletje als aan de andere kant en ik ben er helemaal flauw van. Ik geef gas en onder luid gefluit en geschreeuw ga ik de grens over.

De komende 20 kilometer tot het pinautomaat besluit ik het gas erop te houden. Zonder problemen beland ik bij een pinautomaat. Aangezien de man bij de grens maar een vage indruk maakte met zijn verzekeringsbusiness besluit ik om door te rijden naar Managua om daar weekend te vieren en mijn verzekering te regelen.

In het hotel in het centrum van Managua, word mij zeer sterk aangeraden om niet de kilometer te lopen naar de nachtclub ‘El Chaman’. Ook hier schijnt het weer gevaarlijk te zijn en zodra het donker wordt, moet alles per taxi gedaan worden. De taxi rijdt me binnen een paar minuten naar de club alwaar de spaanstalige muziek me al in alle hevigheid tegemoet komt. Zodra ik naar binnen stap, zie ik een grote dansende massa. Iedereen gaat helemaal los op de reaggeton. De vrouwen schudden met alles dat ze hebben en de mannen staan er bezweet tegen op te rijden.

Onderweg naar de bar word ik al van alle kanten aangekeken. Managua staat, in tegenstelling tot de rest van Nicaragua, niet echt bekend als toeristische bestemming. Dit komt onder andere vanwege de reputatie dat het een gevaarlijke stad is. Daarnaast schijnt er niet heel veel te doen of bezichtigen te zijn.

De reaggeton dendert door en na een biertje voer ik mijn jaren 90 danspasjes uit. Al snel kom ik in contact met een stel dansende vrouwen en voordat ik het weet word ik voorgesteld aan andere neven en nichten. De tijd vliegt en zodra de klok vijf slaat, komt er een neef voorrijden om iedereen op te halen. Ook ik word geboden om in te stappen en gedwee stap ik in. In plaats van naar huis te gaan, worden eerst nog andere bars bezocht om vervolgens voor het huis van iemand te eindigen waar het meubilair buiten wordt gezet en de Flor de Cana (Rum) er aan te pas komt. Nadat na een uur het geheel mij aardig begint te duizelen, besluit ik om een taxi huiswaarts te nemen. Ook hier schijnt het weer gevaarlijk te zijn, want met drie man sterk word ik begeleid naar de hoofdweg om op een taxi te wachten.

Na mijn Managua avontuur besluit ik om naar San Juan del sur te gaan en om daar eens rond te kijken of het mogelijk is om te kitesurfen. San Juan del Sur blijkt echter voornamelijk bekend te zijn als golfsurfersparadijs. Na een dagje drie keer bijna verzopen te zijn, het surfboard viermaal te hebben weggekopt en gestoken te zijn door een of ander beest in het water, heb ik het wel gehad. Met de schaafwonden op mijn borst besluit ik dat het golfsurfen niets voor mij is.

San Juan is erg toeristisch en dat wordt weerspiegeld in de prijzen voor het eten en het gedrag van de mensen. Overal worden de prijzen in dollars weergegeven en een ‘goedendag’ wordt stug genegeerd. Bij een restaurant dient er zelfs betaald te worden voor gebruik van wifi. San Juan del sur verandert volgens een voorbijganger snel van een rustig dorpje (alhoewel het in het verleden een belangrijke doorvoerhaven was voor drugs) in een toeristische spot voor surfers en mensen die van mooie stranden houden. Ik heb mijn hostel echter al geboekt voor vier nachten, dus besluit nog maar om wat rond te hangen en met de motor rond te rijden.

Dat het gevaarlijk kan zijn in deze landen wordt wel duidelijk als een Schot in mijn hostel verteld over zijn ervaringen met een eerdere beroving in Guatemala. Op zijn weg hotelwaarts na een avondje drinken (een Schot, dus lees: zuipen), staan er voordat hij het door heeft drie mannetjes om hem heen. Na een klap te hebben uitgedeeld, staat er een mes op zijn keel en op zijn borst. Na afgifte van al zijn bezittingen, komt hij berooid aan in zijn hotel. Misschien bevatten de vele waarschuwingen (het meest gehoorde woord in de afgelopen maanden is “peligroso”) die ik intussen heb gekregen, dan toch een kern van waarheid.

Na vier dagen heb ik genoeg van het toeristische en besluit terug te gaan naar Managua om daar het weekend weer te gaan vieren. In het hotel lees ik over Bahia Salinas, een plek met 300 dagen per jaar wind en met als hoogtepunt de maanden november tot en met april. Aan een van de stranden zijn meerdere kitesurfers actief. Aangezien het vlak over de grens is van Nicaragua besluit ik om daar heen te gaan en een tijdje aan mijn kitevaardigheden te werken. Kitemateriaal is via internet snel geregeld en na twee jaar niet gekite te hebben, ziet het er naar uit dat ik na het weekend eindelijk weer op het water zal staan.

Op weg naar Costa Rica valt me op dat ik al sinds Mexico onafgebroken “achtervolgd” word door een onaangename verschijning. Overal waar je komt zweven ze boven mijn hoofd of zitten me vanaf de kant van de weg aan te loeren. Het is net alsof de gieren mijn geschiedenis als “motorheld” ingefluisterd hebben gekregen. Ik besluit me er echter niet aan te storen en voordat ik het weet sta ik al voor de grens met Costa Rica. Een nieuwe grensovergang en weer een nieuw grensavontuur.