Beroofd en berooid of een veilige doortocht?

Nog 60 kilometer naar de Mexicaanse grens….nog 50…..nog 40. Zal het echt zo’n chaos zijn aan de grens? Zijn het echt de drugsbendes die de boel daar voor het zeggen hebben? Nog 30…..nog 20. De spanning neemt toe. Zullen ze een eenzame motorrijder met rust laten of zullen ze me overvallen en me ontdoen van al mijn bezittingen? Nog maar 10 kilometer van de grens verwijderd. Ik vind een plek waar een verzekering afgesloten kan worden en dan waag ik het erop, de laatste kilometers naar de grens.

Het is erg rustig op de weg, dus voordat ik het weet zie ik de grens al opdoemen. Verbazingwekkend genoeg is er niets van een rij te bekennen. De motor hobbelt over een paar verkeersdrempels heen en dat was……de grens met Mexico; nog nooit was een grensovergang zo makkelijk. Niemand heeft me gestopt of om mijn papieren gevraagd. Na een aantal kilometer wordt de euforie over zo’n makkelijke grensovergang toch wat getemperd. Ik heb geen stempel van Mexico in mijn paspoort. In een compleet andere wereld, besluit ik door te rijden en om me dan maar bij een politiebureau te melden. Na zo’n tien kilometer rijden, zie ik echter een bord die in het Spaans zegt dat toeristen rechtsaf moeten. Na betaling van een tiental euro krijg ik dan toch mijn stempel. “U mag 6 maanden in Mexico verblijven”. Ik mag mijn weg vervolgen zonder dat er ook maar een blik is geworpen op mijn motor of mijn bagage.

Gespannen rijd ik vervolgens verder. Het stikt hier immers van de drugsbaronnen en andere criminelen. Waarschijnlijk ben ik een gelukkig man, want nergens zie ik ook maar iets van dreiging. P1020533 Totdat…… ik dacht dat vuurwapens hier verboden waren? Blijkbaar heerst hier alleen agressie vanwege het aantal bochten dat het land telt, want voor mij gaan de handen omhoog en bij een tankstation krijg ik de uitnodiging van de pompmedewerkster om haar als reisgenoot mee te nemen. De enige dreiging zit in mijn hoofd. Voordat ik het weet heb ik zo’n 200 kilometer afgelegd en rijd ik Hermosillo binnen. Ik heb me voor niets bang laten maken.

Na 3 weken kamperen en elke dag gereden te hebben, is het tijd om wat te relaxen. P1020522 Ik besluit om een aantal dagen in Hermosillo te blijven. In mijn beste Spaans boek ik een hotelkamer voor een paar dagen. Spaans, ooit een cursus gedaan, maar het niveau van ‘baby spaans’ ben ik nooit ontgroeid. Mexicanen blijken echter super vriendelijke mensen en met een lachend gezicht word ik verbeterd en heb ik mijn kamer geboekt.

Die avond drink ik een aantal biertjes en eet ik nacho’s met Carmen, Liz en Dany. Nadat een aantal biertjes uitgroeien naar een aantal biertjes meer, krijgen we de rekening geserveerd. “Wat? Zo weinig?!” Voor nog geen euro heb je hier al een flesje bier en eten is hier ook niet duur te noemen. En dat de prijs niets zegt over de kwaliteit wordt in deze dagen ook al snel duidelijk. Burritos, Taco’s, Tortilla’s, Gorditas, Quesadilla’s, Enchaladas…..voor mij allemaal hetzelfde met als voornaamste overeenkomst, de smaak. Heerlijk! In Mexico kan ik me de komende tijd met het eten wel vermaken.

Na een aantal dagen, bij zo’n veertig graden, gerelaxed te hebben in Hermosillo is het tijd om Mexico verder te verkennen. IMGP1530 Over een slingerende weg rijd ik langzaam naar het oosten. Langzaam, want de weg is erg onvoorspelbaar. De ene keer is het gaaf asfalt, maar midden in een bocht kan er maar zo een gat in het asfalt zitten of een steen op de weg liggen. Het is erg rustig en de omgeving is wonderbaarlijk mooi.

Aangezien er een stempel voor 6 maand in mijn paspoort staat, heb ik besloten om de tijd te nemen voor Mexico. Zodra ik dan ook een bord zie met ‘Basaseachic’ besluit ik om daar maar eens een kijkje te nemen. Meerdere mensen hebben me er op gewezen dat er een mooie waterval zou moet zijn. Ik parkeer mijn motor onder toezicht oog van een Mexicaan die mijn motor wel wil bewaken, en begin de speurtocht naar de waterval.

Snikheet en die rare ‘Gringo’ loopt in zijn complete motoruitrusting. Dat ik geen ‘Gringo’ ben is bijzaak, want als blanke word je toch al snel ingeschat als Amerikaan. “Hoe ver is het nog lopen?”. “500m.”…..”Is het nog ver?” “Ja, een paar kilometer”. IMGP1550 Hoe verder ik loop, hoe verder het lijkt te worden. Maar dan eindelijk na een zware afdaling kom ik eindelijk aan bij de waterval. Na een paar foto’s ga ik weer omhoog om compleet doorweekt van het zweet weer aan te komen bij mijn motor. De ‘bewaker’ staat nog steeds bij mijn motor. “Waar slaap je vannacht? Je kan je tent hier wel opzetten.”. Slaapplaats geregeld en de burittotent op het terrein maakt de speurtocht naar voedsel ook niet moeilijk.

De volgende dag pak ik de boel weer op en ga richting de ‘Barranca del Cobre’. IMGP1606 Een fantastisch natuurgebied dat doorkruist wordt door diverse offroadpaden. Een ideale uitdaging voor mij en in mindere mate voor de Tenere, de alleskunner. Afgedaald via een zandpad bezaaid met keien kom ik, na een aantal spoorlijnen overgestoken te zijn, in een klein dorpje. Blijkbaar is hier iets gaande, want ik zie een hoop mensen op straat en de ‘policia’ loopt rond met een automatisch geweer. Misschien moet ik mijn ontdekkingsreis door de Mexicaanse keuken maar in een ander dorpje voortzetten. Die bevestiging komt al snel, een vrachtwagen vol gemaskerde militairen komt voorbij geraasd. Er volgt een tweede, een derde en mijn honger is al in die mate gedaald, dat ik het wel vol kan houden tot het volgende dorpje.

Het gaat omhoog, omlaag, een haarspeldbocht naar links om vervolgens weer naar rechts af te buigen. De motor voelt goed aan en staand op de stepjes berijd ik in een lekker tempo de gravelpaden. Prachtig weer, prachtige uitzichten, uitdagende gravelwegen en een goed lopend machientje, de beste ingredienten voor een motoravontuur.

IMGP1603

Haarspeldbocht naar links en…..een klein ‘foutje’ doet me iets dichter bij de rand van de weg brengen dan ik eigenlijk zou willen. Dat betekent een nieuw, ongewenst, ingredient in het motoravontuur, verstand. “Het loopt hier steil af, zonder ook maar een vorm van omheining!”, “Als er nu een auto van de andere kant komt heb ik een probleem!”, “Als ik onderuit ga, dan moet ik zorgen dat ik niet naar rechts val.”. Teveel van dat soort gedachten laten je rijden als een natte vaatdoek. Grappig hoe het mentale aspect in deze werkt. Krampachtig rijd ik plichtmatig verder. Na een korte stop, kan echter een lange slingerende afdaling worden ingezet en weer geschoond van enige vorm van negativiteit rijd ik de berg af. De ongedwongen afdaling is echter maar voor korte duur! Wat nu weer?! Ik krijg last van mijn nek, ik kan niet meer in mijn spiegels kijken en mijn rem- en koppelingshendel zijn ineens naar boven verplaatst. Door de trillingen zijn de bouten van mijn stuur los geraakt. Elke keer als ik iets teveel druk zet op mijn stuur, zakken mijn spiegels weer een beetje verder weg. Aangezien het al weer halverwege de middag is, besluit ik om de motor als caferacer naar beneden te rijden en om in het dorp een hotel te zoeken om de boel weer eens vast te draaien.

Onderaan de berg rijd ik een klein dorpje binnen. Op zoek naar een hotel sla ik een brede weg in. “Dit moet de doorgaande weg zijn.”. Al snel blijkt de weg aan beide kanten dood te lopen. Ik vraag dan ook maar of er ergens een hotel is en ik word al snel verwezen naar de andere kant van het dorp. Als ik een aantal uur later langs de brede weg loop op zoek naar een supermarkt, wordt mij al snel duidelijk waarom de brede weg aan beide zijden is afgesloten…..het blijkt een vliegveld. Een klein vliegtuigje is net geland en staat nu geparkeerd aan de kant van het vliegveld.

De volgende dag beloofd weer een offroad dagje te gaan worden. IMGP1613 Volgens mijn wegenatlas is er een pad van zo’n 100 kilometer ergens tussendoor naar het volgende dorpje. De weg begint overwegend vlak en zonder al te veel moeite rijd ik over een pad langs het water. Her en der moet ik wat stukken met keien zien te overleven en rijd ik door modderplassen. Kennelijk heeft het vannacht geregend.

Na een tiental kilometer sta ik ineens voor een pad, met een flink hellingspercentage. Het pad is bezaaid met stenen en gaten. IMGP1619 Geen idee hoe de rest van de weg is, besluit ik toch maar om omhoog te gaan. De Tenere lijkt weinig moeite te hebben met de stenen en al zwetend baan ik me een weg omhoog langs diverse haarspeldbochten. Toch iets meer inspannend dan een rit over asfalt, besluit ik om op een iets vlakker stuk de motor even stil te zetten. P1020539 Dat had ik beter niet kunnen doen. Mijn TKC80 achterband heeft inmiddels al weer zo’n 13.000 kilometer achter de kiezen, dus die is niet heel ver meer weg van vervanging. Zodra ik gas geef, verlies ik grip om een fractie later ineens toch weer grip te krijgen. Al het vermogen van de Tenere komt vrij en voordat ik het weet wordt de motor onder mij weg geslagen.

Op een gravelweg met een hellingsgraad blijkt het wel heel lastig om de boel weer overeind te krijgen. Wat ik ook doe, de motor komt niet meer op z’n wielen terecht. Aangezien ik geen andere optie zie, besluit ik om terug te lopen naar het laatste dorpje dat ik gepasseerd ben.

Beneden aan de berg is een man zijn pickup aan het voorzien van koelwater vanuit de rivier. De man blijkt omhoog te gaan en wil mij wel helpen. Het is al heet en ik zweet dan ook al als een gek. Dit gaat voor de man ook niet onopgemerkt en hij geeft aan dat er achterin de auto koud bier ligt. Op de een of andere manier hebben Mexicanen altijd en overal koud bier. Ondanks dat de tijd mijn zin in bier niet bepaalt, weiger ik toch maar. Aangezien het 10 uur ‘s ochtends is, heb ik nog een aardige weg te gaan met de motor.

Niet alle verkeersdeelnemers hebben hetzelfde idee. Achter ons rijd een man in z’n pickup als een gek de berg op. Zodra we zijn gestopt om mijn motor overeind te zetten, komt hij voorbij gesuisd om bijna over de motor heen te rijden. De man stapt uit, gooit zijn lege bierblik op de grond, pakt een nieuwe en vraagt of hij kan helpen. Aangezien de motor al weer op rubber staat, is dat niet meer nodig. Dat antwoord lijkt het signaal voor de man om de race naar boven weer voort te zetten om vervolgens ook weer net zo abrupt achteruit rijdend naast ons weer tot stilstand te komen. Hij schreeuwt wat in het Spaans en spuit vervolgens weer weg. Met de vertaling van mijn helper begrijp ik uit het verhaal dat de weg naar boven niet beter wordt en dat ik met mijn zwaar bepakte motor veel moeite zal hebben. Aangezien ik alleen ben, besluit ik dan toch maar om deze keer het verstand te laten spreken……ik ga terug.

Via gravelwegen beland ik uiteindelijk op een doorgaande weg richting Chihuahua. IMGP1629 Tijd om weer een stad aan te gaan doen. Chihuahua is een middelgrote stad in het noorden van Mexico. Ergens in het centrum van de stad vind ik een hotel en na geinstalleerd te zijn, ga ik op zoek naar iets van een cafe. Meteen om de hoek stopt mijn zoektocht al, want daar schalt de spaanstalige muziek uit de speakers en wordt er druk doende Spaans gesproken. Het blijkt een traditionele cantina te zijn, alwaar je voor haast supermarkt prijzen een biertje kan drinken. Zittend aan de bar kom ik in gesprek met mijn buurman Alexandro. Voordat ik het weet ben ik een aantal bier verder en beland ik in de auto met Alexandro en twee van zijn vrienden op weg naar een club. Daar gaat het drankgelag nog even verder om uiteindelijk met zes man in de auto te eindigen richting het huis van een van de nieuwelingen. Na nog een paar bier, het aanbod om de meest zuivere cocaine te proberen en een introductie in Mexicaanse kunst, ga ik weer naar het hotel.

De volgende dag is duidelijk geen dag om de motor al op te pakken. Bovendien heb ik nog niets gezien van de stad, dus ik besluit om nog wat dagen in Chihauhau te blijven. Op de een of andere manier hebben de steden hier iets aantrekkelijks, iets warms. Misschien is het de Spaanstalige muziek die her en der uit de speakers schalt, misschien zijn het de mensen die her en der op de bankjes zitten, de marktjes of gewoon de gehele aanblik van de stad.

Die avond beland ik weer in een bar waar Sara me introduceert met Sotol. Voor de liefhebber, Sotol hoort thuis in het rijtje met Mezcal en Tequilla en is volgens de marketingkreet iets om van te houden als je Tequilla lekker vindt. Tequilla is voor mij een ongewenst monster, die iemand tussen het bier drinken ineens voor je neus zet. Sotol geeft me echter de indruk dat ook hier van te genieten is. Na een geslaagde avond spreek ik met Sara de volgende dag af om wat van de stad te zien. Ze rijdt me rond en introduceert me dit keer met Montados. Weer een Mexicaans gerecht dat naar mijn idee gewoon een tortilla is, maar ook net zo goed, en uiteraard pittig, smaakt als een tortilla. Na een paar dagen in Chihuahua begint het echter weer te kriebelen; de motor staat alweer te lang stil en ik mis de trilling en het gestamp van mijn een-cilinder.

Een paranoide race door de USA!

Zwaailichten, geluidssignalen, alle toeters en bellen…………….nu ben ik dan echt de klos! Ik stuur de motor de berm in en realiseer me dat dit wel eens een duur grapje kan gaan worden.

In elk land waar ik kom, kan ik mijn motor verzekeren aan de grens. Dit blijkt in Canada en in de USA echter niet zo makkelijk te gaan. Elke staat heeft zijn eigen verzekering en ik zou dan in elke staat een verzekeringsmaatschappij moeten zoeken die mijn motor wil verzekeren. Na het bezoeken van verschillende verzekeringsmaatschappijen krijg ik als antwoord dat ik mijn motor eerst moet importeren. Aangezien dat helemaal niet mijn bedoeling is en alleen maar zal leiden tot problemen in de andere landen die ik ga bezoeken, is dat geen optie. Ik besluit om het via Europa te proberen. “De kosten zijn 205 euro voor een maand en dan vergoeden we tot 20.000 dollar. De verwerkingstijd is 10 dagen.” Vanwege de belachelijke vergoeding, de hoge kosten en lange verwerkingstijd, besluit ik het erop te wagen om zo ‘snel’ mogelijk door de USA te gaan zonder verzekering.

Wachtend tot de agent uit de Ford Mustang patrouillewagen gaat stappen om mij te bekeuren, zie ik de auto echter met onverminderde snelheid in mijn spiegels naderen. Vol gas komt hij voorbij! P1020519 Even verder op blijkt een bocht te scherp te zijn geweest voor een Harleyrijder. Veel wegen, met uitzondering van deze smalle weg met krappe bochten, lijken gemaakt voor de Harley. Zodra er echter een ongelijkheid is in de weg, dan wordt dit duidelijk aangegeven met borden. De Yamaha heeft echter nergens last van en dendert gewoon overal over- of doorheen.

Bij elke aanblik van een politiewagen of een agent slaat de paranoia weer toe. Ik probeer agenten zoveel mogelijk te ontlopen door mezelf zo netjes mogelijk te gedragen in het verkeer. Zodra ik een patrouillewagen zie, zorg ik ervoor dat ik achter de wagen terecht kom. Een aanhouding kan resulteren in een honderden dollars dure boete, afsleepkosten en een verblijf van 10 dagen in een hotel om alsnog mijn verzekering te regelen. Mijn tactiek lijkt aardig goed te werken, totdat ik een “mr. Orange-achtige situatie” (zie de film Reservoir Dogs) niet kan ontlopen.

Zodra ik mijn motor parkeer bij de pomp van een tankstation zet tegelijkertijd een agent zijn patrouillewagen op de parkeerplaats. Gelukkig kan ik bij de pomp zelf pinnen en kan op die manier een confrontatie met de lokale sherrif ontlopen. “Het pinapparaat is buiten gebruik, betaal bij de kassa.”. Het valt me op dat een van de agenten naar mijn motor kijkt. Zo nonchalant als mogelijk zet ik mijn meest stoere blik op en loop naar binnen. De andere agent staat bij de kassa en praat met de bediende. In afwachting tot de agenten weer vertrekken, besluit ik om eerst wat voedsel te halen, zodat ik meteen een plek kan zoeken om te kamperen. IMGP1452 Zodra ik echter mijn noodles, chips, water en bananen bij elkaar verzamelt heb, staat de agent nog steeds te ouwehoeren bij de kassa. Ik loop naar de kassa, kijk de agent verongelijkt aan en gooi mijn producten op de balie. “En 7 dollar op pomp 7!”. De bediende scant mijn producten en de agenten nemen afscheid en gaan weer op pad. Lucky number 7!

Via de kustroute zak ik langzaam af naar het zuiden. IMGP1446 Hoe verder ik richting het zuiden kom, hoe warmer het wordt. Mooie bochtige wegen worden afgewisseld door saaie brede doorgaande wegen. Het is duidelijk dat toerisme hier een belangrijke bron van inkomsten is. Overal zijn er ‘state parks’ en zie je borden met advertenties voor staplaatsen voor campers (RV’s). De meeste toegangswegen naar bossen, of open velden zijn afgesloten voor verkeer om te voorkomen dat er wordt wild gekampeerd.IMGP1445 Dit maakt het heel wat moeilijker om hier een plek te vinden om te kamperen zonder een kapitaal kwijt te zijn. Ze durven hier op sommige plaatsen 37 dollar te vragen voor een staplaats.

Als ik weer op zoek ben naar een slaapplaats blijkt het onmogelijk om een plek te vinden. Overal staan borden ‘verboden te kamperen’ en hierdoor word je verplicht om op een betaalde kampeerplek te gaan staan. Zodra het begint te schemeren en de honger en vermoeidheid echt toe beginnen te slaan, blijft er haast geen keuze over. Ik probeer het nog even bij een zijweggetje en……..weer een hek. Voor het hek is echter ruimte genoeg om mijn tent kwijt te kunnen zonder in het oog te lopen voor de buitenwereld. Dat er her en der afval gedumpt ligt, kan me niet veel schelen. Je kan niet altijd even kieskeurig zijn met de plek waar je slaapt. IMGP1490 Zodra mijn tent staat, valt me op dat tussen het afval ook een vrouwentas met alle toebehoren is gedumpt. Vrouwenkleding, schoenen, makeuptasje …….gevolg van een straatroof, slapen hier al mensen, een verkrachting?! De omgeving sprong al in het oog door diverse auto’s die op verlaten plekken compleet gestript geparkeerd stonden. Dit maakt het er niet heel veel geruststellender op. Het is al te donker om er al teveel over na te denken, want een andere slaapplaats vinden gaat onmogelijk zijn. Die nacht schrik ik wakker van een geluid……….wat was dat? Zodra ik weer wegdommel, schrik ik weer wakker. Er is daar iemand buiten! Met de zaklamp in de aanslag rits ik de tent open. Zijn het de straatrovers? Zijn het de mensen die hier normaliter hun tijd doorbrengen? Zijn ze mijn motor hier ter plekke aan het strippen? Ik zie nog net een vogel verschrikt opvliegen. Na een onrustige nacht word ik de volgende dag wakker en pak mijn boel weer in om een state park te zoeken voor een warme douche. Elke dag probeer ik bij een ‘state park’ te stoppen om daar gebruik te maken van het toilet en een warme douche. Als een echte zwerver baan ik me een weg door de diverse Staten.

Op veel plaatsen waar ik de tent op zet, vind ik hulzen van vermoedelijk jachtgeweren. Het blijft vreemd om in een land te rijden waar vuurwapens gewoon verkrijgbaar zijn. Zodra ik langs een Yamaha dealer rijd, stop ik even om een nieuw lampje te kopen voor mijn koplamp. Ik loop naar binnen en sta meteen voor de vitrine met vuurwapens en bijbehorende kogels. Toch nieuwsgierig of ze echt zo makkelijk te kopen zijn, vraag ik of ik naast het lampje ook nog een vuurwapen kan kopen. “Geen probleem! Je hebt alleen een bewijs van goed gedrag nodig en je kan er eentje meenemen.”

Het eten in Amerika is gelukkig erg gevarieerd. Precies volgens alle stereotypen heb ik de keuze uit, Burger King, McDonalds, Wendy’s, Denny’s, A&W, Jack in the box en een legio aan lokale burgertenten. Aangezien ik toch al wat kilo’s ben afgevallen tijdens de reis, kunnen die hamburgers bij mij niet al te veel kwaad. Dit in tegenstelling tot sommige andere bezoekers. Obesitas is hier duidelijk niet vreemd. Voor mij zijn de legio aan burgertenten niet heel verkeerd, want de toiletten zijn altijd schoon en er is altijd wifi aanwezig. Met name de McDonalds die adverteert met ‘een dollar koffie’, ongeacht de grootte, is bij mij favoriet. Voor de burgers moet je echter bij de A&W zijn.

Overal waar ik stop om een hamburger te scoren, word ik aangesproken. Amerikanen zijn duidelijk altijd wel om een praatje verlegen. Harley rijders, fietsers, elke toevallige voorbijganger is geinteresseerd waar ik vandaan kom en waar ik heen ga. Een bepakte motor blijkt toch in elk land weer iets magisch te zijn. Zodra mensen horen dat ik door Mexico ga, krijg ik diverse reacties. Het komt er in alle gevallen op neer dat het gevaarlijk is bij de grens en dat het gecontroleerd wordt door drugsbendes. Ik kan beter met een groep gaan of zo snel mogelijk de eerste honderd kilometer afleggen zonder te stoppen. Dat belooft nog wat!

Via het park met de ‘red wood trees’ kom ik Californie binnen. Fantastische wegen die parallel lopen aan de hoofdweg, doen me langzaam al kronkelend afdalen richting San Francisco. Indrukwekkend hoge bomen rijzen op aan beiden kanten van de weg.

IMGP1480

Parken als deze worden door middel van grote doorgaande wegen met elkaar verbonden. Helaas gun ik me niet genoeg tijd om meer van deze parken te bezoeken. De entreeprijzen die bij sommige parken gelden, de prijzen van diverse andere producten en het niet hebben van een verzekering, doen me echter stimuleren om door te rijden.

Ik heb besloten om via Nogales Mexico binnen te rijden. Mijn vermoeden is dat La Paz meer toeristisch is en dat zou ook weer beteken dat ik een Ferry moet nemen van La Paz naar het vaste land. Een Ferry is altijd vervelend. Weer een extra afhankelijkheid en weer extra kosten.

Om naar Nogales te komen, moet ik door Californie, Arizona in. Zodra ik de Golden State bridge over ben, rijd ik San Francisco in. De hitte is al flink toegenomen. De hitte neemt alleen maar toe zodra ik in de woestijn van Arkansas ben. IMGP1471 Ik ben al snel flauw van de lange doorgaande weg door de woestijn, dus besluit om zo snel mogelijk deze weg weer te verlaten. Ik beland vervolgens in weer een nieuw natuurpark. In een fantastisch kloof, rijd ik langs een waterstroompje over de strak geasfalteerde bochtige weg. Altijd weer verrassend hoe een land verschillende aangezichten kan hebben.

Vlak voor de grens met Mexico besluit ik om mijn tent voor de laatste keer op te zetten in de USA. Gelukkig heeft de woestijn ook een voordeel, er is ruimte. Zodra ik een plek vind waar het niet omheind is, rijd ik de woestijn in. Nadat ik ver genoeg gevorderd ben, stop ik de motor en gooi de boel van de motor.

IMGP1522

Morgenvroeg zal ik het advies volgen …… met mijn motor afgetankt, mijn ketting gesmeerd, mijn olie gecontroleerd en mijn ontbijt genuttigd, zal ik de grens met Mexico oversteken.

Canadeze overlevingstocht!

Shit! Verkeerde vliegtuig!? Kan niet anders! Ik ben op Schiphol geland! Overal waar ik loop stijgt er een walm van wiet op. Het blijkt echter toch Vancouver te zijn, waar ik beland ben. 20150912_132101 Een stad met een vreemd contrast tussen kansloos en kansrijk. Nog nooit heb ik in een stad zo’n scala aan nekverdraaiende auto’s voorbij zien rijden. De ene Ferrari wordt afgewisseld door de ander om vervolgens opgeschrikt te worden door het 12 cilinder geluid van een Lamborghini. Op het voetgangerspad waar ik voor het stoplicht sta te wachten liggen de “potheads” op straat met een karton met de tekst “geld voor wiet alstublieft”. De hele straat ligt bezaaid met, naar mijn idee, vastgelopen backpackers, die voor een leven op straat hebben gekozen. Allen voorzien van een kartonnetje met uiteenlopende redenen om geld te moeten ontvangen. Terwijl ik verder ronddwaal door de stad beland ik in West Hastings street. Hier moet het zijn geweest, waar menig zombiefilmregisseur zijn inspiratie heeft opgedaan. Een straat vol met ‘lijken’! Voor mijn ogen zet iemand een naald in zijn arm. Mensen liggen als verdoofd op straat of komen met de blik op oneindig voorbij geschuifeld. Kilometers lange voetgangerspaden bezaaid met mensen die op straat liggen. Mensen op weg naar hun werk stappen achteloos over de liggende mensen heen. Ik kijk naar de overkant van de straat waar iemand uit de vuilnisbak een restje eten aan het plukken is en waar een aantal anderen waarschijnlijk net hun uitkering hebben doorgesluisd naar de lokale dealer. Het is druk in de bar waar wordt geadverteerd met goedkoop bier. Dan wordt mijn beeld verstoord door een zwart gevaarte, een nieuwe Bentley rijdt door de straat. Vancouver, vreemde stad!

Aangezien de douane mijn motor nog niet wil vrijgeven, ben ik genoodzaakt om in hostels te verblijven. Elk moment kan ik gebeld of gemaild worden dat ik mijn motor kan ophalen. Ik moet dus in de omgeving van een wifipunt blijven. In vergelijking met de reeds bezochte landen op mijn reis is Canada ineens erg duur. Eten is hier duur, hostels zijn ‘niet te betalen’ en een kroeg kan je hier beter ook niet bezoeken. Elke dag wacht ik weer vol spanning op het verlossende antwoord dat mijn motor is vrijgegeven. Eindelijk kan ik dan weer met de motor op pad en de kosten drukken door te slapen in mijn tent. Tien dagen lang moet ik wachten, voordat ik eindelijk dat bericht krijg! Al die tijd vermaak ik me met diverse hostelgenoten. De ene avond breng ik door in een Ierse pub met een 74 jarige directeur van een bedrijf die mango’s exporteert vanuit Mexico en de andere avond breng ik door met kamergenoten uit het hostel. Overdag slenter ik wat rond door Vancouver.

Op een van de die slentertochten loop ik ineens op tegen het fenomeen cheerleaders. 20150913_115948 Er blijkt een wedstrijd gepland te staan van de BC Lions. Blijkbaar een of andere uitgerangeerde American Football ploeg, want een uur voor de wedstrijd kan ik nog een kaartje kopen. Hoopvol neem ik plaats op mijn stoel om vervolgens toeschouwer te zijn van een van de saaiste sporten in de geschiedenis. Er is nog meer actie bij curling. 20150913_155333 Zodra een van de vele scheidsrechters met zijn gekleurde zakdoek gooit, ligt het spel weer stil. Dit gebeurt ongeveer 10 keer per minuut. Het voordeel van de sport is echter dat er per kwart gespeeld wordt en dat na elk kwart de cheerleaders weer het veld komen opstormen.

20150922_102617 Na tien dagen ben ik blij dat ik dan eindelijk het bericht krijg dat de motor is vrijgegeven. Mijn verpakte motor kan ik ophalen in de haven aan de andere kant van de stad. De reis kan eindelijk weer verder!

“Waar ga je heen?”
“Alaska!”
Dit antwoord heeft verschillende reacties tot gevolg, maar allemaal met een conclusie.

“Nu nog? Je bent veel te laat in het seizoen! Het sneeuwt daar al!”

Ondanks deze waarschuwing, besluit ik toch naar het noorden te gaan en te kijken hoever ik kan komen in Canada. Door de herfst geel gekleurde bossen kronkel ik me een weg naar boven.

IMGP1281

De natuur is fantastisch in dit gedeelte van Canada en het is echt gemaakt voor het buitenleven. Watersport, bergsport of vliegsport, je kan het hier allemaal doen. Dit maakt het voor mij ook weer mogelijk om mijn slaapplaats in het bos op te zoeken. Zodra ik een zandpad in sla zie ik de weg ineens met een flink gradient naar beneden gaan. De weg is flink aangetast door regenval en er lopen diepe geulen naar beneden. Ik realiseer me dat ik op moet passen en al staand op de stepjes kom ik uiteindelijk op een vlak stuk.

Shit! Het blijkt hier bewoond. Boerderijen met allen grote pickups voor de deur. Ik ben vermoeid en heb honger, maar realiseer me dat ik hier toch echt niet mijn tent kan opzetten. Ik draai de motor, zucht een keer met het idee dat ik nu de weg omhoog op moet, geef gas, schakel op…………ik schakelde toch op?!…..met een noodvaart gaat mijn motor achteruit de helling af. Het groene licht van de neutraal stand op mijn dashboard geeft mij niet de gerustelling die groen licht meestal geeft. P1020501 Ik probeer de motor nog in de versnelling te krijgen, maar moeder Canada sluit de Tenere al aan haar borst. Blijkbaar bevalt het de Tenere wel aan de moederborst, want met geen mogelijkheid krijg ik de Tenere weer overeind. “FUCKKKK!!”. Staand aan de doorgaande weg, wacht ik op een voorbijganger die me wil helpen. De eerste auto die voorbij komt, stopt en de man loopt met me mee naar beneden. Nadat de motor weer op de wielen staat, worstel ik me een weg omhoog om vervolgens de bepakking er weer op te pakken. Ik krijg nog even als waarschuwing mee, dat ik moet oppassen voor beren als ik ga kamperen. Ik heb echter de marketing truc van Canada al door. Ze waarschuwen toeristen dat er beren zijn om ze te lokken voor hun expedities, maar deze beesten bestaan alleen in sprookjes en dierentuinen. Na zo’n week gekampeerd te hebben in diverse bossen en na meer dan 1000 kilometer gereden te hebben, heb ik nog geen beer gezien. Achteloos zet ik dan ook overal mijn tent op.

Zodra ik weer ergens een mooie bossage heb gevonden waar ik achter kan gaan staan, gooi ik de bepakking van de motor. De tent wordt opgezet en als ik me dan opdraai kijk ik ineens recht in de ogen van een hertachtige. Waarschijnlijk een cariboo, maar wat ik wel zeker weet is dat het een mannetje is. IMGP1372 Met z’n grote gewei wijken zijn ogen niet van die van mij. Enthousiast pak ik de camera en maak een foto……de Cariboo blijft me aankijken.
“Hmmmm….is zo’n beest eigenlijk gevaarlijk als er ook nog twee vrouwtjes bijlopen? Valt zo’ n beest eigenlijk mensen aan?”
Totaal geen benul hebbend van het reilen en zeilen in de dierenwereld sta ik daar met een camera in de hand de Cariboo aan te staren. De eerste van de zeven kleuren heeft zich al van mij afgescheden. En dan ineens ……….een geluid……….de Cariboo schrikt op en kijkt de andere kant op. Als een malloot duik ik in mijn tent en kijk ik vanachter de tentingang toe hoe de Cariboo en zijn vrouwtjes door gaan met grazen. Pfieuw! Daar heb ik me weer als een ware ‘crocodile hunter’ uitgered!

Met een goed gevoel rits ik die avond mijn tent dicht en ga slapen. Dat duurt niet lang of ik word opgeschrikt door wel hele vreemde geluiden! Ik kan totaal niet thuis brengen wat dit nou weer is en via een kleine opening kijk ik naar buiten. In het donker zie ik weer verschillende herten staan. Blijkbaar maken die hertachtigen een nogal vreemd hoog geluid. Om mijn tent liggen er de volgende dag vele keutels en ik bevroed dat zich hier meer dan de drie gasten van de vorige dag hebben opgehouden.
Met een gevoel van dapperheid dat ik dit weer heb overleefd pak ik mijn tent in. Nog voordat ik de boel helemaal heb ingepakt, komt er een volgende ongenode gast langs. P1020514 Een wolf! Leven die beesten niet in roedels? Nog een wolf! Of is dat dezelfde? Wat ik van een wolf weet is dat ze schuw zijn, waarom kijkt deze mij dan aan en loopt vervolgens met een boog om mijn tent heen in plaats van weg te rennen? Tijd om mijn ervaring in het oppakken van de motor aan te spreken en een tandje bij te zetten. Zodra ik de motor wil starten zie ik twee wolfen de andere kant op lopen. Oef…..

Hoe hoger ik in Canada kom, hoe meer ik de uitspraak “Je bent te laat in het seizoen!” serieus ga nemen. De binnenvoering zit in de jas, alle ventilatieopeningen zijn dicht en meerdere lagen merinowollen shirts zijn over elkaar heen getrokken. Het wordt echt serieus kouder. ‘s Nachts lig ik in twee slaapzakken en hou ik nog wat extra kleren aan. Als ik ‘s ochtends wakker word, merk ik al snel dat het niet onverstandig was om nog wat extra kleren aan te houden. Mijn tent is bevroren! Het gras is voorzien van een laagje ijs en het is serieus koud. Het lijkt er echter ook niet warmer op te gaan worden…….sneeuw! IMGP1333 Mensen hebben me onderweg al gewaarschuwd dat het aan het sneeuwen was in Jasper op het moment dat zij door dat gebied gingen en dat kan ik dan nu ook bevestigen. Na een paar dagen doorbikkelen kom ik echter weer in lager gelegen gebied en het weer is ineens een heel stuk beter! Een zonnetje, een bochtig weggetje en een mooie omgeving, dat lijkt er meer op!

Op het moment dat het tijd wordt om een slaapplaats te zoeken voor de nacht, rijd ik door agrarisch gebied. De ene boerderij wisselt de andere af en van het ene dorpje beland ik een ander dorpje. Een kleine ramp als je op zoek bent naar een plek om je tent op te zetten. Zodra ik een staatspark passeer met de mogelijkheid om te kamperen rijd ik daar het terrein op. “Dat is dan 23 dollar meneer.” 23 Dollar om mijn tent op te zetten?! Uiteraard komt mijn Nederlandse gierigheid weer boven “Dat vind ik veel te duur! Kan ik alleen gebruik maken van uw douche?”. Na een goede warme douche bereid ik me weer voor om mijn zoektocht naar een slaapplaats voor te zetten. Zodra ik wil opstappen komt de vrouwelijke beheerster op me af. “Mensen afkomstig uit BC en 65 plussers krijgen 50% korting. Aangezien ik het vandaag voor het zeggen heb en omdat ik het idee heb dat je de 65 toch al wel gepasseerd moet zijn, mag je hier staan voor 11,50.” Er zit nog een klein uurtje in de dag, dus ik besluit om nog een klein stukje door te rijden naar de volgende stad om wat te eten. Mocht ik dan nog geen plek voor de nacht tegenkomen, kan ik altijd gebruik maken van het aanbod. Die nacht slaap ik voor 11,50 op het staatspark, met als voordeel dat ik in de ochtend weer gebruik kan maken van de douche en niet hoef wakker te liggen van het Canadeze wild.

Na het drinken van de oh zo nodige koffie prepareer ik mezelf om weer op de motor te stappen. Op een parkeerplaats is het geen uitzondering dat mensen me aanspreken. Ook dit keer stapt er een man op me af, Alan. Hij blijkt een Schot te zijn en geemigreerd naar Vancouver. We praten wat en zodra er een andere man bijkomt en me een tip geeft over een plek om mijn tent op te zetten, biedt Alan me aan om bij hem te overnachten. Hij heeft een “shed” in de tuin en ik kan daar wel slapen. Ik rijd achter hem aan en beland in een mooie buitenwijk van Vancouver. Ik ontmoet zijn familie en ik kan aanschuiven bij het avondeten. Na een aantal goede wijntjes, gaat de kast open voor uiteraard……….de whisky! Een 18 jaar oude Talisker wordt ingeschonken. Na een goede avond duik ik de “shed” in en na een goede nachtrust en een goed ontbijt spring ik weer op de motor. Richting de grens dit keer. De grens met de USA zal vandaag overschreden gaan worden.

Vakantie op de Filipijnen!

Roetsj, roetsj……….een, twee, drie…..nog nooit zoveel kakkerlakken over straat voorbij zien flitsen. Blijkbaar schrikt de herrie en de vervuiling van het verkeer deze beesten niet af. Mensen liggen op straat en het is een drukte van jewelste. Voor banken staan bewakers met shotguns. Niet zozeer de shotgun schokt me, maar meer het feit dat ze een kogelriem met tientallen patronen denken nodig te hebben. Metropool Manilla, wat een cultuurshock na het zo verzorgde Zuid-Korea.

Aangezien het voor mij na zo’n 25.000 kilometer gereden te hebben vakantie is, boek ik mezelf een goedkoop hotel. De Filipijnen als bestemming is vooral een keuze gebasseerd op kosten en ik heb me dan ook totaal niet verdiept in het reilen en zeilen in het land. Dat blijkt al snel als ik ‘s avonds het hotel wil verlaten voor een zoektocht naar eten en een biertje. Als de hotelmedewerkster mij bij het verlaten van het hotel vraagt of er een taxi gebeld moet worden, krijg ik een aantal verbaasde en bezorgde ogen op me gericht als ik zeg dat ik ga lopen. “Oh nee meneer, u kunt ‘s avonds niet zomaar over straat lopen!” Eigenwijs als ik ben, ga ik die avond gewoon over straat naar een eetgelegenheid.

Het word me al snel duidelijk dat niet alle buurten in Manilla even veilig voor mij zijn. Ondanks de meer dan 20 miljoen mensen die er wonen, ben ik toch vaak degene die aangestaard word. Intussen ben ik dat wel gewend als reizende motorrijder, maar als reiziger zonder motor is dat wel weer enigszins onwennig. Terwijl ik door veel taxichaufffeurs, hotelmedewerkers en mensen die ik ontmoet, word gewaarschuwd goed op te passen, kom ik alleen maar vriendelijke mensen tegen. Beleefdheid blijkt hier een groot goed, want overal spreekt men mij aan met “Sir” en helpt mij met van alles en nog wat. Zelfs het dekseltje van de koffie mag ik niet zelf op de koffie drukken.

Naast beleefd en vriendelijk blijken de Filipino’s en Filipina’s erg muzikaal te zijn. Er zijn veel verschillende karaoketenten te vinden in de Filipijnen en er is ook veel livemuziek in de diverse kroegjes. Als ik ‘s avonds laat zin heb in een biertje loop ik wat over straat op zoek naar een goede kroeg. Al snel word ik aangesproken door een jongen, die me verwijst naar de kroeg waar hij werkt. Er treden die avond verschillende bands op, dus ik besluit om aan de bar mijn San Miquel te gaan nuttigen. Aan de bar krijg ik te horen dat de eigenaar van het cafe een bekende Filipijnse zanger is. Ik heb totaal geen benul van de Filipijnse muziekindustrie, dus met een korte “Goh!” als antwoord, was dat onderwerp snel besproken. 20150824_200437 Zodra ik me echter realiseer dat ik aan de andere kant van de bar ongemerkt een ingelijst artikel uit de telegraaf over Freddie Aguilar aan het lezen ben, word ik toch wel nieuwsgierig naar zijn muziek. Een nummer die bij ons elk jaar weer in de top 2000 staat komt mij ten gehore. Nadat Freddie Aguilar me die avond ook nog de hand schud, kan ik die avond weer met een voldaan gevoel mijn hotelkamer opzoeken.

De volgende avond blijk ik bij een kroeg naar binnen te zijn gestapt, waar een bekende Filipijnse band blijkt te spelen. Geen idee hoe de band heet, maar de muziek klinkt goed. Ik blijf wat achter in het cafe hangen, zodat alle groupies vooraan ongestoord kunnen meezingen. Het cafe stroomt aardig vol en de band produceert, al ouwehoerend, een aantal prima klanken. Na weer een nummer voltooid te hebben, bedankt de zanger het publiek voor de opkomst.

“Het is weer lekker druk vanavond! Ik zie zelfs een buitenlander zitten. Waar komt u vandaan meneer?”

Ineens kijkt de hele kroeg om en kijkt mij aan. Ik bedenk me lachend hoe ongepast zo’n vraag zou zijn in Nederland. Dit maakt het voor mij in ieder geval duidelijk dat er maar weinig buitenlanders naar de Filipijnen zijn geemigreerd.

Naast de kroegjes is er niet heel veel te doen in Manila. Het is er altijd een chaos in het verkeer, dus het is ook niet zo dat je even snel een taxi pakt naar de andere kant van de stad. Toch vermaak ik me prima met even “niets” doen. Ik verblijf op verschillende plekken in Manila en overal is er wel een groot winkelcentrum te vinden met een bioscoop, een bar of een eettent. Het lijkt erop dat veel mensen in Manila hun vertier hier zoeken, want sommige winkelcentra zijn zelfs uitgerust met een ijs- of een bowlingbaan. Ik slijt mijn dagen met het bezoeken van de winkelcentra, cafe’s en met het kijken van films op HBO in mijn hotelkamer. Wel krijg ik van verschillende mensen te horen dat ik naar Palawan moet gaan om daar de mooie natuur en stranden te bekijken.

Uiteraard kan ik niet naar Palawan gaan alvorens eerst het Casino van Manila even bezocht te hebben. Voor de liefhebbers van het blackjackspel, ze spelen hier met 5 decks en early surrender. Volgens de berekeningen heb je met de regels die men hier hanteert een edge over de bank van maar liefst 0.2%. 20150908_004138 Dat gegeven en de gezelligheid blijken genoeg om een 12 uur durende marathonsessie aan te gaan samen met Camille; een speelster die alle statistieken weet te verslaan en daarom niet wil aannemen wat de basic blackjackregels voorschrijven. Na 12 uur spelen heb ik net mijn biertjes terug verdient, dus ik kan weer rustig slapen.

Het vliegtuig stijgt op en we lijken meteen al last te hebben van turbulentie. Dit gaat zo’n 20 minuten zo door, totdat de gezagvoerder oproept dat we terug gaan naar Manilla in verband met een probleem met het toestel. Na een kwartier wordt het duidelijk dat het neuswiel niet wil inklappen. Dat belooft wat voor de landing, een weigerend neuswiel. Het toestel schudt aan alle kanten als de landing wordt ingezet. Ik zit bij het raam en zie de landingsbaan dichter en dichterbij komen. De spanning neemt toe en dan ……BAM!….. Het toestel lijkt normaal te gaan landen. Ik ben echter pas gerustgesteld als we langzaam over de landingsbaan manoevreren naar de terminal. “Beste mensen, dit toestel gaat voor de hele nacht in onderhoud, dus er is een ander toestel geregeld.” Een hele nacht in onderhoud?! De volgende vlucht vertrekt een paar uur later en landt vervolgens na een uur vliegen zonder problemen in Puerto Princessa.

Ik besluit om een bus te nemen naar El Nido om daar een hotel te gaan zoeken. Het is inmiddels al 5 uur in de middag en de busreis naar El Nido zal nog zo’n 6 uur in beslag nemen. De busreis geeft een hoopvol beeld van Palawan, eindelijk na de drukte van Manila wat rust en natuur!

Tijd om weer wat geld te pinnen. El Nido is niet heel erg groot, dus na een korte zoektocht en geen pinautomaat gevonden te hebben, doe ik maar eens wat navraag bij de lokale bevolking.
“Nee, hier is geen pinautomaat.”
“Niet? Waar kan ik wel geld pinnen dan?”
“In Puerto Princessa.”
“Wat? Daar kom ik gisteren net vandaan. Dat is 250 kilometer…..een 6 uur durende busreis!”
“Dat is de dichtsbijzijnde pinautomaat.”

Ik heb weinig zin om weer 6 uur met de bus naar Puerta Princessa te gaan en dan weer 6 uur terug. Met het laatste cashgeld dat ik heb loop ik naar een motorverhuurder. Het meisje achter de balie lijkt niet zo’n hele harde onderhandelaarster en ik krijg de sleutels van een Yamaha XTZ125 en een bijpassende pothelm in de handen gedrukt.
” Uhm….hoe zit dat met een verzekering?”
“Verzekering?”
“Ja als ik een ongeluk krijg bijvoorbeeld.”
“Een ongeluk?! Oh meneer, u moet wel voorzichtig zijn hoor. Pas goed op u zelf!”
Duidelijk dat een verzekering hier geen vanzelfsprekend is. Ik loop naar de Yamaha, zet mijn pothelm op en start de motor voor drie dagen motorplezier op Palawan!

P1020476

De heenweg gaat voorspoedig. Voordat ik het weet zit ik in een race verwikkelt met een local. De local rijdt uiteraard voor mij en is niet van plan om die positie op te geven. Hij heeft als voordeel dat hij de bochten kent, maar mijn Yamaha loopt net ietsjes sneller op het rechte stuk (topsnelheid van 100 km/u op de teller). Nadat de local mij iets te vaak omkijkt en ik me realiseer dat het iets te gek wordt als hij ook nog eens in afdalingen vakkundig over het stuur gaat hangen, ga ik maar van het gas af.

Ik zet mijn reis dan ook een paar tandjes rustiger voort en ik sukkel wat door het landschap. P1020487 De brommer of lichte motor is het meest gebruikte voertuig hier. Je ziet ze dan ook overal rijden. Ik word echter nog steeds herkent als buitenlander. De eerste blik is vanwege het naderen van een voertuig en de tweede blik die ik krijg toegeworpen is een lachende blik, die gepaard gaat met een handbegroeting.

Een pinautomaat is in Puerto Princessa snel gevonden en ik pak het eerste de beste hotel om de nacht door te brengen alvorens de 250 kilometer weer terug te rijden richting El Nido.

Voordat ik de eerste vijftig kilometer gereden heb, word ik al verrast door een ongebruikelijke verkeersdeelnemer. Na overstekende kamelen, koeien, honden, paarden, slangen en weet ik veel wat voor beesten is het nu de beurt aan een overstekende aap! De aap rent over de weg en verdwijnt in het bos aan de andere kant.

Nog voordat ik ben bijgekomen van mijn verbazing slaat het noodlot toe………..een lekke band! Na 25.000 km met mijn eigen motor nog maar een keer mijn band te hebben hoeven plakken, sta ik hier al na zo’n 350 kilometer stil met een lekke voorband. Gelukkig zijn hier langs de kant van de weg veel mensen die adverteren met het feit dat ze banden plakken. Met een gangetje van zo’n 10 kilometer per uur, kom ik bij de eerste aan. “Nee, sorry ik heb het juiste materiaal nu niet”. Een aantal kilometer verder, ” Nee sorry, ik heb geen gum”. De derde blijkt niet thuis en bij de vierde heb ik eindelijk succes. Mijn band wordt gerepareerd door middel van het verhitten van een rubber stukje gum op de binnenband. Na een half uur en omgerekend minder dan een euro armer kan ik weer op pad!

Het duurt niet lang of ik word geconfronteerd met een ander ongewenst fenomeen, regen! Niet zomaar even een paar druppeltjes, maar een serieuze hoosbui! Een man wenkt me vanuit uit zijn hut om bij hem te komen schuilen. Ik blijk niet de enige gast. Een aantal kinderen en twee vrouwen zijn daar ook al aan het schuilen. Geinteresseerd waar ik vandaan kom, vertel ik ze dat ik uit Nederland kom. Zodra er nog iemand anders bij komt, word ik voorgesteld als de Amerikaan uit Nederland. Op de een of andere manier denkt men hier dat als je blank bent een Amerikaan moet zijn. Zodra het droog wordt bedank ik de man en word ik uitgezwaaid door het gezelschap.

De ‘avonturen’ zijn echter nog niet over. Na een overstekende aap is het nu tijd voor een overstekende haan. Ik weet tot nu toe alle dieren nog goed te ontwijken maar de haan is toch even van een hele andere orde. Terwijl ik uitwijk, vliegt de haan ineens op om vervolgens vol op mijn helm te belanden met een harde klap. Met een bonzend hoofd rijd ik door, me afvragend of de haan beter af is op deze manier, dan in de hanengevechten die nog steeds gaande zijn op de Filipijnen.

Die avond stap ik het hostel binnen en word meteen begroet door het personeel. IMG_1345 “Hallo meneer Bart! Welkom terug! We hebben vanavond een BBQ, eet je mee?” Een beter ontvangst kan je niet krijgen en de BBQ sla ik zeker niet over!

De volgende dag gaan we de jungle in met een paar medewerkers van het hostel. Zij kennen de weg in de jungle en na een uur lopen, klauteren en half kruipend komen we aan bij een waterval. P1020472 Een in mijn ogen toeristisch gezien totaal onverantwoorde tocht, maar dat maakt het des te mooier. Aangezien het al begint te schemeren in de jungle, besluiten we via een aantal rijstvelden weer terug te gaan naar het hostel, alwaar weer een BBQ wacht.

Na een relaxte tijd in El Nido met verlate stranden en een warme oceaan, met koude biertjes met perfect uitzicht en na veel 125CC plezier, is het weer tijd om richting Manila te gaan om de verjaardag van Camille te vieren. Met een optreden van de Voice winnaar van de Filipijnen wordt mijn verblijf op de Filipijnen afgesloten. Na drie weken op de Filipijnen vertoefd te hebben, is het tijd om een 24 uur durende reis naar de andere kant van de wereld aan te gaan. Mijn motor komt deze week aan in Vancouver, dus het is tijd om mijn reis daar voort te zetten!

Het bochtige Zuid-Korea!

Ergens op een parkeerplaats langs een drukke doorgaande weg ontmoet ik een aantal leden van de Koreaanse Globeriders. P1020435De club bestaat, zoals de naam al doet vermoeden, uit motorreizigers of toekomstige motorreizigers. Elke maand is er een clubmeeting, waarbij er ergens in het land wordt gekampeerd, gedronken en gebarbequed. Via Sangjoon heb ik een uitnodiging gekregen om me dit weekend bij hen aan te sluiten. Gezamelijk met een groep van zo’n 10 rijders rijden we naar de kampeerplek. Zoals verwacht worden de verkeersregels door de eerste rijder vakkundig genegeerd; rechts inhalen, verkeerslichten worden genegeerd en er wordt geen moeite gedaan om de highways te omzeilen.

Bij aankomst wordt mij weer duidelijk hoe gastvrij de Koreanen zijn, van alle kanten krijg ik eten en drinken aangeboden. Na een avond vol eten, drinken, motor- en reisgesprekken vraagt een van de leden of ik met hem en zijn vriendin wil meerijden. Hij weet een mooi bergweggetje die ik volgens hem wel kan waarderen. Aangezien het mij bar weinig uitmaakt welke kant ik op rijd, ga ik op zijn uitnodiging in. Een Harley met alle mogelijke opties wordt gestart. Zoveel opties de Harley heeft, zo weinig opties hebben de berijder en de bijrijder. Er wordt zonder helm gereden door de bestuurder en de bescherming van zijn vriendin bestaat uit een pothelm en rubberen roze laarzen. We sturen over mooie weggetjes richting de beloofde bergweg. Rijdend achter de Harley kan ik genieten van zijn vriendin die druk doende aan het dansen is op de muziek die schalt uit de diverse speakers die de motor rijk is. Aangekomen bij de bergweg volgt de meest spectaculaire rit tot nu toe. P1020442 De Harley schraapt met de uitlaten over de grond bij het ingaan van de bochten. Het enige wat ik hoef te doen is te volgen en te genieten van de fantastische bochten en wegdek. Wat een weg, wat een rit, wat een genot! Het meesterwerk van Ypodomí! Na een goede Koreaanse lunch op de berg scheiden onze wegen en ga ik naar de kust om een duik te nemen in de zee om wat af te koelen van de opwinding.

Na een verfrissende duik heb ik als tip gekregen om naar het hostel te rijden van een lid van de Globeriders. IMGP1241 Daar aangekomen krijg ik de sleutels van een 125cc scooter in mijn handen gedrukt en samen met nog een andere Globerider verkennen we de stad per scooter. Kleine wieltjes en een automaat, een hele andere rijderservaring dan mijn XT. Iedere keer heb ik de neiging om te schakelen en bij elke hobbel heb ik het gevoel gelanceerd te worden. Ondanks dat is het wel geweldig om met zo’n ding door het verkeer te crossen. Ik kom dan ook weer met een grote glimlach terug bij het hostel.

De dagen vliegen voorbij terwijl ik rondrijd en tussendoor geniet van het geweldige Koreaanse eten. Geen dag, geen uur en zelfs geen minuut kan ik me hier betrappen op enige vorm van verveling. Het weer, de wegen, de mensen, de zee en het landschap, een combinatie waar je alleen maar van kan genieten. Het enige nadeel is dat het soms wat lastiger is om een plek te vinden om te kamperen. Als ik weer een klein weggetje in stuur, kom ik uit bij een gebouw alwaar een paar roedels honden zitten opgesloten. In eerste instantie denk ik nog naief dat het een hondenopvangcentrum is, maar al snel besef ik dat ze hier ook hond eten. Navraag leert me dat dat niet meer heel gangbaar is, maar het is nog wel gewoon te krijgen in sommige restaurants. Als ik verderop een mooie plek vind om de tent op te zetten, kom ik er al snel achter dat het niet het enige “hondenopvangcentrum” is in de buurt. De constante achtervolging van de lokale honden tijdens deze reis en het feit dat ze me nu ook al van mijn nachtrust dreigen te beroven, doet me verlangen naar een hondenbiefstuk.

IMGP1258

De volgende dag sta ik op met het voornemen om niet meer naast een hondenhouderij te gaan kamperen. Na een sterke bak koffie spring ik weer op de motor richting het volgende avontuur. Eens even zien of het hier offroad net zo mooi is als op het verhard. Met veel moeite vind ik een offroad pad. Aangezien ik geen ander verkeer tegen kom, vraag ik me af of het wel de bedoeling is om hier met de motor te rijden. P1020455 Kronkelend rond de heuvels beland ik uiteindelijk weer op een doorgaande weg.

Zodra ik ergens in een stadje stop, komt er een man op een fiets op me afgereden. Nieuwsgierig waar ik vandaan kom en wat ik hier doe nodigt hij me uit op de koffie bij een militaire officier in een nabijgelegen pand. Altijd in voor gratis eten en drinken volg ik de man naar het gebouw. Hier word ik voorgesteld aan de aanwezigen en krijg ik koffie geserveerd. Zodra ik weer verder wil, vraagt de man of ik niet bij hem wil verblijven. Hij blijkt een gepensioneerd militair te zijn en nu een vakantiehuisje te hebben in de buurt. Ik ben de beroerdste niet als het gaat om een gratis overnachting, dus ik volg de man naar zijn huisje.

Bij aankomst verontschuldigd de man zich voor de problemen met het stromend water, maar bij het gemeentehuis aan de overkant kan ik gebruik maken van de waterslang en als ik wil douchen, dan kan ik gebruik maken van de militaire voorzieningen aldaar. IMGP1264Voor mij dus een en al luxe na een aantal dagen in het wild gekampeerd te hebben. Na een maaltijd van rijst, noodles en groenten, springt de beste man bij mij achterop de motor om me het een en ander van de omgeving te laten zien. Na een voorstel rondje in de lokale omgeving, gaan we terug en kan ik genieten van mijn nachtrust.

Aangezien ik over twee dagen een afspraak heb om mijn motor in te laten kratten in de buurt van Seoul, besluit ik alvast richting Seoul te rijden. In Seoul ontmoet ik Ashley. Ze leidt me rond door Seoul en we eten een aantal specifieke Koreaanse gerechten die ik nog niet eerder heb gehad. De volgende dag heb ik weer een afspraak met Mr. Young van East West shipping. Hij helpt me bij het verschepen van de motor en voorziet me ook nog eens van een aantal geweldige Koreaanse maaltijden en nodigt me zelfs bij hem thuis uit. Erg goede service dus! ‘s Avonds leidt Ashley me nog eens rond door de stad en komen we uit bij een grootse vuurwerkshow. De bevrijding van Korea wordt gevierd met als hoogtepunt het optreden van Psy.

Na een geweldige rijderstijd in Zuid-Korea is het tijd om de motor de pacifische oceaan over te sturen. P1020462 De motor is ingekrat om vervolgens voor 3 weken op een boot bij te komen van de 25.000 kilometer lange rit. Tijd voor vakantie! Wat zal ik eens doen………een vliegticket naar Manilla kost maar 90 euro. De Filipijnen, laat ik daar eens gaan rondhangen de komende drie weken