De woestenij van Chili!

Zand, zout en stenen! Chili lijkt alleen maar te bestaan uit woestijn. Flamingo’s staan in het schaars aanwezige water en over de zoutvlaktes struinen groepjes lama’s. Een wonderbaarlijk landschap strekt zich voor me uit. IMGP3172 Na de eerste verwondering begint echter na een paar uur ook de verbazing toe te slaan. Op rechte stukken glad asfalt, door het niets, passeer ik met enige regelmaat een monument voor een overledene en staan er gestripte of uitgebrande auto’s midden in de woestijn.

Ik rijd verder over rechte stukken asfalt. Her en der liggen er aanlokkelijke paden in de woestijn. IMGP3102 Het lijkt hier in ieder geval niet moeilijk om een plek voor de nacht te vinden. Zodra de zon dreigt onder te gaan, neem ik dan ook een pad die me over een heuvel heen leidt. Het grind spat alle kanten op en staand op de stepjes beklim ik de heuvel. Op de top van de heuvel kijk ik naar een heuvelachtig woestijnlandschap. Genoeg ruimte om de tent op te zetten.

Zodra ik een mooi vlak stuk grond heb gevonden, zet ik de tent op en maak een vuur met het in de omgeving gevonden hout. Geknetter van het vuur en de enkele windvlaag zijn de enige geluiden die hier nog doordringen.

IMGP3165

De volgende dag herhaalt de dag zich; rechte wegen en woestijn. Als hoogtepunt staat er ineens midden in de woestijn een stukje kunst in de vorm van een grote hand. IMGP3100 Voor de rest is de rit weinig enerverend en met de aanhoudende wind voornamelijk erg vermoeiend.

Aan het eind van de middag begint er echter een verandering in de omgeving te onstaan. Waar ik de dag ervoor nog weinig moeite had om een kampeerplek te vinden, is nu ineens de hele omgeving afgezet met hekken.

‘Beschermde flora!’

Achter de hekken bevind zich een grote vlakte met her en der een bosje. Niet iets om te beschermen lijkt me. Tientallen kilometers rijd ik langs de afzetting om een doorgang te vinden voor mijn motor. Zodra ik bij een afslag kom, die naar een tiental kilometer verderop gelegen dorp leidt, zie ik mijn kans schoon en stuur het gravelpad op. Een wirwar van sporen leiden de open vlakte op. Ik kies een spoor en besluit na een kilometer mijn eigen spoor te trekken om zover mogelijk van de doorgaande weg mijn tent op te zetten. In complete verlatenheid val ik die nacht weer in slaap.

IMGP3186

Na een aantal dagen van woestijn afgewisseld met steden beland ik uiteindelijk in Santiago. Tijd om weer wat reserves in te slaan. Mijn in Peru geplofte binnenband moet vervangen worden, ik moet olie hebben en mijn olietrechtertje is gesneuveld.

“Hallo, ik moet een ‘ding’ hebben om olie in mijn motor te kunnen gieten.”

Ik heb mijn huiswerk slecht gedaan en heb geen idee wat het woord voor trechter is. De rest van mijn Spaans lijkt ook van dubieuze kwaliteit, want ik krijg drie paar vragende ogen op me gericht.

“Een ‘ding’ voor olie voor mijn motor.”
“Een filter?”
“Nee om olie in mijn motor te doen.”

Met handgebaren bekrachtig ik nog eens mijn wens.

“Nee, we hebben geen onderdelen voor motoren.”

Ik besluit het hier bij te laten en het nog eens bij een andere zaak te proberen. In een winkel waar ze olie verkopen staat de verkoper met een pen in zijn hand wat in een schrift te kladderen. Tijd voor pictionary.

“Mag ik uw pen even lenen?”

Ik gooi al mijn creativiteit op papier en de man snapt meteen wat ik moet hebben. Met olie en een trechter rijker verlaat ik uiteindelijk weer tevreden de winkel. Tijd voor koffie!

Tijdens het nuttigen van een bak koffie ontmoet ik Jeimy. Voorzien van een blauw oog en andere verwondingen en blauwe plekken, lijkt ze met haar 1.60 net een smurf. Toevallig dat ik nou net het woord smurf heb geleerd in het Spaans, dus we zijn al snel vrienden.

De volgende dag geeft ze me een rondleiding door het centrum. Af en toe komt Jeimy daar een bekende tegen.

“Dit is een vriend van me.”

Ik krijg een knuffel en een zoen. We lopen verder en Jeimy schiet een man op straat aan. Ze praten wat en bij het afscheid geeft ze ook de man een knuffel en een zoen.

“Bekende van je?”
“Nee, hoezo?”

Zuid-Amerikaanse warmte! Waar je ook komt in Zuid-Amerika, de mensen lijken heel open, vriendelijk en toeschietelijk.

Jeimy is op zoek naar een specifieke winkel en vraagt daarbij hulp aan een voorbij lopend meisje. In rap Spaans worden er woorden uitgewisseld en wordt er gelachen. Ik heb geen idee waar het gesprek over gaat. Mijn volle aandacht is nodig om niet al teveel te staren naar het perfect gevormde lichaam van de Colombiaanse.

Ineens word ik uit mijn gedachten wakker geschud door twee glimlachende gezichten die me aankijken. De Colombiaanse blijkt erg hulpvaardig.

“Ik loop wel even met jullie mee.”

Al kletsend lopen de twee vrouwen voor me, terwijl ik er braaf achter aan huppel.

“Hij is knap he?”
“Ja, mooie ogen! Zijn jullie een stel?”
“Nee….nog niet!”

De Colombiaanse kijkt glimlachend om. Nadat we bij de gezochte winkel arriveren neemt de Colombiaanse afscheid met een knuffel en een zoen.

De volgende dag besluit ik om verder te rijden naar het zuiden. Jeimy gaat met vrienden naar het strand en vraagt of ik niet met hen mee wil. Met de motor rijd ik achter de auto aan en ‘s avonds komen we aan in het strandhuisje van Jeimy’s vrienden. De zomer maakt langzaam plaats voor de winter, dus echt behagelijk strandweer is het niet.

Volgens veel mensen is de weg door Patagonie, Carratere Austral, de mooiste weg van Chile. Vanwege de merkbare kou aan het strand, besluit ik dan ook maar om mijn motor te pakken en naar het zuiden te gaan. Voordat de winter toeslaat wil ik in Ushuaia geweest zijn.

Zodra ik bij een tankstation kom, laat ik de motor weer volgooien en doe ik mijn plichtmatige controles.

‘Er zit helemaal geen olie meer aan het peilstokje?!’

Onmogelijk! Een paar honderd kilometer geleden heb ik de olie nog bijgevuld en nu is het alweer verbruikt. Ik speur naar aanwijzingen dat er ergens olie lekt, maar kan niets ontdekken. Na een lange zoektocht naar de juiste olie, vul ik het oliereservoir weer af.

Zodra ik bij de volgende controle bemerk dat er weer een significante hoeveelheid olie verbruikt is, begin ik toch wat zenuwachtig te worden. Met een strak stramien van tanken, olie peilen en olie bijvullen rijd ik verder. De motor rijdt niet anders dan anders en vanwege het ontbreken van een lokale Yamaha dealer, besluit ik om het nog even aan te zien en gewoon verder te rijden.

Na een saaie gang naar het zuiden zie ik dan eindelijk de eerste bewegwijzering met de naam ‘Carratera Austral’. P1020739 De weg verandert in een bochtig slingerweggetje langs de kust. Al snel stopt de weg en is het wachten op een pontje die me naar de overkant brengt. Volgens de schipper haal ik de, op een tiental kilometer verderop gelegen, pont vandaag niet meer. Ik besluit dan ook om het eerste de beste bospad in te sturen en om mijn tent op te zetten.

“Shit, het is hier een grote moerrasbende!”

De achterband slipt wat weg en blijkt al snel niet het meest ideale rubber voor deze ondergrond. Om toch nog enige houvast te hebben stuur ik de motor door een aantal kleine bossages om uiteindelijk de motor op een goede parkeerplek tot stilstand te brengen. Ik zet de tent op en installeer mezelf voor een nacht in het bos. Terwijl ik hoop dat er niet al teveel water meer uit de lucht komt vallen, begint het na een aantal minuten al te kletteren op het tentzeil. Dat belooft morgenvroeg nog wat voor de begaanbaarbeheid van het pad richting de doorgaande weg.

IMGP3196

‘s Ochtends word ik wakker in een nog grotere modderpoel. Zodra de regen opgehouden lijkt te zijn, pak ik de boel snel op en start de motor. De motor slaat aan om na een meter door de modder weer uit te vallen. Ik probeer de motor weer te starten, maar met geen mogelijkheid slaat de motor weer aan. Ik laat de motor even rusten om het na een uurtje wachten weer te proberen. Ik probeer het net zolang tot de accu het ook begeeft. De Tenere heeft er geen zin meer in!

Met een lege accu sta ik langs de kant van de weg te liften. De eerste voorbijganger stopt en rijdt me naar het dichtsbijzijnde dorpje. In het dorpje schiet ik de eerste persoon aan die ik zie. De man laat me mijn accu opladen, terwijl de man weer verder gaat met zijn werkzaamheden. Terwijl mijn accu aan het opladen is, ga ik op zoek naar een plek om een koffie te drinken.

“Nee, in het dorp kan je geen koffie krijgen. Je moet een aantal kilometer die kant oplopen en vervolgens kom je bij een restaurant.”

Aangezien ik toch moet wachten en het droog weer is, besluit ik de wandeltocht aan te gaan. Al snel word ik van achteren genaderd door een luid toeterende pickup. De man die me de weg naar het restaurant wees, gaat naar huis om te lunchen en ik kan bij hem wel een kop koffie krijgen. Na een kop koffie word ik vervolgens weer bij mijn accu afgeleverd.

Teruggekeerd bij de motor probeer ik met een vers opgeladen accu nogmaals te starten. De motor dreigt aan te slaan, maar al snel komt er een verontrustend geluid uit de motor. Mijn conclusie is dat dat niet goed kan zijn en dat de motor het zonder goede diagnose en reparatie niet gaat doen. De Tenere behoeft vakkundige verzorging. Het probleem is echter, hoe vind ik professionele hulp terwijl ik met de motor midden in een moeras sta. Ik haal de bepakking van de motor en wachtend op een lift van een toevallige voorbijganger zit ik langs de kant van de weg te wachten.

Al snel komt er met hoge snelheid een pickup over de heuvel aangescheurd. De man ziet me wenken, zet een slip in en komt vervolgens vol gas weer achteruit gereden. Lang leve de pickup, want mijn spul wordt achterin geflikkerd en we zetten koers naar het dichtsbijzijnde dorp. Ik laat al mijn spullen achter bij een hostel en ga op zoek naar een monteur.

Het blijkt dat ik me bevind in een of ander gat en dat de eerste stad zo’n 100 kilometer verderop ligt. 20160407_183547 De vrouw van een automonteur doet een belrondje en al snel staat er een kleine vrachtwagen voor het huis om mijn motor uit het moeras te halen. Mijn spullen worden opgeladen en we zetten koers naar Puerto Montt.

Vlakbij een motorgarage worden ik en mijn bezittingen bij een hotel uitgeladen. De volgende dag blijkt de Yamahadealer geen tijd te hebben om naar mijn motor te kijken. De man belt wat rond, maar krijgt geen gehoor bij andere garages. Er wordt me sterk afgeraden om naar een andere garage in Puerto Montt te gaan. Aangezien ik ook de oorzaak van mijn olieverbruik wil achterhalen, en met mijn eerdere ervaringen met monteurs in zuid-amerika in het achterhoofd, besluit ik dan ook maar om te wachten.

Complete witte leegheid!

Gewaarschuwd voor de onvriendelijke en de racistische houding van de Bolivianen ga ik de grensovergang aan. De grens is nog gesloten, maar er heerst al een aardige bedrijvigheid. Bakfietsen afgeladen met vissen worden van de ene kant van de afzetting naar de andere kant doorgeschoven. De bakfietsen worden vervolgens over de afzetting getild en weer opgeladen. Aangezien ik mijn paspoortstempels moet hebben van de douane, lijkt de grens alleen voor mij te bestaan. Ik sta in een lekker ochtend zonnetje het geheel te aanschouwen. Aan de andere kant van de weg is een oud vrouwtje een stoep aan het vegen. Met een geschatte leeftijd van 285 lijkt ze nog aardig vitaal. Iedereen die het waagt om over haar stoep te lopen kan een tik met de bezem of in ieder geval een scheld cannonade verwachten. Als het douanekantoor dan open gaat ben ik de eerste en enige klant.

Verbazingwekkend genoeg word ik ook aan de Boliviaanse grens allervriendelijkst geholpen. Het enige dat iets van vijandigheid uitstraalt is een aanwezige hond. Vakkundig houdt een militair de hond uit mijn buurt. Mijn persoonlijke bewaker geeft me instructies over de gang van zaken bij de grens en binnen no-time ben ik officieel in Bolivia.

Het doel is om in Bolivia Salar de Uyuni te bezoeken of beter gezegd, de op een na grootste zoutvlakte ter wereld. Na mijn Peruaanse Sol gewisseld te hebben voor de Boliviano stap ik op en rijd het binnenland van Bolivia in.

Al snel doemt in de verte de hoofdstad van Bolivia op, La Paz. Het is nog erg vroeg en vanwege de weinige Bolivianos die ik op zak heb, heb ik besloten om een plek te zoeken om mijn tent op te zetten. Ik probeer het centrum van La Paz dan ook te vermijden en rijd langs de stad richting het zuiden. Net buiten het centrum van de stad zet ik de motor uit bij een tankstation. De stationbeambte begroet me vriendelijk.

“Waar kom je vandaan?”
“Nederland.”

De jongen kijkt naar mijn kenteken voert een aantal gegevens in en vraagt nog een aantal zaken, waaronder mijn paspoortnummer. Voor mij vreemde vragen, waar ze mijns inziens weinig aan hebben bij een tankstation.

“Dat moeten we allemaal registreren.”

De jongen gooit mijn tankvol.

“Dat is dan 130 Bolivianos”

De pomp leest duidelijk de helft af, dus ik kijk hem verbaasd aan.

“Je bent een buitenlander, dus betaal je extra.”
“Sorry? Waarom zou ik extra betalen! Ik betaal hetgeen op de pomp en niet meer dan dat.”
“Nee, je moet een extra percentage betalen als buitenlander. Allemaal politiek mijn vriend.”

De jongen komt aaardig geloofwaardig over en het hele registratieverhaal doet enigszins vermoeden dat dit inderdaad standaard is. De bon die hij mij overhandigt doet dit vermoeden nog eens versterken, dus ik betaal met enige tegenzin het bedrag dat wordt aangegeven op de bon.

Tijdens het betalen kom ik er ineens achter dat ik te weinig geld heb gekregen bij het geldwisselkantoor bij de grens. Mijn onoplettenheid bij de grens geeft me dus nog een extra financiele tegenslag.

Enigszins chagrijnig zet ik mijn reis voort. IMGP2810 De saaie geasfalteerde weg komt mijn humeur niet echt ten goede. Echter, als bij donderslag bij heldere hemel slaat mijn humeur om.

“Hey cool, de dakar komt hier!”

Terwijl ik een foto maak begroeten de mensen me vriendelijk en zwaaien me vanuit hun auto toe. Hoezo onvriendelijke Bolivianen?

De saaie geasfalteerde weg irriteert me niet meer en ineens realiseer ik me dat ik toch wel weer door een hele fantastische omgeving rijd. Mijn financiele tegenvaller is weer helemaal vergeten en met een grote grijns vind ik een ideale plek voor de nacht.

IMGP2803

De volgende dag gaat het verder naar het zuiden. Af en toe verlaat ik de asfaltweg om een stuk onverhard mee te pakken. IMGP2862 De aanwezige lama’s kijken me verbijsterend aan of stuiven aan de kant. Af en toe stop ik even om naar een groep flamingo’s te kijken. Woestijn wordt afgewisseld met groene oases en de asfaltwegen wissel ik af met stukken gravel. Waar ik hier ook rijd, ik ben altijd in de aanwezigheid van een vulkaan en/of lama’s. IMGP2854 Een fantastisch mooie en indrukwekkende omgeving! Als ik dan uiteindelijk de zoveelste heuvel over rijd, zie ik ineens in de verte de horizon wit oplichten…………….de zoutvlakte!

Ik neem de afslag en rijd Uyuni binnen. Na een maaltijd genuttigd te hebben rijd ik de laatste kilometers naar de zoutvlakte. IMGP2936 Voor me verschijnt een uitgestrekt wit landschap. Her en der liggen plassen water op het zout, waardoor ik steeds minder gemotiveerd raak om de zoutvlakte op te gaan. De motor moet nog even mee en een gang door zoutwater is niet echt bevorderend. Toch kan ik het niet laten om na al die kilometers toch de zoutvlakte te betreden. IMGP2915 Een motorrijder in complete witte leegheid.

Na een uurtje spelen, krijg ik de kriebels van al het aangekoekte zout, dus ik besluit om zo snel mogelijk een locatie te zoeken om mijn motor te wassen. Zodra ik het tweede dorpje binnenrijd en nog steeds geen wasserij ben tegengekomen, besluit ik maar om wat flessen water te kopen om in ieder geval het ergste ervan af te spoelen.

Met de gekochte flessen water ben ik druk doende om met het zout van de motor te wassen. In de verte zie ik een motorrijder aankomen stuiven. De motorrijder stopt naast me en schud me vriendelijk de hand. De man blijkt een lokale bewoner te zijn en na het aanschouwen van mijn werkzaamheden verwijst de man mij al snel door.

“Je kan hier verderop je motor laten wassen. Volg mij!”

Ik volg de man en bij een huis komen we tot stilstand. Er blijkt inderdaad een wasserij te zijn en de motor wordt ontdaan van het zout. Met een schone motor kan ik weer op pad. Alhoewel….de motor start niet meer! Ik laat de motor even een half uurtje staan, praat wat met de aanwezigen en probeer het vervolgens nog eens. De motor start in een keer en ik kan richting de grensovergang met Chile dit keer.

Over een weg met een mix van asfalt en gravel raas ik naar het westen. Aan de rechterkant zie ik langzaam de zon ondergaan boven de zoutvlakte. Aan mijn linkerkant zie ik de woestijn aan mij voorbij gaan. IMGP2944 De woestijn lijkt een ideale omgeving om de nacht door te brengen. Morgen zal het laatste stuk naar de Chileense grens af worden gelegd.

Over grote hoogtes rijd ik over gravelwegen richting het westen. Soms doet het vermoeden dat ik door een maanlandschap rijd. IMGP3019 Na volgens de kaart het laatste dorpje gepasseerd te hebben, krijg ik ineens de natuurlijke aandrang om wat onwenselijke stoffen af te stoten. Er zit niets anders op: wildpoepen! Om mezelf even te verwennen besluit ik om bij een Oase van de weg af te gaan, een kilometertje te offroaden om vervolgens achter een bosje op de hurken te gaan. Met een perfect uitzicht bevrijd ik mezelf van het enige ongemak die ochtend.

IMGP2970

Na nog een honderdtal kilometer doemen er ineens een aantal gebouwen op. Ik kom aan bij een verlaten grensovergang. Ik lijk weer de enige ‘klant’ en voordat ik het weet sta ik in Chile. Aangezien ik in Bolivia nog maar geld over had voor een liter benzine, heb ik op reserve Chile weten te bereiken. Het is dan ook tijd om eerst op zoek te gaan naar benzine. Een snelle gang door het dorp leert me dat er geen regulier tankstation is.

“Is hier ergens een tankstation?”
“Nee, in de volgende stad op zo’n 200 kilometer afstand.”
“Kan ik hier niet ergens benzine krijgen?”
“Rijdt die straat in en bij het rode huis verkopen ze benzine.”
“Kan ik hier ook ergens pinnen?”
“Nee, hier is geen bank.”

Ik heb nog een aantal dollar, dus hopelijk accepteren de mensen van het rode huis ook dollars. Op weg naar het rode huis, zie ik een kever langs de kant van de weg staan. De Duitsers hebben duidelijk problemen met de auto en ik stop dan ook om even een praatje te maken. We wisselen wat verhalen uit en niet veel later komt er een monteur aan om de auto aan een onderzoek te onderwerpen. Ik wens de Duitsers succes en ga verder met mijn zoektocht naar benzine. Al snel kom ik bij een rood huis en daar blijken ze inderdaad voor een ‘schandalig’ hoog bedrag benzine te verkopen.

“Ik heb nog maar 30 dollar en daar wil ik graag benzine voor.”

Ik betaal de man 30 dollar voor, na een rekensom die minstens een uur duurt, 15 liter benzine. De man loopt weg en komt met een grote jerrycan terug. Terwijl de man benzine in mijn tank wil gieten, komt het Duitse meisje schreeuwend aanrennen.

“Wacht! Wacht!”

Buiten adem doet ze haar verhaal.

“Ze hebben in plaats van benzine, parafine in onze auto gegoten. Vandaar dat de Kever het niet meer doet. Controleer eerst even wat de man er nu in gaat gieten.”

De man houdt de jerrycan onder mijn neus en ik herken de geur van benzine. De man bevestigt dit nog eens en giet zo’n 15 liter in de tank.

“Dat is dan nog eens 2 dollar extra.”
“Uhm…….ik heb net 30 dollar betaald met de mededeling dat ik niet meer geld heb!”

De man stottert wat en uiteindelijk loopt de man chagrijnig weg. Ik kan in ieder geval weer op weg met een liter benzine ‘gratis’. Ik tevreden beginnen met het verkennen van een nieuw land, Chile!

Peruaanse behulpzaamheid

In het donker zie ik af en toe een donker silhouet opduiken. Bij het naderen wordt het duidelijk dat gehele koeienpopulaties de weg bezetten zodra het donker wordt. IMGP2694 Al slingerend baan ik me een weg door de koeienmassa en over de met stenen bezaaide weg. Na een uurtje afzien zie ik in de verte ineens een lichtje opdoemen. Voor een huis tref ik een vrouw aan en ik vraag haar of er ergens in de buurt een plek is om te slapen.

“Ik heb nog wel een bed over. Daar kan je deze nacht wel slapen.”

Voor een klein bedrag heb ik die nacht een onderkomen en een goed maal. De volgende dag gaat de rit verder over kleine landweggetjes. IMGP2703 In de diverse dorpjes die ik passeer word ik vreemd aangestaard. Het is duidelijk dat hier weinig toeristen komen, want de zoektocht naar een restaurant verloopt meestal ook niet helemaal naar wens. In de wat grotere dorpen heb ik meer succes en kan ik mijn buik vol eten en wat extra eten inslaan. Daarnaast probeer ik nog wat extra informatie te krijgen over de aankomende wegen.

“Hoe is de weg naar de volgende stad?”
“Oh, geen idee! Ik ben in mijn leven het dorp nog niet uitgeweest.”

In veel gevallen stuit ik op mensen die geen flauw benul lijken te hebben wat er gaande is buiten hun dorp. Ze leven hun dagelijkse leven en lijken verder geen tijd of interesse te hebben in wat er nog meer reilt en zeilt in de buurt.

Als ik voor de zoveelste keer via een klein weggetje weer de hoogte in ga, kom ik ineens op meer dan 4500 meter hoogte uit op een mega bouwterrein. Een compleet barakkenkamp is uit de grond gestapt en het lijkt wel of hier duizenden mensen aan het werk zijn. Al snel word ik aangehouden door de bewaking.

“Wat kom je hier doen?”
“Ik moet in de stad aan de andere kant van de berg zijn.”
“Oh dan moet je terugrijden en bij de andere bewakingspost moet je het terrein over. Uiteindelijk kom je dan op een ‘piste’.”

Een ‘piste’?! Dat klinkt als een of andere racebaan. Ik kan me echter niet herinneren waar ik een afslag heb gemist, die me naar deze racebaan heen zou moeten leiden.

“Uhm……….waar precies?”
“Wacht maar, ik laat de bewakers wel weten dat je er aan komt.”

Blijkbaar werkt de portofooncommunicatie prima, want bij elke post word ik op de juiste richting gewezen. En dan uiteindelijk ligt het daar……de piste…..de racebaan. Een gloednieuwe, brede asfaltweg op meer dan 4500 meter hoogte. IMGP2764 Als ik het gas opendraai, wordt het me al snel duidelijk dat de Yamaha op deze hoogte wel degelijk te lijden heeft onder het zuurstofgebrek. Met snelheden boven de honderd kilometer per uur vordert de rit echter voorspoedig. Het doel is om in ieder geval weer onder de 4000 meter te komen om de temperatuur weer wat te laten stijgen.

Blijkbaar ben ik op een wat meer doorgaande weg gekomen. Het verkeer neemt toe en met meer regelmaat rijd ik op goede geasfalteerde wegen. Of dit een vooruitgang is, valt nog te betwijfelen, want al snel word duidelijk dat de gemiddelde Peruaan niet echt beschikt over iets van verkeersinzicht. In geval van bochtige smalle wegen is het kwestie om toeterend de bocht door te gaan om nog wat ruimte te creëren om je tegenligger te ontwijken. Bredere wegen komen echter ook niet direct ten goede van de veiligheid. De Peruaan lijkt heel goed te weten wat de kortste weg is naar zijn bestemming. Overal wordt dan ook de binnenbocht aangesneden. Het feit dat ik als tegenligger dezelfde weghelft gebruik doet niet ter zake. Ik dien gewoon te remmen, zover mogelijk uit te wijken naar rechts en te wachten tot mijn tegenligger zijn bocht heeft afgerond.

Zodra ik op een recht stuk weg rijd, waan ik me veilig. Onterecht! Vanuit een klein zijweggetje komt er een busje de weg oprijden. Ik zie de bestuurder lachend mijn kant opkijken en ik vrees dat ik vol in de ankers zal moeten om de bus nog te kunnen ontwijken. De toch al versleten achterband, laat een meters lang rubberspoor achter op het asfalt. De busbestuurder lijkt echter niet onder de indruk en zet zijn gang de weg op gewoon voort. Dit lijkt voor mij de redding, want ik heb net genoeg vaart geminderd om de bus achterlangs te kunnen passeren.

Vanwege het verkeer, de diverse honden die me aanvliegen en de onvoorspelbaarheid van de dieren op de weg, voer ik de snelheid wat terug. Ondanks dat, is het met volle teugen genieten van het bochtige circuit op de weg richting Cusco.

‘s Avonds kom ik aan in Cusco. IMGP2774 Het plan is om hier wat noodzakelijk zaken aan te schaffen en om even bij te komen van de laatste twee enerverende weken rijden door Ecuador en Peru. Mijn banden vertonen nog maar bar weinig profiel, dus het is zeker zaak om hier wat verandering in te gaan brengen. 20160319_083317 Met name tijdens het rijden door kleine waterstroompjes is het niet ongebruikelijk dat mijn achterwiel ineens uitbreekt. De volgende dag in Cusco kom ik er al snel achter, dat het niet makkelijk gaat worden om hier aan banden te komen. Bij elke motorzaak krijg ik hetzelfde antwoord.

“Nee, die maten hebben we niet.”

Mijn motor is dan ook een trekpleister in de straat, want veel ‘grote’ motoren zijn hier niet. Al snel word ik aangesproken door een man die de straten aan het schoonvegen is. We praten wat en ik geef aan dat ik hier de juiste maat banden niet kan vinden.

“Oh, ik heb nog wel een setje banden thuis liggen.”

Enigszins verbaast dat de schoonmaker een set banden thuis heeft liggen, vraag ik voor de zekerheid nog maar even of hij daadwerkelijk een set banden heeft liggen voor mijn motor. Waarschijnlijk zal mijn gebrekkige Spaans me hier voor niets enthousiast hebben gemaakt.

“Wacht even! Ik haal ze voor je op.”

Na een hopeloze zoektocht bij alle motorzaken en alle motor gerelateerde winkels, komt na een half uur, een schoonmaker doodleuk met twee banden aangelopen. De banden worden er opgelegd en ik kan na een aantal dagen relaxen in Cusco verder richting Bolivia.

De weg richting Bolivia is een goede snelle asfaltweg en ik voer het tempo dan ook al snel op boven de 100 kilometer per uur. Een rechte weg voorzien van goed asfalt en met mooie vergezichten.

IMGP2781

Ik kijk wat om me heen en ineens ….. rukt er iets aan mijn stuur. Met 110 kilometer per uur slinger ik over de weg. In de verte komen een tweetal koplampen op me af. Een tegenligger is voor mij op dit moment echter bijzaak. De volle concentratie is nodig om de motor op het rubber te houden. De voorrem lijkt niet normaal meer te reageren en veroorzaakt nog meer instabiliteit. Na een remweg van voor mijn gevoel 10 kilometer, kom ik eindelijk tot stilstand op de verkeerde weghelft. De tegemoet komende auto raast al toeterend langs me heen en ik zoek met een zwaar verhoogde hartslag een plek om mijn motor te parkeren. Een lekke voorband!

Een vijftal schilders hebben het hele gebeuren aanschouwt en komen geïnteresseerd even langs om te kijken wat er aan de hand is. Na de eerste kennismaking ga ik aan de slag om te kijken wat de lekke band heeft veroorzaakt. Ik haal de halen tassen eraf en zoek het benodigde materiaal bij elkaar. Voordat ik zelf in staat ben om te beginnen met het demonteren van het voorwiel is een van de schilders al druk doende gestart met mijn gereedschap. Met z’n volle gewicht staat hij op een inbussleutel om het voorwiel los te krijgen.

“Wacht! Eerst moeten die andere schroeven losgedraaid worden!”

Ik draai de andere schroeven los, waarna de man weer met de inbussleutel aan de gang gaat. Hij trekt het voorwiel eruit en laat mij op zoek gaan naar de rondvliegende onderdelen. Terwijl ik de boel weer bij elkaar leg, zijn ze met drie man aan het trekken om de voorband eraf te krijgen. Nieuwe voorband erin…..

“Wacht even! Ik moet eerst zien wat het lek heeft veroorzaakt.”

Er zit een groot gat in de binnenband. De buitenband lijkt echter onaangetast. Het velglint lijkt beschadigd en dit moet het lek veroorzaakt hebben. Terwijl ik bezig ben met het zoeken naar iets om het velglint te repareren zitten er al drie bandenlichters in mijn wiel om de band er weer op te leggen.
Mijn geduld raakt aardig op en voor de zoveelste keer maan ik de mannen tot het stoppen van het opleggen van de band. De band wordt echter al weer opgepompt, maar loopt ook net zo hard weer leeg. P1020719 Zodra ik de buitenband er weer af heb, blijken de mannen mijn gloednieuwe binnenband ook te hebben lek gestoken met de bandenlichters. Vermoeid pak ik de boel op en besluit naar het kilometer verderop gelegen dorp te gaan om daar het velglint te laten repareren en om mijn nieuwe binnenband te laten plakken.

Eindelijk kan het wiel er dan weer in. Ik druk de remblokjes iets uit elkaar om de remschijven er tussen te kunnen schuiven. Uiteraard heb ik daar volgens het vijftal ook weer hulp bij nodig en een van het stel heeft het idee dat het behulpzaam zou zijn om de voorrem in te trekken. De remblokken klappen op elkaar en zijn met geen mogelijkheid meer van elkaar te krijgen.

“Je moet de motor even starten!”
“Waarom?!”
“……”

“De remleidingen moeten eraf!”
“Nee, wacht!!!! Dan lekt al mijn remvloeistof weg!”
“Remvloeistof?! Werkt dit niet op electriciteit?!”

Ik schroef de remklauwen los en bevestig ze met een tyrip aan de voorvork. Ik heb genoeg van de behulpzaamheid en rijd zonder voorremmen naar het dorp om remvloeistof te zoeken. Ik zet de motor neer bij een garage en de man gaat er ongevraagd meteen mee aan de slag. Na een tijdje zijn de remblokken weer los en is het remvloeistof weer bijgevuld. Er is echter totaal geen remdruk en de monteur start dan ook met het ontluchten van de remleidingen. Na een uur ontluchten en met de invallende duisternis in aantocht heeft hij het nog niet voor elkaar en ik geef aan dat ik het morgen zelf wel doe. Dit is echter tegen het zere been van de monteur en hij begint met het demonteren van de remmen. De remmen zal hij ‘s avonds wel nakijken.

De volgende dag wordt inderdaad vol trots de herziene remmerij geïnstalleerd. Na een proefrit van de monteur, wordt het werk goedgekeurd. Geen idee welk soort remmerij ze hier gewend zijn, maar een remweg van een aantal kilometer is voor mij niet echt aanvaardbaar. Ik bedank de mannen echter en maak dat ik wegkom. Behulpzaam volk die Peruanen, maar of je er ook daadwerkelijk in alle gevallen iets aan hebt, valt te betwisten. Uit het bijzijn van mensen, ontlucht ik mijn remmen en kan ik weer veilig op pad.

“Papieren alsjeblieft.”

Het is duidelijk dat het hier gaat om een standaard controle. Ik overhandig mijn paspoort, maar daar neemt de agente geen genoegen mee. Waar normaal de controle al wordt afgeleid door mijn afkomst, laat deze agente zich niet afleiden.

“Rijbewijs, immigratiepapieren en verzekering.”

Ik trek mijn hele papierhandel uit mijn binnenzak en overhandig haar het papierwerk.

“Verzekering!”

Bij de grensovergang heb ik geen aandacht besteed aan een verzekering. Aangezien de omvang van de grensovergang vraag ik me ook af, of het überhaupt wel mogelijk was om die daar af te sluiten. Toegeven dat ik geen verzekering heb, lijkt me echter iets te makkelijk vragen om een boete. Ik tast nog eens in mijn zak en overhandig de agente een ander document. De vrouw kijkt een beetje argwanend naar het in plastic gestoken stukje papier.

“Nee, ik moet een verzekering hebben.”
“Dat is een verzekering!”

Dat de verzekering alleen voor Colombia geldt lijkt me bijzaak. Het papier wordt bestudeerd en onbegrijpend krijg ik al mijn documenten terug.

“In orde! Goede reis.”

Vergenoegzaam rijd ik verder naar de grens met Bolivia. 20160322_171802 In een druk grensplaatsje besluit ik te stoppen en om de volgende dag de grens met Bolivia aan te gaan.

“Hola Gringo!”

Ik kijk om en zie een tweejarig meisje lachend naar me zwaaien. Op jonge leeftijd wordt hier blijkbaar al een onderscheid gemaakt tussen Gringo’s en de Zuid-Amerikaanse bevolking. Lachend zwaai ik terug en ga ik op zoek naar een hotel.

De honden van Peru

Honden! Overal waar je in Peru komt stikt het van de honden. De hondendichtheid lijkt de bevolkingsdichtheid met gemak te overstijgen. Daar lijkt ook weinig verandering in te komen, want op elke straathoek zie je de de lokale slet ongeneerd gedekt worden door een hitsige reu. Het is dan ook niet vreemd als je ineens een aantal pups achter elkaar over de weg ziet rondzwerven.

Van wie die honden zijn, blijft vaak een raadsel. Als ze al een eigenaar hebben, lijkt de eigenaar er maar weinig aandacht aan te schenken. De honden liggen op straat of kunnen zo maar ineens de weg oversteken zonder aandacht te schenken aan het verkeer. De lokale bevolking lijkt zich niet aan te passen aan de aanwezigheid van de beesten. Het is niet vreemd om een auto een hond te zien aanrijden zonder dat er ook maar een remlicht opbrandt. Als gevolg passeer je met enige regelmaat een in de berm liggend, verstijfd kadaver.

Om verschillende reden heb ik weinig behoefte om een hond aan te rijden. Continu ben ik tijdens het rijden scherp op eventuele aanwezigheid van deze zwervers. Niet alleen om zo nodig een noodstop te maken, maar ook om de aanvallende roedels te ontvluchten.

Met mijn opgedane reiservaring heb ik geleerd dat de aanstormende blaffende honden vooral voor de show op me jagen. Ik maak me dan over het algemeen ook niet druk en vervolg meestal gewoon rustig mijn weg. In Peru blijkt het echter net even iets anders te werken.

Als er weer vijf honden op me af komen rennen, ga ik op de rem om de eerste te ontwijken. Langzaam rijd ik verder, want als de een uit mijn rijbaan is verdwenen, komt vrolijk de ander luid blaffend in de weg lopen. Met een weg voorzien van gaten en een variatie aan gravelkwaliteit moet je ook nog eens zorgvuldig je pad over de weg kiezen. De langs de kant van de weg zittende Peruanen zitten het schouwspel te aanschouwen en lijken zich af te vragen wat die Gringo hier in godesnaam aan het doen is.
Na de eerste ‘aanvallen’ vakkundig afgeslagen te hebben is het echter voor het eerst raak als ik een stad uit rijd. Een hond komt van achteren luid blaffend op me afrennen. Aangezien de auto voor me op de rem gaat voor een naderende verkeersdrempel, minder ook ik mijn snelheid. Voordat ik het weet hangt de met vuil besmeerde hond in mijn voet. De Sidi laars bewijst echter dat het van degelijk materiaal vervaardigd is, want het blijft uiteindelijk bij een afdruk van een paar tanden. Dit tafereel blijkt echter geen uitzondering. Zodra ik bij een tankstation op mijn motor wil stappen, word ik ineens van achteren aangevlogen. Weer bewijst de Sidi laars me een nuttige dienst. De hond word door het tankstationpersoneel weggejaagd door middel van een stenenregen en ik kan uiteindelijk mijn weg weer vervolgen. Het is wel duidelijk dat ik in Peru beter op mijn tellen moet passen met al die zwerfhonden. Terwijl ik me dat realiseer, stuur ik de bocht in. En dan ineens…..

“Shit!”

Met een oplopende hartslag blijf ik net op mijn motor zittten. Verschrikt kijk ik in mijn spiegel of mijn bumperklever me niet een zetje gaat geven om me van de weg te drukken. De bumperklever bleek gelukkig voor mij in de bocht de inhaalactie al te hebben ingezet. IMGP2532 Het kan niet anders of deze ongelukkige bocht is het gevolg van een lekke band. Ik zet de motor langs de kant van de weg stil en kijk hoe een dikke spijker met de kop uit mijn band komt. Het is, dankzij een eerder oponthoud, 6 uur en het zal niet lang duren voordat de duisternis in valt. Op 50 meter bij mij vandaan bevindt zich een pad die van de hoofdweg afgaat. Ik besluit om daar mijn tent op te zetten en om mijn band de volgende dag te gaan plakken.

IMGP2551

‘s Ochtends om 7 uur ben ik al volledig doorweekt van het zweet. Vliegen en muggen teisteren de ontblote delen van mijn lichaam. Ik probeer de ‘bead’ te breken van de ellendige Metzeler achterband. Intussen heb ik al een eigen methode ontwikkelt en gestaag ga ik aan de slag met diverse bandenlichters en mijn leatherman. Als de bead gebroken is, is het taak om de buitenband van de velg te krijgen. Zodra een lepel ineens losschiet en vol tegen mijn knieschijf aankomt, heb ik er genoeg van. De Metzeler blijkt in vergelijking met de Continental veel lastiger van de velg te krijgen te zijn. Ik besluit een passerende motortaxi te vragen naar de dichtsbijzijnde ‘Vulcanizador’ en om het werk uit te laten besteden.
De ‘Vulcanizador’ geeft inderdaad aan dat de band lastig van de velg te krijgen is, maar zijn ervaring blijkt genoeg om de hele klus binnen een half uur te klaren. Na het betalen van zo’n 2 euro voor de taxi en de ‘Vulcanizador’ kan ik mijn achterband weer in mijn motor plaatsen.

Als ik na het oppakken van al mijn spullen op mijn gps kijk waar de snelle doordraaiers de dag ervoor me precies gebracht hebben, zie ik dat ik een afslag heb gemist. Ik wilde door het binnenland van Peru rijden om de saaie rechte kustroute te ontwijken. In terugrijden heb ik weinig zin, dus ik besluit om een aantal honderd kilometer langs de kust te gaan razen voordat ik weer het binnenland in rijd.
De snelheid wordt opgevoerd door een saai landschap afgewisseld met saaie dorpjes en onoverzichtelijke steden. In de steden is het volkomen onduidelijk welke kant je precies op moet. Verkeersborden met de diverse richtingen lijken in Peru niet te bestaan. Voordat je het weet ben je dan ook verdwaald in een wir war van eenrichtingswegen. Telkens stop ik even om de weg te vragen aan toevallige passanten. Als ik dan uiteindelijk uit de stad ben en op de goede weg zit, kan het gas er weer op.

Ook in Peru is het verkeer dramatisch en iedereen lijkt maar wat te doen. Ik heb mezelf het lokale verkeersgedrag al snel aangeleerd. Af en toe tripleer ik over de vluchtstrook om een inhaler in te halen en af en toe vlieg ik over de vluchtstrook om een tegemoetkomende inhaler te ontwijken. De snelheden op de saaie rechte stukken worden opgevoerd naar ruim boven de 100 en inhaalverboden worden genegeerd zodra er een vrachtwagen voor me rijdt.

Ik passeer de vrachtwagen voor me en overschrijd daarbij de dubbel doorgetrokken streep. De snelheid ligt bij het passeren ruim boven de aangegeven maximale snelheid en voordat ik het weet ben ik de vrachtwagen voorbij. Ik heb mijn plaats op mijn eigen helft nog niet ingenomen of ik zie in de verte een agent al wuiven dat ik moet stoppen. Ondanks de verkeersovertredingen ben ik me nog van geen kwaad bewust en ga er vanuit dat het een routinecontrole is. Op veel plaatsen in Peru vinden er politiecontroles plaats. In bijna alle gevallen word ik daar gewoon doorgewuifd en wordt er nog even vriendelijk een duim opgestoken. Soms zijn ze echter nieuwsgierig en willen ze weten waar de reis naar toe gaat. Door agenten geconstateerde verkeersovertredingen worden normaliter altijd door de vingers gezien en de agent neemt niet de moeite om er iets van te zeggen. Sterker nog, ook de politie lijkt de verschillende regels en verkeersetiquetten aan de laars te lappen.

“Paspoort en rijbewijs!”

Ik overhandig de documenten en de agent kondigt aan dat ik een boete krijg voor het overschrijden van de dubbel doorgetrokken streep. Ik heb echter weinig zin in een boete en ik besluit dan ook maar om de domme Gringo uit te hangen.

“Ik spreek geen Spaans.”

De agent pakt zijn telefoon erbij en begint via een vertaalapplicatie het Spaans te vertalen in het Engels. Blijkbaar zijn ze hier in Zuid-Amerika moderner dan in Kazachstan, want het trucje van de niet begrijpende toerist gaat hier niet werken. Aangezien het hele vertaalproces mij veel te lang duurt, geef ik aan dat ik al begrijp wat er aan de hand is.

“Wat gaat me dat kosten?”
“900 Sol.”
“Je bedoelt zeker 90 Sol?”
“Nee, de boete is 900 Sol.”

Omgerekend komt dat neer op zo’n 250 euro. 250 Euro in een land waar niemand iets aantrekt van enige vorm van regel. Ik concludeer dan ook dat dit veel te veel is en dat de agent me een loer wil draaien.

“Dat kan nooit zoveel zijn, bovendien heb ik niet zoveel geld bij me.”
“Als je 500 betaalt is het goed.”
“Nee 500 is ook veel te veel.”

Het is intussen wel duidelijk dat ik in een onderhandelingstraject ben beland en dat ik de agent in mijn paspoort een bedrag moet toeschuiven. Ik zal bij mezelf te rade moeten gaan, wat de overtreding me waard is en met een tegenbod moeten komen.

“100 lijkt me meer dan voldoende.”
“Nee, dat is veel te weinig voor 500 laat ik je gaan.”
“Dat is belachelijk en een schandalig bedrag!”

Intussen wek ik de aandacht van andere agenten en de corrupte agent lijkt zenuwachtig te worden. Hij doet alsof hij een boete uitschrijft, geeft mijn paspoort terug en geeft aan dat ik er honderd Sol in moet doen. Honderd Sol armer, kan ik toch nog met een voldaan gevoel mijn weg vervolgen. Ik realiseer me dat ik binnen de kilometer na staande te zijn gehouden alweer de dubbele lijn overschrijd. Ten gunste van mijn portemonnee verlaat ik vroeger dan gepland de kustweg om het indrukwekkende binnenland in te rijden.

“Deze weg is afgesloten, je moet via een andere weg naar Huarez rijden.”

Ik pas mijn route aan en na een tiental kilometer krijg ik hetzelfde verhaal te horen.

“Deze weg is tot half 6 afgesloten.”

Aangezien het nog niet eens middag is, besluit ik om weer een andere weg te nemen. Een slingerweg brengt me langzaam op grotere hoogtes. Het landschap is verbijsterend mooi en de slingerende asfaltweg laat me voluit genieten. Na tientallen kilometers kom ik op een splitsing en blijk ik het onverharde pad te moeten gaan volgen. De canyon veranderd langzaam in een adembenemende groene bergachtige omgeving op meer dan 3000 meter hoogte. Het pad voert me door diverse kleine dorpjes waar de lokale bevolking me met volle verbijstering aankijkt. Door de kwaliteit van de wegen zijn veel dorpjes aardig afgesloten van de buitenwereld. IMGP2611 Op mijn vraag of ik nog op de goede weg zit of wat de kwaliteit van de weg is naar een dichtsbijzijnde stad, krijg ik met enige regelmaat te horen dat men het niet weet, aangezien ze in hun leven nog nooit het dorp zijn uitgekomen. P1020733 Gelukkig is het fenomeen benzine hier niet onbekend, want zodra mijn tank nog maar een kritieke hoeveelheid brandstof bevat, gaat een man zijn garage in en komt naar buiten met een jerrycan benzine.

Na mijn tank weer gevuld te hebben, orienteer ik me via google maps waar ik me bevind en waar ik heen wil. Ik bevind me vlakbij een nationaal park, die volgens de kaart te doorkuisen zou moeten zijn. Ik heb mijn route bepaald en ga weer op weg.

IMGP2664

Na de eerste 10 kilometer door het Huascaran National Park word ik aangehouden door een vijftal die met een pickup op weg zijn om het park te doorkuisen. Na het plichtmatige voorstelrondje word ik uitgenodigd voor de thee.

“Je gaat de hoogte in, dus het is belangrijk dat je cocathee drinkt.”

Thee gezet met de bladeren van de cocaplant. Het blijkt hier heel normaal om cocathee te drinken of op cocabladeren te kauwen ter ondersteuning van harde arbeid. Ik drink een thee met het vijftal mee om vervolgens de hoogte in te gaan.

De rijomgeving bestaat uit een fantastisch natuurspektakel met hoge besneeuwde bergtoppen. IMGP2674 De weg bestaat onder andere uit een snel stijgend gravelpad met vele haarspeldbochten. De gravelweg ligt af en toe bezaaid met grote stenen en de steile afgrond die het smalle pad aan een zijde begrensd, laat weinig ruimte voor een rijdersfoutje. De kwaliteit en de vele bochten zorgen ervoor dat de rit gestaag vordert. Daarnaast stop ik nog regelmatig om van de omgeving te genieten. Zodra ik op de top van 4750 meter ben kan ik aan de afdaling beginnen. Een gevaarlijke afdaling waarbij de zon langzaam aan het ondergaan is……