Kaarsrecht door de leegte

Na een hotel gevonden te hebben in Kazachstan is het tijd om te relaxen. Mijn visum voor Oezbekistan is pas over vijf dagen geldig, dus ik heb nog wat tijd door te brengen in Kazachstan. Aangezien mijn hotel aan de kust van de Kaspische zee ligt, besluit ik om hier drie dagen te blijven. Bij de ingang van het hotel word ik ontvangen door de eigenaar, die zelf ook motor blijkt te rijden. Vol trots laat hij zijn yamaha cruiser zien. Een slagschip met alles erop en eraan, waaronder een radio. Later zal ik me nog afvragen wat hij in godsnaam met die machine moet in deze omgeving.

Het hotel wordt onder andere gebruikt door scheepvaartmaatschappijen, die hun bemanning ergens wil onder brengen totdat hun boot weer vertrekt.P1020152Dit geldt ook voor Aklilu en Daniël, die wachten tot ze worden opgeroepen om te boarden. Tot die tijd vervelen ze zich in het hotel. Aktau is dan ook niet echt een bruisende stad. Er is niet veel te beleven, maar desondanks weet Aklilu toch nog een goede plek te vinden om te eten en een paar biertjes te drinken. Aangezien het hotel ook direct aan de kust ligt, is de gang naar het strand ook snel gemaakt.

Na drie dagen hotel, verbrand te zijn op het strand en genoeg te hebben van het saaie Aktau, is het weer tijd om de boel op te pakken en richting Oezbekistan te rijden. Mijn navigatiesysteem ontbreekt het aan een goede map voor Kazachstan, waardoor ik met behulp van het kompas op de Garmin en de wegenkaart mijn weg moet vinden. Dit klinkt heel avontuurlijk, maar aangezien Kazachstan voornamelijk bestaat uit complete leegte gevuld met kamelen, maken ze hier wegen die elke rechtgeaarde motorrijder verfoeid. De wegen zijn hier kaarsrecht! De enige bochten die gemaakt dienen te worden, zijn de bochten als gevolg van het vermijden van de allergrootste gaten en van de overige weggebruikers. Mijn Yamaha beukt over de weg en verteerd alles wat op zijn pad komt. Zodra er ineens een nieuw stuk asfalt komt en ik weer kan zitten op de buddyseat kan de snelheid worden opgevoerd naar 120 km/u.IMGP0724Al het overige verkeer komt mij weer vol gas voorbij gesneld. Na zo’n 100 km is het asfalt ineens weer over en begint het drama weer. Aangezien ik door de stof geen hand voor ogen zie, is het voor mij van belang om iedereen zo snel mogelijk weer voorbij te stuifen.

Na eindelijk weer een bezinepomp tegen te komen, besluit ik om de tank vol te gooien en een hotel te zoeken. Het stadje waar ik een hotel vind is net zo saai als zijn omgeving. Aangezien het westelijk deel van Kazachstan weinig indruk op mij maakt, de prijzen hier tamelijk hoog zijn en de mensen mij nogal tegenzitten, zit ik de volgende dag weer op de motor om het grensovergangavontuur met Oezbekistan aan te gaan.

120 kilometer is het naar de grens. 120 kilometer met nog slechtere wegen dan voorheen. Ze hebben hier ooit getracht om een weg aan te leggen, maar zijn hier halverwege mee gestopt. De ijzerennetten komen her en der boven het asfalt uit. Het zijn voornamelijk gaten met af en toe vaste ondergrond, afgewisseld met grind en stukken zand. Het vergt aardig wat energie om de beste paadjes in dit oerwoud van ellende te vinden. Dat de weg slopend is, blijkt wel uit het feit dat de steun van mijn navigatiesysteem afbreekt en de winddeflator naar beneden komt zetten. Ook ben ik onderweg weer bagage verloren. Bijkomend voordeel is wel dat het geheel dus steeds lichter word en dus de slechte wegen beter aan kan. Toch raak ik bijna de controle over de motor kwijt als ik ineens een stuk mul zand in rijd en bijna over dwars op de weg kom te staan. De Yamaha trekt zich echter automatisch weer recht als ik wat gas bij geef.

Na minder dan twee uur weet ik de grensovergang te bereiken. Intussen al gewend te zijn aan allerlei voor mij onduidelijke handelingen bij de grens, doorloop ik als een robot het hele riedeltje. Zodra ik aan de Kazachse grens alle handelingen doorlopen heb, wordt de grote ijzeren deur geopend en kan ik achteraan in de rij aansluiten. De deur valt weer achter me dicht en aangezien de Uzbeekse grens ook dicht zit, zit ik opgesloten tussen hekwerk, prikkeldraad en grote zware ijzeren deuren. Dit betekent gevangenschap met tientallen voornamelijk Uzbeken, die een motorrijder met z’n motor maar wat interessant vinden. Mijn Yamaha moet allerlei handtastelijkheden ondergaan en rondom de motor vormt zicht langzaam een gracht van sputum en buikschraapsel. Het lijkt wel een Uzbeekse traditie om zoveel mogelijk je keel te schrapen, onderwijl je met je hand over je ontblote buik wrijft. Nadat ik meerdere malen hetzelfde verhaal afgestoken heb, komt er iemand van voor uit de rij naar achteren om mij naar de douaneposten te brengen met de mededeling dat ik een toerist ben. Geen idee wat voor een nut dat heeft, aangezien mijn motor achteraan staat en er geen mogelijkheid is om een gaatje te vinden om naar voren te rijden. Elk uur lijkt het hek open te gaan en mogen er een aantal auto’s door. Op de momenten dat er beweging komt in de rij, laten de Uzbeken mij zo goed als het kan passeren. Op deze manier bereik ik relatief snel de voorkant van de rij, alwaar de douanepost mij nog toelaat.

Ook aan de Oezbeekse grens word je niet vrolijk van de hele procedure. Papierwerk moet worden ingevuld, de motor moet worden gecontroleerd, de bepakking moet open om gecontroleerd te worden en vervolgens komt dan het bevrijdende gebaar en het bevrijdende woord “Welcome”. Nu al gesloopt van deze hele procedure moet ik nog 350 kilometer rijden naar een plek waarvan ik weet dat er een hotel is. In Oezbekistan moet je je iedere nacht registreren en dat is het makkelijkst door in een hotel te slapen. Na 350 kilometer slechte wegen, saaie omgeving en slechte benzine bereik ik Nukus. Hier vind ik om half 9 ‘s avonds een hotel. Aangezien ik geen Oezbeeks geld heb om eten te kopen en de bank dicht is, leg ik me neer bij een nacht in een aftandse kamer met een naar urine ruikende badkamer.

De volgende dag pak ik de boel snel in om naar Khiva te rijden, een historisch stadje gelegen aan de toenmalige zijderoute. IMG-20150526-WA0000 Aangezien dit ook weer een paar honderd kilometer is, wil ik eerst mijn tank nog volgooien. De dag ervoor had ik nog getankd, maar had niet genoeg Oezbeekse Som om de hele tank vol te krijgen. Op zoek naar goede benzine rijd ik van het ene station naar het andere. De één verkoopt gas en de ander alleen maar benzine met een octaangehalte van 80. Bij alle tankstations krijg ik hetzelfde verhaal, er is in de stad geen benzine met een hoger octaangehalte. Volgens een klant met een Lada is het echter fantastische benzine. Aangezien de levensduur van een Lada ongeveer 3 uur is, besluit ik toch maar om even verder te kijken. De benzinepompbediende die me gisteren hielp, beweerde dat ik benzine met een octaangehalte van 92 aan het tanken was. Ik besluit dus terug te rijden naar de desbetreffende pomp om daar mijn tank af te vullen. Als ik daar kom, blijkt er vandaag een andere pompbediende werkzaam. Op mijn vraag welke benzine ze hebben, geeft hij aan dat ze alleen maar octaan 80 hebben. Waarschijnlijk rijd ik dus al honderden kilometers op slechte benzine zonder dat ik er iets van gemerkt heb en aangezien ik toch vooruit moet, gooi ik de tank maar weer vol.

IMG-20150528-WA0000In Khiva vind ik een Guest House met uitzicht op de ingang van Old Khiva en met een geweldig ontbijt en avondmaal. Aangezien ik nog wat geldzaken moet regelen en de stad wil gaan bekijken, besluit ik hier mijn motor weer even te laten rusten en te ontdoen van al zijn bepakkingslast.




De boot naar Aktau

Vanuit Baku gaat er een transportboot naar Aktau in Kazachstan. Mochten er plaatsen over zijn, dan is het mogelijk voor reizigers om ook een bootticket te kopen. Het is dus geen geplande Ferry en het is altijd onduidelijk wanneer de Ferry precies gaat, of er plaats is en als er plaats is, of je wel mee mag.

Mijn host Sola heeft met eerdere couchsurfers al ervaringen opgedaan over het reilen en zeilen met deze boot en zij weet dan ook meteen de juiste persoon te bereiken. Zodra ik thuis kom van een wandeling door Baku, komt Sola al op me af gerend. Het blijkt dat de volgende boot vanavond al gaat en als ik mee wil, moet ik zo snel mogelijk naar de ticketoffice. Rijdend door het drukke verkeer van Baku kom ik doof van al het getoeter aan bij de plek waar de ticketoffice zou moeten zijn. Onmogelijk te herkennen, maar gelukkig weet Sola waar we moeten zijn.P1020140Binnen gekomen moet ik 220 euro betalen en krijg ik het ticket in handen. Dit blijkt echter niet voldoende om de boot op te mogen. Allerlei papieren moeten overhandig worden. Zelf het paspoort, rijbewijs en kentekenpapieren blijken niet genoeg. Het document, dat ik bij de 1,5 uur durende grensovergang gekregen zou moeten hebben, ontbreekt. Mij van de domme houdende en bewerende dat ik niet weet waar ze het over hebben, komt een andere toerist vertalen wat ik uiteraard allang weet. Terug door het chaotische verkeer haal ik het document en kan ik bij customs een stempel halen.

De boot blijkt zo’n 20 kilometer aan de andere kant van Baku te liggen, waardoor wéér een rit door Baku volgt om vervolgens rond 5 uur bij de douane en de boot te verschijnen.P1020146 Na een goed gesprek over motoren met een douanebeambte, kom ik feilloos de grens over en sta ik bij de juiste boot. Bij de boot wordt mijn paspoort ingenomen en na omgerekend zo’n 10 euro betaald te hebben voor de “boarding”, wordt mijn motor vastgeketend aan de boot.

Op de boot zijn inmiddels al drie andere toeristen gearriveerd. Twee daarvan zijn een jong Pools stel die rondreizen door te liften of door het openbaar vervoer te nemen. Ze hebben gekozen voor een niet al te zeker bestaan door af en toe te werken en zodra ze genoeg geld hebben weer te gaan reizen. Het laatste jaar zaten ze in New York waar ze illegaal hebben gewerkt om de reis door het oosten te kunnen maken. De andere toerist was denk ik de grootste mafkees die ik in mijn leven heb ontmoet. De betreffende man, Benjamin, is op reis met een MV Agusta Brutale 750.P1020150Mensen met verstand van motoren weten dat dit een machine is om overdag, over glad asfalt, de bochtjes aan te snijden en om vervolgens ‘s avonds de blits te maken op de boulevard. Strak in draken versierd leer, racelaarzen, Valentino Rossi handschoenen en een 20 jaar oude Shoei helm, is hij komen aanrijden op de boot.

Bij navraag waar mijn slaapbunker is, verwijst de bootsman mij naar de kamer waar ook de Italiaan is neergestreken. Al snel gaat het gesprek over het avontuur van Benjamin. De man blijkt een grage prater en deelt maar al te graag zijn reisplannen. In zijn Pakistaanse gewaad wijdt hij uit over zijn avonturen in centraal Azië en dat het het paradijs is voor de drugsgebruiker. Hij was al eerder in Pakistan, alwaar hij volgens eigen zeggen, voor 1400 euro hasj en opium heeft gebruikt. Nu is hij op weg naar Tadjikistan en Oezbekistan omdat hij gehoord heeft dat ook daar de drugs makkelijk te verkrijgen zijn. Uiteraard is dat ook meteen een mooie gelegeheid om de Pamir Highway te rijden met de MV Agusta.

Intussen neem ik een slok water om te verwerken dat ik waarschijnlijk met een junk de nacht moet delen. Benjamin doet hetzelfde…..althans…..hij legt me uit dat hij methadon moet nemen om normaal te kunnen functioneren. Hij heeft twee flessen bij zich met in totaal zo’n 1,5 liter methadon. De weinige bagage die hij bij zich heeft bestaat verder nog uit twee zakken waarin elk tien liter benzine kan, zijn pakistaanse gewaad, slippers en dat was het vervolgens wel zo’n beetje. Ik krijg steeds meer de indruk dat de man al aardig van het padje is. Dat blijkt ook wel als ik hem vraag hoe hij denkt die twintig liter extra benzine mee te nemen. Aangezien hij een kleine tanktas en een rugtas van 35 liter heeft, kan alles in de tanktas en de benzine in de rugtas. Vol verbazing kijk ik hem aan. Hij bevestigt gelukkig dat het misschien niet verstandig is, maar dat zijn tank te klein is en dat de MV teveel brandstof verbruikt. Bovendien is er geen mogelijkheid om de benzine op een andere manier mee te nemen.

Gelukkig wordt mijn slaapgezelschap uitgebreid met de vijfde toerist, een gepensioneerde Israelische KTM-rijder, die ik toevalligerwijs al eerder had ontmoet in Georgië. Lachend kijkt hij mij aan en schudt hij zijn hoofd over de Italiaanse verschijning. Gedrieënlijk praten we nog wat over motoren en ik zie meteen mijn kans schoon om even te verifiëren of ik ben opgelicht voor tien euro bij het boarden. Het blijkt dat ik de enige ben die tien euro boardingkosten heeft betaald. Heerlijk land dat Azerbeidzjan!

Om 9 uur ‘s avonds komen er dikke zwarte rookpluimen uit de pijpen van de boot en komen we langzaam in beweging; een boottocht van nog eens 24 uur volgt. Eten blijkt echter goed verzorgd op de boot, net als het benodigde kopje “koffie”. De Italiaan blijkt tijdens de boottocht, zoals al verwacht, een zonderling, maar aangezien hij mij elke keer weer aanspreekt met “my friend” maak ik me voor de rest niet al te veel zorgen.P1020148Een boottocht met wat geklets, zonaanbidding, gelees en voorbereidingen voor het vervolg van de reis volgt. Rond 10 uur ‘s avonds komen we uiteindelijk aan in Aktau.

Aangezien ik nog een slaapplaats moet vinden in Aktau, sta ik bij aankomst al helemaal klaar om van de boot af te rijden. Dit blijkt echter nogal een naïeve gedachte te zijn. Iedereen wordt erop gewezen om naar de slaapbunker te gaan en daar te wachten. Waarop is ons geheel onduidelijk, maar schoorvoetend geven we gehoor aan de oproep. Als echter een heel bataljon Kazachen op de boot verschijnt, krijgen we het vermoeden dat er waarschijnlijk een douanecontrole gaat plaats vinden. Na een half uur van wachten is de Israeliër er flauw van. Hoelang kan het immers duren om vijf toeristen te controleren. Hij moet in drie dagen in Tashkent zijn en wil graag nog wat slaap pakken vannacht. Hij loopt de boot door op zoek naar de Kazachse delegatie en treft ze aan in de kantine, alwaar ze druk doende zijn hun maal te verorberen. Na nog een half uur wachten en wat voetbalpraat met een aantal van de Kazachen, mogen we van boord. Onder begeleiding van de Kazachse delegatie worden we lopend naar een kantoor geleid ergens in de haven. Hierbij dienen de exacte procedures gevolgd te worden, gegevens invullen, verificatie met het paspoort en een bagage onderzoek van de spullen die we bij ons dragen. Mijn helm heb ik voor het gemak in de wachtkamer laten liggen, zo’n 10 meter van me af en in zicht. Na het verkrijgen van mijn stempel loop ik terug om mijn helm op te halen en om het pand te verlaten. En weer blijk ik dan toch echt veel te naïef. “MISTER, MISTER!!!!!” Vermoeid draai ik me om en ik zie twee Kazachse militairen op me af stormen. Onder begeleiding pak ik mijn helm en word ik via de achterdeur naar buiten geleid. Dat de vooringang vele malen dichterbij de boot en dus mijn motor is, doet niet ter zake. Om het hele gebouw heen loop ik terug naar de boot. Uiteraard niet zonder weer de grens te passeren met al de bijkomende poespas; mijn documenten moeten worden ingezien en er wordt een verhaal verwacht wat ik kom doen.

Het is inmiddels 12 uur ‘s nachts en ik kan eindelijk met de motor van de boot. Hoopvol rijd ik met de motor naar de grensovergang. Ik laat al mijn papieren zien en startklaar om Kazachstan binnen te rijden, hoor ik ineens een hoop geschreeuw. De motor moet worden uitgezet en op de parkeerplaats worden geplaatst. Vermoeid van weer een aankomende discussie parkeer ik de motor pontificaal voor de slagboom. Als vervolgens de Israeliër zijn volbepakte KTM ook nog eens naast me neerzet, komt de bewaking aangesneld. We moeten wegwezen en de motor moet op de parkeerplaats. Waarom is ons wederom onduidelijk. De Israeliër heeft intussen al een tweetal Kazachse grenshulpen ingeschakeld om onze overgang te laten versnellen. Dit mag echter niet baten en nadat ze mij ook nog eens geen koffie willen serveren, rol ik mijn matrasje uit op de parkeerplaats en ga ik naast de motor slapen.

Midden in de nacht word ik wakker en zie ik naast me, in vol motorornaat (inclusief helm), de Italiaan liggen op een bankje. De Italiaan was teruggegaan naar de boot en is daar in de slaapbunker in slaap gevallen. Na 1,5 uur werd hij daar echter alsnog uitgezet. De volgende ochtend blijkt hij vanwege de kou niet geslapen te hebben. Gelukkig voor hem breekt de zon weer goed door en kunnen we aan de slag om uit te vogelen hoe we de motor het land in krijgen. Al snel blijkt waarom ze dit vannacht niet hadden kunnen doen. Er komt nogal wat manschap aan te pas om drie motoren door customs te laten komen. Bij de eerste balie krijg je de opdracht om drie kopietjes te maken van je paspoort en je kentekenbewijs. Met een hand vol lege a4’tjes ga je vervolgens op zoek naar een kopieermachine. De gemaakte kopietjes worden vervolgens gecontroleerd. Dit alleen al is een uur durende operatie. Elk gegeven wordt geverifieerd door een baliemedewerker, die op z’n zachtst gezegd niet echt zijn aandacht kan vasthouden. Waarom ze niet zelf de kopietjes maken, zodat ze zeker weten dat het juiste kopieën zijn, is mij wederom onduidelijk.

Na dat uur word je in de gelegenheid gesteld om een aantal vragen te beantwoorden:

“Hoeveel tassen aan bagage heb je bij je?”.
“Tanktas, twee zijtassen aan de tank, twee zijtassen achter en twee rollbags….zeven in totaal”
“NEEEEEE, alleen grote tassen!”
“Wat is een grote tas?”

Met gebaren maakt de beambte duidelijk hoe een grote tas eruit ziet.

“En hoe diep is de tas?”

Geïrriteerd zegt de man dat ik moet opschrijven dat ik drie tassen bij me heb. Na het beantwoorden van alle vragen, krijg ik een wirwar aan a4’tjes mee en een legio aan stempels. Als ik zo’n acht unieke (!) stempels heb van acht verschillende mensen, waag ik het er nog eens op en ga naar de douane. Ik gooi mijn inmiddels boekwerk op de balie en wacht de reactie van de douanebeambte af. Na vijf minuten krijg ik te horen dat ik een stempel mis. Schoorvoetend ga ik terug naar de informatiebalie. Bij de informatiebalie word ik van balienummer 1 doorgestuurd naar balie 2, waarvan de medewerker geen teken van leven geeft op mijn aanwezigheid, waarna ik bij balie 3 de Italiaan weer tegenkom, die druk doende is om zijn pakistanavontuur uit de doeken te doen. De Israeliër kijkt hoofdschuddend toe. Als ik uiteindelijk klaar denk te zijn met tien stempels, loop ik weer naar de douane. Verrassend genoeg mist er nog maar één stempel! Dit blijkt de stempel te zijn van een balie waarvan de medewerker niet aanwezig is. Bij de douane lijken ze inmiddels genoeg van me te hebben en ik word vooraf gegaan door een douanebeambte naar een kantoor van customs. Aldaar moeten al mijn tassen worden geopend. Wetende dat dit de laatste barriëre is, open ik al mijn netjes opgepakte bagage. Na goedkeuring van customs krijg ik de laatste stempel en word ik uitgezwaaid door de douanebeambte. Ik geef gas en na een 14 uur durend grensovergangavontuur vraag ik me op weg naar het centrum af of Borat een film of toch een documentaire is.




Van Tbilisi naar Baku

Tbilisi, de volmaking van een fantastisch bezoek aan Georgië. Ik had met Diana voor haar huis afgesproken. Via couchsurfing kon ik een nacht bij haar blijven slapen. Aangezien ze pas om half 8 thuis zou zijn, had ik nog wat tijd om het verkeer te bestuderen. Het verkeer in Georgië is nooit saai en beter dan televisie. Neem als voorbeeld
de bus die stopt om passagiers in te laten stappen. In de meeste landen zal de bus wachten met rijden totdat iedereen is ingestapt. In Georgië is echter het moment dat het stoplicht op groen springt reden om te gaan rijden. Mensen die nog half in de deuropening staan, kunnen zich ternauwernood vastgrijpen. Na een uur het een en ander
aanschouwd te hebben komt Diana op me af lopen. Ze woont in een appartement in het oude centrum van Tbilisi met een prachtig uitzicht over het centrum. Met name als het donker wordt veranderd de stad in een prachtig schouwspel van lichten. Diana stelt voor om een rondje te lopen door het centrum om het een en ander te verkennen. Ik kan niet anders dan onder de indruk zijn.

De volgende dag ga ik naar een hotel om van daaruit een rondje in de omgeving te maken. Aangezien al mijn bepakking nogal besmeurd is met modder, verandert mijn hotelkamer al snel in een zandbak. Het mooie is dat ik voor de kamer net zoveel betaal als dat ik deed per dag voor mijn appartement. Het grootste voordeel is alleen dat ik het nu niet hoef schoon te maken. Vergenoegzaam met deze gedachte ga ik naar buiten om wat rond te lopen en te eten.

Na het eten ontmoet ik Nino. Ze woont in het oude centrum en ze wil me graag het een en ander laten zien van Georgië en met name Tbilisi. In de auto gaan we op pad en pikken onderweg Gio op. Gio spreekt geen woord Engels, maar dat mag de pret niet drukken. Met Nino als vertaalster en met behulp van gebaren beloofd het een mooie dag te worden.

Zittend in een typisch Georgisch restaurant, na afloop van de rondleiding, beginnen we met het eten van Georgische specialiteiten. Zoals tegenwoordig met enige regelmaat voorkomt, heb ik geen idee wat ik precies allemaal eet, maar het smaakt goed. Al snel wordt ons gezelschap uitgebreid met een vriendin van Nino en Gio. Aangezien de vriendin ook prima Engels spreekt, valt het blijkbaar voor andere bezoekers op, dat er een toerist in hun midden is. Twee gasten van een jaar of 30 staan op en komen verhaal halen. Nino waarschuwt me alvast dat ze me hoogstwaarschijnlijk gaan zoenen. Nadat ze te horen hebben gekregen dat ik uit “Hollandia” kom, word ik omhelst, gezoend en moet ik mee de “dansvloer” op. P1020143 De begroeting is zo hartelijk en spontaan, dat ik er van overtuigd ben dat het bekenden zijn van mijn tafelgenoten. Dit blijkt echter niet zo te zijn, waarmee de Georgiërs zich andermaal bewijzen als zéér gastvrije mensen. Na afloop van de begroeting krijg ik als extra bescherming nog een bidprentje mee, waarna de avond wordt afgesloten met een wandeling door het oude centrum. Van een waterval tot prachtige uitzichten, deze stad heeft het allemaal. Na een fantastische dag neem ik afscheid van Nino en Gio.

De volgende ochtend krijg ik een bericht van Nino, of ik tijd en zin heb om mee te gaan naar Signagi. Aangezien ze mij er al op hebben gewezen dat dit een hele mooie plek is, ben ik enthousiast en ga ik in op haar uitnodiging. De rit er naar toe blijkt zo´n twee uur te duren en onderweg word ik bijgepraat over de bijzonderheden waar we langskomen. Op de plek van bestemming zou ik een prachtig oud stadje moeten zien en een adembenemend uitzicht op de Caucasus. Het enige dat ik zie is een vlak landschap met op de achtergrond een hoop wolken, met nog meer donkere wolken in aantocht. Ik beklaag me voor de zoveelste keer bij Nino, dat ze in Georgië alleen maar regen en wolken hebben en dat ik Nederlanders zal aanraden om hier niet heen te gaan, aangezien het net Nederland is. Ze geeft mij echter de schuld, want normaal is het goed zonnig weer, maar dat ik zelf het slechte weer heb meegebracht vanuit Nederland. Over en weer kibbelend komt ze ineens met een ander idee. regenboogcaucasus Ze sleept me mee naar een hotel, waar ze een spa hebben en in het zwembad met fenomenaal uitzicht kunnen we afwachten tot de wolken weggetrokken zijn. Als het vervolgens ook nog eens begint te regenen, kan ik het uiteraard niet laten om nog maar eens te klagen. We worden echter ineens verrast met een dubbele regenboog en als ook langzamerhand nog eens de wolken verdwijnen, verschijnt er een prachtig uitzicht op de Caucasus gebergte; bedankt Nino voor een super verblijf in Tbilisi!

Gewaarschuwd voor de politie ga ik de volgende dag op pad richting Azerbeidzjan. Het duurt niet lang of ik word aangehouden. Een vriendelijk gesprek met de politie volgt, waarbij de agent mijn motor wil kopen voor 3000 euro. Na dit aanbod vriendelijk te hebben afgeslagen, vraagt hij mij om even flink gas te geven. Deze ontmoeting lijkt in niets op de verschillende waarschuwingen die ik heb gekregen. Al snel volgt een tweede staande houding. Na weer een gesprek over koetjes en kalfjes mag ik gewoon weer mijn weg vervolgen. Het is in ieder geval duidelijk dat de politie hier de touwtjes strak in handen heeft. Het verkeer is dan ook een stuk gezapiger dan in de reeds bezochte landen. Ik realiseer me ineens weer hoe het is om in Nederland aan het verkeer deel te nemen. Onbewust ben ik toch gaan houden van het rijden zonder nageleefde verkeersregels. Het is heerlijk om je over niets anders druk te maken dan over het overige verkeer. Je hoeft niet te letten op flitsers, je hoeft niet je snelheid in de gaten te houden, en de wegmarkeringen zijn er alleen voor de goede orde.

Als op een gegeven moment de vrachtwagen voor mij ineens in de ankers gaat en een vreemde manouvre naar rechts maakt, wijk ik uit naar links om hem te passeren. Ik realiseer me direct dat ik in een politiefuik gereden ben. Ik kan niet anders dan over rangeerstrepen weer in te voegen achter de vrachtwagen. Uiteraard rent er direct een agent op me af, die begint te schreeuwen en te zwaaien met z’n stok. Fine, fine, fine!!! Het is al snel duidelijk dat ik moet gaan betalen voor deze actie. Het enige woord Engels dat de agent spreekt, blijkt fine te zijn, maar met een krabbel op papier maakt hij mij duidelijk hoeveel het moet kosten. Hij heeft alleen nog een handtekening nodig onder een in het Russisch opgesteld document. Aangezien ik dit niet kan lezen, onderteken ik niets. De agent ontsteekt in een tirade, waarbij hij mij een bezoekje aan de gevangenis toewenst. Aangezien ik uit zijn gekrabbel lijkt te lezen dat het 43 dollar moet kosten, maak ik me ook niet al te druk. Ik realiseer me dat ik inderdaad fout zat en in Nederland zou dat ook leiden tot een boete. Als ik echter nog eens bevestiging zoek over het te betalen bedrag, blijkt dat het laatste symbool geen dollarteken is, maar een 8. 438 dollar voor het overschreiden van rangeerstrepen. Enigszins geschokt, zeg ik dat ik dat niet kan betalen. Hij geeft aan dat ik dan maar ergens moet pinnen. Ook daarvan geef ik aan dat dat niet realistisch is en dat ik niet zoveel ga betalen. Zijn woede doet een aanlopende agent, nieuwsgierig naar binnen kijken. Zodra hij het bedrag ziet, loopt hij lachend en hoofdschuddend weg. Dit heeft als effect dat het bedrag van 438 ineens verlaagd wordt met 238 dollar. Uiteraard ga ik ook hiermee niet akkoord. Schreeuwend gaat het bedrag ineens van 200, naar 180, naar 150 om uiteindelijk op 100 te blijven steken. Hier lijkt niet meer aan te tornen en zodra ik met 100 mandat over de brug kom, krijg ik mijn rijbewijs terug. De agent wuift me weg, maar ik blijf stoicijns wachten op een afschrift van de betaalde boete. Uiteraard krijg ik die niet en hij begint weer te schreeuwen dat ik weg moet wezen. Als ik echter voet bij stuk houd, eist hij al mijn documenten op om een afschrift te gaan schrijven. Aangezien ik al een uur bezig ben, en ik zeker weet dat het niet veel beter gaat worden kies ik toch maar eieren voor mijn geld en ga weg. Nog voor het verlaten van zijn kantoor roept hij mij echter terug en waarschuwt hij mij nog eens op een vriendelijke toon voor verschillende flitsers en andere controles. Een hele bizarre wending van persoonlijkheid heeft plaatsgevonden. Vriendelijk wenst hij mij nog een goede reis.

Flink geïrriteerd ga ik weer op weg, met nog meer waakzaamheid. Aangezien ik om half 8 heb afgesproken en ik weer een nieuwe tijdzone in ben gegaan, weet ik inmiddels zeker dat ik te laat ga komen en hiermee mogelijk mijn slaapadres ga mis lopen. Na nog een aantal keren door de politie te zijn gestopt, kom ik aan in Baku.P1020128Inderdaad veel te laat! Op straat klamp ik iemand aan en vraag of ik even mag bellen. Na het belletje arriveert ook Sola binnen een mum van tijd, die mij vervolgens enthousiast ontvangt met een knuffel. Aangezien Baku geen goedkope stad is, ben ik blij dat ik haar alsnog ontmoet. Sola is een gepensioneerde vrouw, die vaker couchsurfers in huis neemt en deze onder andere helpt bij het regelen van de boot naar Aktau. Aangezien ik deze boot ook moet hebben, komt dit voor mij perfect uit. Om half 10 ‘s avonds kom ik bij haar thuis aan en ik word onthaald met soep, brood, groenten en lokale hapjes. De buurman legt mij ondertussen uit hoe je wodka drinkt zonder dronken te worden. Na een aantal shots, lig ik binnen no-time te slapen om vervolgens, na een goede 10 uur durende nachtrust, te ontwaken met de mededeling dat we naar het zomerhuis gaan. Er worden twee bedden op het dak van een taxi gebonden en met een in woede ontstoken taxichauffeur, over het feit dat ik een boete heb gekregen, arriveren we bij het zomerhuis. In het zomerhuis ontmoet ik de dochter, de schoonzoon en de man van Sola. Ook hier word ik hartelijk ontvangen met een biertje. Dat het pas 11 uur is, mag de pret niet drukken. Na een duik in de zee eten we die middag Azerbeidzjaanse specialiteiten.P1020127‘s Avonds gaat de barbeque nog eens aan met een overheerlijk maal als gevolg.

Morgen gaan we de boot naar Aktau regelen. Hopelijk geeft dit niet zoveel problemen en zal alles voorspoedig verlopen. Dit met name omdat het geen normale ferry is, maar een transportschip die van Baku naar Aktau vaart. Mocht er genoeg plaats zijn, dan is het mogelijk dat er ook passagiers mee mogen met eventueel hun voertuig.





Kamikaze Georgië!

Voor me rijdt een oranje aftandse mercedes bus. Ondanks het aftandse uiterlijk zijn de uitlaatgassen nog enigszins binnen de grenzen van het toelaatbare. Hij heeft de juiste, in mijn ogen, veilige kruissnelheid, dus ik besluit om achter de mercedes te blijven hangen. Al snel lijkt dit een verstandig besluit. Het lijkt er namelijk sterk op dat de Engelse uitdrukking “Game of Chicken” ontstaan is in Georgië. Het betekende bij het onstaan iets als “Laten  we zien wie de  grootste testikels heeft en zijn auto het langst op de andere weghelft kan laten rijden, ongeacht eventuele tegenliggers”.  Intussen lijkt het uitgegroeid tot een ware sport, waar ik zelf niet heel bedreven in ben of zal worden. Zelfs de vrouwen blijken meer mans dan ik. Overigens compenseer ik dat weer in het normale straatbeeld, waar ik met baard, onder het stof, enigszins zwetend in mijn motorpak, naast een bepakte onder het vuil zittende motor, mijn mannelijkheid alsnog kan tonen.

Mijn oranje voorbumper heeft intussen aardig wat ervaring met deze sport. Het is er een van het type, leuk dat je meedoet, een prijs zul je nooit winnen, maar de finish halen is geen probleem. Ik blijf dan ook netjes zoveel mogelijk achter zijn rechter achterlicht rijden. Impact van een tegenligger zal naar mijn berekeningen zodanig zijn, dat de bus naar het midden van de weg wordt getrokken en ik er makkelijk rechts langs heen kan gaan zonder een schrammetje. Overigens ontbreekt er bij mijn oranje voorbumper de halve voorkant. Dit blijkt in een stad als Tbilisi ook meer regel dan uitzondering. Het gaspedaal weten ze te vinden, maar blijkbaar is het niet eenvoudig om tijdig af te remmen voor een naast de weg gelegen autogarage.

Al rijdend in het kielzog van mijn voorbumper zie ik al snel de eerste kandidaat voor een eventuele hoofdprijs in mijn spiegels. Het is niet de auto die direct achter mij rijdt, maar eentje die van achter uit de rij met een duizelingwekkende snelheid langs de rijdende meute heen vliegt. Langs mijn voorgeleider kijkend, zie ik dat het toch wel eens tijd wordt dat de Toyota gaat invoegen. Aangezien hij dit niet doet, ga ik zover mogelijk naar rechts om plaats te maken. De Toyota schiet rakelings langs me heen om achter mijn voorbumper plaats te nemen. Niet zozeer omdat er een tegenligger komt, maar meer vanwege het feit dat er achter de Toyota de favoriet nadert, en hij de Toyota weg toetert. De tegenligger lijkt bijzaak voor de favoriet en vol gas knalt hij langs de Toyota. Even denk ik dat hij mijn voorbumper nog van de weg af duwt, maar precies op tijd stuurt de oranje Mercedes zover als mogelijk naar rechts en 3 auto’s breed blijkt dan net te passen.

Met een hartslag van 380 zit ik op de motor dit tafereel te aanschouwen. In plaats van hier een wijze les uit te trekken, lijkt dit niet tot veel ophef onder de overige weggebruikers. Het gas moet erop , ook al moet je een kilometer verderop langs de kant van de weg zijn om van een Georgische barbeque te genieten.

Ik blijf vreemd genoeg nog steeds een opmerkelijke verschijning in het straatbeeld. Handen gaan omhoog, hoofden worden gedraaid, er wordt getoeterd en met licht signalen gewerkt. Dat het verkeer niet berekent is op motorrijders blijkt ook wel uit hun verkeersinzicht. Zodra ik een bocht wil aansnijden is het zomaar mogelijk dat er net op dat moment een auto kans ziet om zijn neus van zijn auto naast mijn motor te drukken, zodat ik geen kans heb om de bocht nog normaal in te sturen. Dit houdt in dat je net zoveel vooruit, als in de spiegels moet kijken. Om wat te ontstressen dien je dus de doorgaande wegen te vermijden.

Met name op de rustige wegen is het spectaculair. Zowel qua wegen als natuur. IMGP0709Degene die de wegen aangelegd heeft, moet constant onder invloed geweest zijn, want het draait alle kanten op. Dat het net een kermisattractie lijkt, blijkt wel op het moment dat ik achter een auto rijd te midden van bergen, bossen en loslopend “wild”. Ineens gaat de auto van het gas en al rijdend gaat het portier van de bijrijder open. Aangezien mijn vermoeden is, dat de man onwel aan het worden is, stuur ik maar naar links en net op dat moment gooit de man zijn maaginhoud naar buiten. Met het gas geopend, ga ik de auto voorbij.

De ervaringen volgen zich nu in een hoog tempo  op. Koeien, paarden, varkens…..het loslopende “wild” lijkt overal te lopen. Constant moet je alert zijn op onverwachtse taferelen op de weg. Mijn grootste nachtmerrie zijn echter de honden. Of ze mogen mij niet, of alle motorrijders moeten het ontgelden. Dit leidt soms tot vervelende situaties, waarbij ik de hond bijna overrijd. Vooralsnog is dat gelukkig nog niet voorgekomen.

Na zo’n 100 kilometer over een secundaire weg gereden te hebben, verschijnen er ineens zwaailichten.P1020119 De politie rijdt hier constant rond met zwaailampen, dus echt verbaast ben ik daar niet over. Het blijkt echter dat ik dit keer degene ben, die moet stoppen. Geen idee wat ik fout gedaan heb, aangezien ik niet op de hoogte ben van ook maar één verkeersregel in Georgië (mochten die er al zijn). Het blijkt pure interesse te zijn in mijn motorfiets en ze vragen zich af wat ik op deze weg te zoeken heb. Op mijn antwoord dat ik naar mestia wil rijden, lachen ze en wijzen ze me erop dat ik dan van de andere kant had moeten komen. Verderop ligt sneeuw en daardoor is de weg afgesloten. Uiteraard ben ik totaal niet overtuigd van dit antwoord en ik ben op dit moment in de waan dat mijn XT alle soorten ondergrond kan verwerken. Nadat de politie is verdwenen rijd ik vrolijk verder. Zon schijnt, prachtige omgeving, het “wild” laat zich makkelijk passeren en de honden lijken er niet zoveel zin in te hebben om mij te achtervolgen.

De weg verandert echter ineens van asfalt in grind, stof, kuilen en plassen.

IMGP0712

Niet ontmoedigt door deze verandering van omgeving, rijd ik al staand op mijn stepjes vol vertrouwen door naar Mestia. Zodra ik echter een brug oversteek houdt een oude man mij staande. P1020122Hij geeft aan dat ik terug moet, want door de sneeuw kan ik niet verder. Aangezien naast de opmerking van de oude man, de wegomstandigheden en ook de weersomstandigheden lijken om te slaan, geef ik maar gehoor aan zijn uitspraak. Er rest mij een 150 kilometer lange weg terug, dezelfde route, maar nu in andere weersomstandigheden. De tweede keer dat mij dit overkomt. Blijkbaar ben ik te vroeg in het jaar in Georgië aangekomen.

Aangezien de regen aanhoudt besluit ik om de volgende dag over de grote weg naar Tbilisi te rijden om daar een paar dagen te verblijven. Door de regen rijdend zie ik ineens een tiental motoren staan bij een wegrestaurant. Vol in de ankers zet ik mijn motor in het rijtje en ga op zoek naar de Amerikanen. Het blijkt een groep te zijn die van Istanboel naar China rijdt, de zogenaamde zijderoute. Na hartelijk ontvangen te worden, alle handen geschud te hebben, word ik uitgenodigd om mee te rijden richting Tbilisi. Onderweg zou dan eerst het Stalin museum worden aangedaan. Aangezien ik via couchsurfing weer een slaapplek heb geregeld en daar vanaf half 8 terecht kan, heb ik tijd genoeg. Rijdend in een groep van alleen maar BMW GS-en gaan we door de regen op pad.

Na het museum neem ik afscheid; het weer is opgeklaard en ik wil van de grote weg af. Nog geen kilometer verder kom ik twee Tsjechen tegen. Na weer een hartelijke begroeting, geven ze me als tip mee om zo weinig mogelijk geld in de portemonnee mee te nemen richting Azerbeidzjan. Je wordt daar letterlijk beroofd door de politie. Zij werden onterecht aangehouden en moesten een boete betalen van 200 dollar. Hun paspoorten werden ingenomen en ze moesten het geld gaan pinnen bij de dichts bijzijnde bank. Na een tijdje praten, kwam het bedrag echter neer op 20 Azerbeidjaanse “dollars”; precies hetgeen dat ze toevallig al uit hun portemonnee hadden gestolen.

Voordat echter het Azerbeidzjan avontuur begint, ga ik na weer een paar dagen prachtig gereden te hebben, ondanks de regen, Tbilisi  verkennen de komende dagen.

Laatste dag Turkije!

Het regent dat het giet en het is koud! Mijn hotel is midden in het centrum gelegen omringt door eettenten. Het is dus in principe niet nodig om mezelf te laten verkleumen en nat te laten regenen. Aangezien dit echter de laatste avond in Turkije zal zijn, ga ik op zoek naar een goede kebabtent. Rennend door de regen kom ik een mooi tentje tegen, waar de deur meteen voor me wordt opengedaan. Als je het over een verzorgingsstaat hebt, neem dan Turkije. Overal lijkt veel teveel personeel rond te lopen, die je constant van dienst probeert te zijn. Waarom zou je bij een kebabtent in godsnaam een portier neer zetten? Daarnaast loopt er ook nog eens een overschot aan “koks” rond. De een snijdt de tomaten en de ander de komkommers. Om dan over het bedienend personeel maar te zwijgen. Dit leidt er in ieder geval wel toe, dat ik binnen de minuut zit, de kaart heb gehad en zelfs al besteld heb. Vandaag zou het de Adana kebabi worden met een ayran (soort Turkse karnemelk). Binnen no-time had ik weer een aantal borden voor mijn neus staan; salade, paprika’s, brood en een bord met vlees en wat ondefinieerbare zaken. Na dit feestmaal, kwamen ze me vragen of ik ook nog een thee na wil. Uiteraard sla ik dat niet over. De rekening vervolgens…….15 TL, wat neer komt op 5 euro. Mocht ik ooit een eettent in Nederland tegenkomen, die deze hoeveelheden en met deze smaak aanbiedt voor deze prijs, dan koop ik het naastliggende huis en laat direct de keuken bij de woonkamer trekken.

Aangezien het zaterdagavond is en ik er van overtuigd ben, dat er vast wel ergens iets van spektakel te beleven is, ga ik weer door de regen op pad. Al snel kom ik bij een winkelgebouw waar een hoop Turkse herrie uit komt. Nieuwsgierig als ik ben ga ik naar binnen en beland uiteindelijk op de bovenste verdieping, alwaar het helemaal los gaat met een Turkse live band. Om die Turkse dans even goed gade te slaan neem ik een tafeltje in de buurt van de dansvloer. Ook hier komen ze meteen met de kaart en wordt nog eens de vloer gedweild. Aangezien er geen alcoholische versnaperingen op de kaart staan, neem ik maar weer eens een thee. Net als iedereen overigens! Wat de alcohol met ons lijkt te doen, dat lijkt de thee bij de Turken te doen; het gaat helemaal los op de dansvloer. Het mooiste is echter dat dit maar van korte duur is. Zodra de band klaar is met het nummer, gaat iedereen weer op zijn of haar stoel zitten om vervolgens af te wachten welk nummer komen gaat. Zodra dat weer een nummer naar je gading is, sta je weer op en ga je weer dansen. Al snel loopt de tent leeg en houd ik het ook voor gezien.

De volgende ochtend na weer een typisch Turks ontbijt, de motor het hotel uit en richting Georgië.P1020101 Via diverse hoogvlaktes zie ik om me heen alleen maar witte bergtoppen. Door die hoogtvlaktes, op 2000 meter, lijkt het net alsof het allemaal maar kleine bergjes zijn. Ondanks de hoogtes hebben ik en de motor nog nergens last van. Met een maximaal bereikte hoogte van 2529 meter was dat uiteraard ook niet te verwachten met een perfecte motor en een conditioneel nog in perfecte staat zijnde bestuurder (dank Robert voor de hardlooptrainingen).

Hoe verder richting Georgië ik kom, hoe dichter ik de bergtoppen nader. Het blijft dan ook koud, ondanks dat ik alle voering weer in de motorjas en broek heb geritst. Als het dan ook nog eens begint te regenen, wordt het tijd om ergens een durum te gaan eten met het gepaard gaande bekertje ayran. Uiteraard blijft de thee ook niet uit en na voorgesteld te zijn aan al het persoon van de durumzaak kan ik weer op pad richting Georgië.

Volgens de wegenkaart is het een wit weggetje en daarmee wordt aangegeven dat het nog net geen pad is. Dat is de weg die ik moet hebben naar Georgië. Geen idee wat ik kan verwachten sla ik de betreffende weg in. Het is rustig en het lijkt niet echt een weg te zijn die leidt naar een drukke grenspost. De weg slingert door de bergen langzaam naar het noorden. Stiekem hoop ik dat ik nog in de sneeuw kom te staan. Dat is toch altijd weer leuk voor de foto’s, een motor in de sneeuw. Al snel begint het echter ook erg mistig te worden en voordat ik weet zie ik helemaal niets meer.

P1020106

Wit, met daarbij toch net het zwart van de “weg” dat nog te onderscheiden valt. De kuilen worden moeilijk te ontwijken, tegenliggers zijn moeilijk te spotten, de kou wordt alleen maar erger en het lijkt zowaar ook nog eens te regenen. Toch gaat het “adventurehart” dan weer wat harder kloppen. Dit zijn toch de momenten die het speciaal maken.

Zodra ik weer onder het wolkendek zit, verschijnt er een fantastisch groen landschap. Her en der een boompje, kabbelende beekjes en koeien op de weg!

P1020115

Dat het maar een kleine grensovergang is naar Georgië blijkt al snel. Voordat ik het door heb sta ik voor een hek. Toevallig gaat net de andere kant van het hek open voor een busje, dus ik stuur de motor meteen achter het busje langs, het hek door. De hekwachter wuift mij weg, de Turkse grenswachter slaapt en dus sta ik eigenlijk direct bij de grensovergang van Georgië. Er worden een aantal stempels gezet in mijn paspoort, de mannen van customs komen even een praatje maken en voordat ik het weet wuiven ook zij mij weg en sta ik ineens in een nieuw land, Georgië! Ik ben benieuwd of ook Georgië mij zo in vervoering kan brengen als Turkije. Turkije het land van de prachtige wegen, de prachtige landschappen, het fantastische eten en de zeer behulpzame en betrouwbare mensen! Daar kom ik zeker nog weer terug. Maar zoals gezegd, nu eerst Georgië.

Regen en kou?!

Snikheet is het! Zwetend in vol motorornaat zit ik op een terras een koffie te drinken en een hamburger te verorberen. Heerlijk, die hitte! Alle ventilatiemogelijkheden van het motorpak zijn geopend en de binnenvoering is verwijderd. Even bijkomen van een mooie rit richting Ankara. Alles wordt mooier met de fel schijnende zon en de stijgende temperaturen.

Ankara is een mooi moment om even een dagje extra vrij te pakken. Bij een hostel kan de XT achter het hek op eigen terrein worden geparkeerd. Alle moeren en boutjes worden nog eens nagelopen van al het gestuiter de afgelopen 4000 km en de vering wordt even wat bijgesteld. “Motoronderhoud” is echter niet de enige reden voor een extra nacht in Ankara; het hostel is gelegen vlak naast een drukke winkelstraat. Nou ben ik niet zo’n winkelaar, maar de terrasjes aldaar doen me wel enigszins verleiden.

Na een aantal bier, komt er een meisje naast me zitten, die driftig begint te schrijven. Toch enigszins verbaasd over deze ouderwetse manier van werken, vraag ik haar waar haar boek over gaat. Het blijkt een dagboek te zijn. Ze studeert scheikunde, maar haar droom is om DJ en fotograaf te worden. Daarnaast wil ze graag gaan motorrijden. Ideale inkopper voor een reeds motorrijder. Na een rondje van mijn kant blijkt ze echter een vriend te hebben. Voetbal gemist (Barcelona-Bayern) en ook nog eens een “blauwtje”…….gelukkig was er Efes.

In Ankara geeft het bord boven de weg 82 aan. Verbaasd kijk ik naar de teller, want deze wijkt toch wel enigszins af, 71? De gps geeft 66 aan. Na nog meer van die borden concludeer ik dat dat de maximale snelheid in Ankara is. 82?! Na die conclusie verschijnt er naast me ineens een geel gevaarte, een taxi! Ik rijd op een éénbaans invoegstrook en heb net de bocht ingezet. Na een poging tot ontspannen ontwaken, giert de adrenaline weer door mijn lichaam. Turken veranderen van de allervriendelijkste mensen, in de grootste, niemand en niets ontziende, manicale suïcidalen zodra ze in de auto stappen.

Weer scherp, gaat de rit verder naar Sivas. In Sivas staat een ontmoeting met Ozcan gepland. Ozcan had me via couchsurfing uitgenodigd op zijn werk en bood me voor de nacht een bed aan in zijn (mega)appartement. Hij werkt als assistent professor op de universiteit van Sivas en de weg naar de campus is snel gevonden. Op de één of andere manier ben ik op de campus nogal een vreemde eend in de bijt en de security haalt me dan ook snel van de weg. Zittend in een snikheet hokje gaat het gesprek al snel over voetbal. Iedereen is hier voor Galatasary of voor Fenerbace. Dat er bij beide clubs een Nederlander meespeelt, is altijd meteen voer voor gesprek. Beide waren ze fan van Wesley “Snipers”.
Na dit “goede” gesprek komt Ozcan aangereden met zijn kamergenoot om me te verleiden uit mijn gevangenschap. Ze gaan me voor naar hun faculteit, alwaar mijn motor pontificaal voor de ingang geparkeerd wordt. De motor nog vol bepakt loop ik omhoog.

De kamergenoot van Ozcan was een gesjeesde marketingman in Istanboel. Hij sliep soms op kantoor om zaken af te ronden. Hij kwam echter tot de conclusie dat dat niets voor hem was en dat hij maar in een relaxtere omgeving als de universiteit moest gaan werken. Op het moment was hij druk bezig met Far Cry 3 te downloaden. Hij had inspiratie opgedaan uit zijn net uitgediende diensttijd. Na een aantal koffie en wat gespreksonderwerpen, wil ik ook weleens verhaal halen over de maximale snelheid in Ankara. Volgens Ozcan en zijn kamergenoot is dat hoogstwaarschijnlijk het idee van de bestuurder van Ankara. Deze man blijkt een nogal vrije geest te hebben, wat ook bleek uit het feit dat hij een standbeeld van een transformer had geplaatst in de stad.

In een vorig leven was Ozcan kok, wat hem aan zijn postuur ook niet helemaal te ontzien is. Dit resulteerde die avond in een goede maaltijd! Na die avond door de stad gestruind te hebben en na wat cai, was het weer tijd om te slapen. Mijn motor stond nog onaangeroerd beneden bij de flat. Ik weet niet wat de criminaliteitscijfers zijn in Turkije, maar volgens mij is het bijna (tijdens mijn vorige bezoek aan Turkije werd ik gewaarschuwd voor een dief in Batman……of was dat een grap?) nihil.

Na Sivas was het het idee om offroadweggetjes te gaan pakken. Na her en der een mooi paadje gepakt te hebben, kom ik op een prachtige weg.

IMGP0702

Kilometers bochten door de mooiste uitgestrekste omgeving tot nu toe! Tot…….de weg ineens geblokkeerd is. Na een heel stuk terug gereden te hebben, kan ik verder over een weg in aanbouw. De rollen worden omgedraaid, ik de inhaler en de anderen de in te halen obstakels. Uiteraard leidt dit tot veel getoeter en gezwaai van werklieden in vrachtwagens en shovels.

Vermoeid beland ik in Erzincan. Aangezien ik al weer een tijd geleden in mijn tent had geslapen en aangezien het eerste hotel dat ik binnenloop 100 Turkse lira (zo’n 35 euro) vraagt voor een nacht, besluit ik om terug te rijden naar een plek dat ik al eerder had gespot op de weg naar Erzincan. Met de döner en ayran in de tanktas opent zich een ideale kampeerplek.

IMGP0707

Na de tent opgezet te hebben begint het ineens keihard te waaien, waardoor ik toch besluit om de haringen er allemaal maar in te doen. Precies voor de regen lig ik in de tent. De tent staat rotsvast en door het gekletter van de regen op de tent ben ik naast letterlijk onder zeil ook figuurlijk al snel onder zeil.

‘s Ochtends is het echter nog steeds aan het regenen. Als resultaat is het pad, via waar ik gekomen ben, ondergelopen met water. Met mijn Sidi adventure boots maar eens inspecteren wat die waterplassen zouden kunnen gaan doen met de motor. Mijn snelle conclusie is dat het een slippartij zou kunnen gaan worden. Mijn opgedane wijsheid over hoe een motor te parkeren (lees: maak gebruik van een heuveltje om de motor achteruit te laten rollen en het gas om weer het heuveltje op te komen) betaalt zich uit en zonder problemen krijg ik de motor gedraaid. Met een hartslag van ruim 180 gaat het gas uiteindelijk open. “Vakkundig” danst de motor over het pad. De achterkant slipt van links naar rechts, maar de overwegende beweging is rechtdoor. Tijdens de expeditie op mijn Sidi Adventure boots was de, in mijn ogen, ideale lijn al uitgekozen. Rechts langs de plassen, over een verhoging, rijdt de motor langs de modderpoel. Bijna, want net op dat moment slipt het achterwiel in een kuil, raak ik een tak en kom ik tot stilstand in een soortement van struik. Resultaat, langs de modderpoel, hartslag van 280 en een dampende XT. Prachtig, nog even wat gas en de XT trekt zich met gemak uit het struikje en van links naar rechts slippend iss de weg richting het oosten weer begonnen. Yamaha, bedankt voor een prachtige machine!

Na teveel regen, wind en kou heb ik er genoeg van. Daar komt nog eens bij dat ik vanwege de kampeerperikelen, had besloten om de offroad-paadjes maar even links te laten liggen. Vanaf de doorgaande weg liggen de zijweggetjes er nogal modderig bij. Weinig inspirerende rijdag, dus ik besluit om vroegtijdig een hotel te gaan zoeken. Het eerste de beste hotel in Erzurum om de prijs gevraagd en 75 Turkse Lira lichter heb ik een plaats voor de nacht. Op mijn vraag of ze een veilige stalling voor de motor hebben, wordt er gewezen naar de hoek van de lobby. Altijd een leuke uitdaging, een motor het hotel in rijden.P1020096 De stoep is extra hoog, waardoor ik zelfs met de XT het niet aandurf om er tegenop te knallen. Tegen het verkeer in, naar de hoek van de stoep waar een oprit is, tussen de voetgangers door, bereik ik uiteindelijk de entree van het hotel. De schuifdeuren gaan open en over het tapijt rijd ik de lobby in, met uiteraard een prachtig akoestiek voor mijn één-cilinder. De suggestie dat mijn motor wel in de hoek van de lobby mag staan, deed mij ook meteen maar zo vrij zijn om mijn tent in de badkamer van mijn kamer te laten drogen. Deze was nogal doorweekt van de nacht ervoor en hopelijk kan ik hem de volgende dag weer enigszins droog opbergen.

P1020098

Morgen waarschijnlijk Georgië! Het weer zal morgen de route bepalen. Hopelijk gaan het mooie weggetjes met een kleine grensovergang worden. Mocht echter het weer aan de andere kant van Georgië beter zijn, dan zal ik via de kust, en daarmee mijns inziens de saaiere route, het land binnen gaan.

Opdrachten

Tijdens mijn vertek van het werk, heb ik nog een aantal opdrachten meegekregen. Mijn inmiddels ex-collega’s waren bang dat ik teveel vakantie zou krijgen, dus hebben ze een kaart gemaakt met diverse opdrachten. Onderweg hoef ik me dus in ieder geval niet te vervelen.

Het lijkt erop dat het een dynamische kaart is en dat er nog opdrachten toegevoegd kunnen worden. Desnoods kan je via de “Contact”-pagina even aangeven wat de opdracht zou moeten zijn en waar die moet plaatsvinden.

[googlemaps https://www.google.com/maps/d/embed?mid=zDI-vfIiVblY.k_s6cKUfMsvs&w=640&h=480]

Zo goed en kwaad als het kan, zal ik proberen aan de opdrachten te voldoen!

Turkije!

Na de fantastische wegen in Bulgarije kwam ik via een aantal kleinere weggetjes bij de grens met Turkije. Een grensovergans is altijd weer een heel gedoe met temperaturen van boven de 30 graden. De kunst is om dan in ieder geval rustig te blijven. Gelukkig was het dit keer een goede overgang.

Eerst ga je het land uit. Dat betekent aan Bulgaarse zijde twee balies. Eén die je papieren en spullen controleert en een balie waar je langs moet om de slagboom open te krijgen. Aan Turkse zijde moest ik als eerste de motor parkeren, waarna een mannetje mij verwees naar het gebouw waar de “polis” zou moeten zitten. Na een tijdje in de rij gestaan te hebben, en een aantal voordringers wist te voorkomen, verwees de agent mij naar de visumbalie, die ergens buiten moest zijn. Een aantal agenten buiten verwezen me naar de overkant waar ik, na eerst voor de verkeerde balie in de rij gestaan te hebben, een visum kon kopen. Met dat visum kon ik terug naar de “Polis”, die net pauze ging houden en mij dus uiteraard doorverwees naar een ander loket. Daar knalde ze vervolgens ongeïnteresseerd een stempel op het visum.

Nu weet ik inmiddels uit ervaring dat ik dan ook iets moet doen met mijn voertuigpapieren. Daar bleek inderdaad een andere balie voor te zijn in het gebouw. Tijdens het invoeren van mijn gegevens wilde de agent mijn verzekeringspapieren inzien, die ik digitaal op mijn telefoon had staan en die had ik nu net in mijn tanktas laten zitten. Telefoon ophalen, terug in de rij, hoofdschuddende blik van de agent dat ik geen papieren had, weer een ongeïnteresseerde stempel in mijn paspoort en een stapel papieren terug, die ik vervolgens achteloos aannam. Vervolgens is het een kwestie om naar customs te gaan en daar je stempels te laten zien. Hij controleert de boel (gelukkig hoefde ik niet mijn tassen open te maken deze keer) en stuurt je vervolgens weg. Dan kom je eindelijk bij de slagboom. De man bij de slagboom heeft als taak om ook nog even de stempels te controleren en vervolgens maant hij je weg.

En dan ben je in Turkije! Papieren voor de zekerheid zelf nog even controleren, oordopjes in, helm op, handschoenen aan ………. en je dan afvragen waarom je in godsnaam papieren meekreeg waar chisinau (hoofdstad van Moldavië) op staat. Naast mijn eigen papieren, was ik ook ineens trotse eigenaar van de voertuigregistratie van een ware Moldaavse mercedes 320 uit 2004. Handschoenen uit, helm af, oordopjes uit, motor weer op de jiffy en richting het loket waar ik het betreffende document weer af gaf.

Na een kwartier weer onderweg te zijn, komt erin volle vaart een Moldaavse Mercedes langs geknald. Blijkbaar zijn de papieren uiteindelijk weer bij de juiste eigenaar beland.

Het plan was om nog even een uurtje of 2 door te rijden en vervolgens een plek te gaan vinden om te kunnen slapen. Na een flink aantal bochten verder was het tijd om de kampeerroutine te gaan uitvoeren. Dit betekent dat je van de doorgaande weg afgaat, naar de kleinere weggetjes gaat en vervolgens de nog kleinere weggetjes probeert te zoeken. Als de nog kleinere weggetjes nergens blijken heen te leiden en het eindigt in een beschutte omgeving, dan weet je dat je je kampeerplek hebt gevonden. Dit leidt tot veel deceptie, maar soms leidt het ook tot succes!

IMGP0692

De volgende ochtend was ik weer vroeg op om op zoek te gaan naar eten en drinken. Dit bestaat uit iets van brood, fruit en water. Aangezien ik altijd eerst nog even wat kilometers wil maken het eerste uur en aangezien ik lekker afgelegen zit en het lekker rustig, relaxed rijden is, stuur ik eerst nog even een tijdje voordat ik bij een dorpje stop.

Zodra je met een bepakte motor stopt, weet je dat je aandacht gaat krijgen. Je kan dan ook niet zomaar eten halen en naast de motor opeten. Je moet meekomen naar het lokale thee-cafe, mannen staan op om je de beste plek te geven, je krijgt thee met veel te veel suiker en de oude mannen komen vrolijk tegen je aan praten in het Turks. Dat levert altijd erg vermakelijke gesprekken op!

Dit keer zaten twee oude mannetjes bij mij aan tafel (en uiteraard stonden er nog een aantal bij mijn motor of waren van een afstand aan het toekijken). Op de vraag wat al die vlaggen in de stad deden en waarom er zo’n herrie was op straat met muziek en toespraken, werd mij duidelijk dat er verkiezingen waren. Dit leidde vervolgens tot een “ruzie” tussen de oude mannetjes over de stemkeuze die gemaakt moest worden. Vervolgens was ik toch ook wel nieuwsgierig geworden of er een helmplicht is in Turkije. Iedereen rijdt zonder helm en beschermende kleding is al helemaal niet ter sprake. Het zijn dan wel kleine “brommers”, maar toch gaan ook die dingen minstens door tot de 100.

P1020094

Het bleek dat die er wel was, maar de politie doet toch niets. Bovendien, waarom zou je een helm op doen als je maar een paar kilometer hoeft te rijden? In het Turkse verkeer zou ik voor 100 meter al een helm opzetten en mijn pak aan doen!

Couchsurfing

Een handig manier om mensen te leren kennen en om gratis te overnachten is couchsurfing. Met de gelijknamige site kan je aangeven op welk moment, je waar een overnachting nodig hebt. In Silistra (Bulgarije) had ik mijn eerste couchsurf host gevonden. Een Bulgaars stel wilde mij wel ontvangen. Bij aankomst op de afgesproken plek kreeg ik een bericht dat ze er direct aankwamen; ze waren nog met vrienden aan het drinken. Dat beloofde dus veel goeds! Ik werd zéér gastvrij ontvangen. Motor in de garage, mijn eigen slaapkamer en een snelle rondleiding. Vervolgens werd ik voor de keuze gesteld, of ik mocht gewoon bij hen thuis blijven, terwijl zij weer aan de drank gingen, of ik mocht mee. Uiteraard was de keus snel gemaakt en de rit ging over landweggetjes naar één of ander achteraf gelegen villa. Dit bleken ze met vrienden gehuurd te hebben om daar met z’n allen te eten en te drinken. De Bulgaarse muziek stond voluit te knallen en ik kon direct aanschuiven met eten en drinken. Vlees, brood en groente weggespoeld met een ondefinieerbaar drankje die ik door een goedlachse Bulgaar meteen in mijn handen gedrukt kreeg. Geen idee wat het was, maar het smaakte prima. Het glas kwam dan ook niet meer leeg. Constant werd de fles gepakt en mijn glas gevuld. De goedlachse Bulgaar bleek een thuis destilleerder te zijn, net als anderen aan tafel, en hij had er nogal aardigheid in dat ik zijn drankje het best vond. Voordat ik wist was ik na een aantal glazen bezig met het leren van één of andere Bulgaarse volksdans. Uiteraard niet te doen, maar zeer vermakelijk. Gelukkig vond de goedlachse Bulgaar het al snel genoeg en hij trok me uit de kring. Hij had een nieuwe les voor me……..zonnepitten ontleden. Je ziet ze hier erg veel pitten open bijten en de schil vervolgens vakkundig uitspugen. Ook die kundigheid was mij, tot vermaak van anderen, niet weggelegd. Al met al een zeer geslaagde avond. Op mijn vraag de volgende dag hoe laat ik eigenlijk ging slapen, kwam het antwoord dat bij mij om 11 uur al het licht uit ging. Misschien had ik naast die zelfgebrouwen rotzooi toch ook nog de karnemelk moeten drinken, zoals me op het hart werd gedrukt door diverse anderen.

De volgende ochtend hebben we de kater weggespoeld met een aantal koppen koffie bij één van de lokale koffietentjes. Bij vertrek kreeg ik nog het advies om via een bepaalde route richting Turkije te rijden. Braaf als ik ben sla ik de route op en ga op pad. Nadat ik de stad uit ben, ligt het er ineens, honderden kilometers glad, glooiend en bochtig asfalt. Van snelle doordraaiers tot haarspeldbochten en van s-bochten tot haakse hoeken. Allemaal hebben ze één ding gemeen, er zijn geen gaten in het asfalt en het asfalt ligt er loei strak bij. Bulgarije, wat een prachtig stukje werk! Na dagen van gaten, oneffenheden en grind is dit een compleet ander avontuur. Mensen kijken op en springen aan de kant, langs de weg vastgeketende koeien kijken verschrikt op en honden komen me achterna. De Tenere brult!

Een aantal dagen in landen waar geen verkeersregel lijkt te gelden, doet niet veel goeds met de sociale verkeersetiquette. Waar de Bulgaren van het type sociale rijder zijn, ben ik de schavuit die geen wet of regel lijkt te kennen. Het inhaalvirus heeft mij te pakken en geen Bulgaar is veilig. Zebrapaden en rangeerstrepen zijn leuk voor de opmaak, maar hebben verder geen betekenis. Overal staan nietszeggende verkeersborden. Hier wordt echter één uitzondering op gemaakt………. “pas op bochten”!

Hoe dichter de Turkse grens wordt bereikt dienen zich nog andere wegmisbruikers aan. Het zijn de Turken die weer op weg zijn naar huis. Zij laten nog een veel verfijndere techniek zien hoe (niet) om te gaan met verkeersregels. Ik word weer met beide benen op de grond gezet. Ik ben weer dat lullige obstakel, die gepasseerd zal moeten worden. Ik word gedegradeerd tot kwajongen. Als echter de zon doorbreekt boven het bochtencircuit van Bulgarije, is het er dan toch…………….puur rijdersgeluk!

Verkeersregels

Verkeersregels worden voornamelijk gemaakt door het rijgedrag van de weggebruikers. In Oekraine is dat vrij simpel, je gaat net zo hard als je kan of dat de weg het toe laat. Al de oude lada’s (of soortgelijke), de afgeladen stink bussen en de landbouwvoertuigen worden vooral beperkt door de eigen topsnelheid. Op de motor word je met name beperkt door de kwaliteit van het wegdek. De drukste doorgaande wegen zijn het meest verraderlijk. In plaats van spoorvorming kan je beter spreken over greppelvorming, die nog eens extra versterkt wordt door dijken van opgestuwd asfalt. Daarnaast zijn er nog allerlei andere oneffenheden, waardoor je constant je spoor moet zoeken. Handige gidsen hierin zijn vrachtwagens. Deze hebben altijd haast en proberen zo snel mogelijk op plaats van bestemming te komen. Alle diepe geulen weten ze te vinden en ze slingeren dan ook constant van de meest linkerbaan naar de meest rechterbaan. Kwestie van het spoor van de vrachtwagen kiezen en allerlei andere maniacs maar laten passeren. Uiteraard moet er zoveel mogelijk worden ingehaald. Hier moet je dan ook constant op verdacht zijn. Onderscheid tussen binnen en buiten de bebouwde kom wordt niet gemaakt. Zodra de weg goed is, moet je gas geven om toch nog de gemiddelde snelheid zo hoog mogelijk uit te laten komen.

Het word interessanter op de secundaire wegen. Dan heb je ook nog eens te maken met gaten in het asfalt. Voordeel is dat de snelheid van iedereen dan wat lager is, zodat je zelf ook minder een obstakel bent. Ontwijken is over het algemeen geen probleem, maar af en toe is een flinke klap niet te vermijden. Wanneer het echt leuk wordt, is wanneer de tertiaire wegen beginnen. Zodra dat het geval is krijg ik een seintje van de vrachtwagens dat ik kan inhalen. Het gas gaat er bij de vrachtwagens en de auto’s vanaf en ik kan vervolgens, al staand op de stepjes, overal langs heen sturen. Dansend tussen de gaten haal ik al de maniacs weer in. Een wendbare allroad is hier dus zeker aan te raden!

Opvallend is dat ik één van de weinige motorrijders ben. Buiten de steden zie je ze al helemaal niet. Constant worden dan ook de hoofden gewend als ik voorbij kom. Uiteraard ben ik dan ook nogal smerig geworden, maakt mijn motor soms nogal een ééncilinder herrie en zie ik er, volgens een Oekrainse, uit als een kosmonaut.

Dat Oekraïne, ten opzichte van de EU landen, toch nog ver achterloopt is niet alleen te zien aan de staat van de infrastructuur, maar ook aan de voertuigen en de gebouwen.

P1020081

Dit geldt niet alleen qua buitenkant, maar ook de binnenkant doet vaak denken aan oude Sovjet tijden. Op zoek naar een hotel in Kam’yanets’-Podil’s’kyi  sprak een man mij aan. Uiteraard sprak hij geen woord Engels en ik geen woord Russisch, maar het werd hem wel duidelijk dat ik op zoek was naar een hotel. Hij ging mij voor naar een groen gebouw, waarvan mij steeds onduidelijk is of het wel een echt hotel is. De motor kon ik achter het hek naast een militair opleidingsplaats zetten, waar ook nog eens een waakhond rondliep. Voor mij reden genoeg om in te gaan op het aanbod van omgerekend zo’n 6 euro voor een overnachting. Er werden meteen allerlei mensen gebeld en er werd druk tegen mij aangepraat door, naar mijn idee, de eigenaresse. Waar het over ging, geen idee! Een uur later stond in ieder geval mijn motor veilig, had ik een visitekaartje van de lokale motorboer en zat ik in een zojuist schoongemaakt en nogal roze omgeving.

P1020085 P1020086

Een groot voordeel van de kamer was dat er in ieder geval geen ontbijt inbegrepen zat. De dag ervoor zat ik in een prima guest house in L’viv. Voor 7 euro inclusief ontbijt ook weer een redelijk koopje. Na ontwaken en klaarmaken voor vertrek liep ik daar de keuken in voor mijn ontbijt. P1020084 Op de achtergrond hoorde ik al flink gerommel en het geluid van kookwerkzaamheden. Alles duidde op een lekker eitje. Dat vermoeden was juist, maar naast het half gebakken eitje, werden er aardappelen geserveerd, gebakken champignons, bietensalade, brood en om het allemaal weg te spoelen een kan thee. Een flink maal om 8 uur ‘s ochtends. Al snel schoof er een Oekraïner aan tafel die, nadat hij hoorde dat ik uit Nederland kwam, spontaan Nederlands begon te praten. Hij studeerde in Nederland en was tijdens zijn vakantie gaan liften naar Oekraïne. Mijn opmerking over het nogal heftige ontbijt hoorde hij al lachend aan. Hij beklaagde zich vervolgens over de sandwich en het kopje koffie als ontbijt in Nederland.

Moldavië lijkt toch een hele stap meer gecultiveerd. Dat merk je  direct terug aan de infrastructuur, die slecht, maar wel een heel stuk beter is. Ook zie je hier veel “mogelijk gemaakt door de EU”-stickers, dus de gecultiveerde aanblik heeft mogelijk ook te doen met Europees geld. Belangrijkste product dat Moldavië lijkt te produceren is wijn. Een bekende toeristische attractie is dan ook het ondergrondse wegenstelstel (Cricova) waar de wijn opgeslagen is.

P1020089

Op mijn vraag of ik met de motor naar binnen mocht, keken ze me nogal ontkennend aan. Het bleek een meer dan honderd kilometer lange gangenstelsel waar je alleen op afspraak met een treintje naar binnen kan. Over vier dagen was er weer plaats voor mij. “Helaas” zit ik over vier dagen al ergens in Turkije.

De prijzen zijn in Moldavië ook een stukje hoger. Uiteindelijk vond ik op internet een hotel dat redelijk dicht in het centrum zit voor 17 euro per nacht. Uiteraard kwam ik midden in de spits aan en hoofdsteden in de spits zijn over het algemeen druk. Chisinau is geen uitzondering. Het zoeken naar het juiste hotel werd hiermee niet vergemakkelijkt. Helemaal ook omdat mijn GPS de hele straat niet kende. Na diverse malen aangesproken te zijn door dronkelappen en andere Moldaviërs, kwam er uiteindelijk een nieuwe volvo xc90 voorrijden. Hij bleek ook een motorrijder en wilde mij wel naar het hotel gidsen. Hij gaf me meteen zijn nummer voor eventuele problemen die ik mocht ondervinden terwijl ik in Moldavië was. BLijft een mooie community de motorrijders! ‘s Avonds ben ik vervolgens wat wezen eten met Eri die met een scooter van Irkutsk 15.000 km naar het westen is gereden en vervolgens bij de Moldavische grens pas werd tegengehouden omdat ze geen kentekenbewijs had.

Morgen langzamerhand naar Turkije via Roemenië en Bulgarije. De motor doet het fantastisch en het is zeker geen straf om weer een paar honderd kilometer te gaan rijden.