De honden van Peru

Honden! Overal waar je in Peru komt stikt het van de honden. De hondendichtheid lijkt de bevolkingsdichtheid met gemak te overstijgen. Daar lijkt ook weinig verandering in te komen, want op elke straathoek zie je de de lokale slet ongeneerd gedekt worden door een hitsige reu. Het is dan ook niet vreemd als je ineens een aantal pups achter elkaar over de weg ziet rondzwerven.

Van wie die honden zijn, blijft vaak een raadsel. Als ze al een eigenaar hebben, lijkt de eigenaar er maar weinig aandacht aan te schenken. De honden liggen op straat of kunnen zo maar ineens de weg oversteken zonder aandacht te schenken aan het verkeer. De lokale bevolking lijkt zich niet aan te passen aan de aanwezigheid van de beesten. Het is niet vreemd om een auto een hond te zien aanrijden zonder dat er ook maar een remlicht opbrandt. Als gevolg passeer je met enige regelmaat een in de berm liggend, verstijfd kadaver.

Om verschillende reden heb ik weinig behoefte om een hond aan te rijden. Continu ben ik tijdens het rijden scherp op eventuele aanwezigheid van deze zwervers. Niet alleen om zo nodig een noodstop te maken, maar ook om de aanvallende roedels te ontvluchten.

Met mijn opgedane reiservaring heb ik geleerd dat de aanstormende blaffende honden vooral voor de show op me jagen. Ik maak me dan over het algemeen ook niet druk en vervolg meestal gewoon rustig mijn weg. In Peru blijkt het echter net even iets anders te werken.

Als er weer vijf honden op me af komen rennen, ga ik op de rem om de eerste te ontwijken. Langzaam rijd ik verder, want als de een uit mijn rijbaan is verdwenen, komt vrolijk de ander luid blaffend in de weg lopen. Met een weg voorzien van gaten en een variatie aan gravelkwaliteit moet je ook nog eens zorgvuldig je pad over de weg kiezen. De langs de kant van de weg zittende Peruanen zitten het schouwspel te aanschouwen en lijken zich af te vragen wat die Gringo hier in godesnaam aan het doen is.
Na de eerste ‘aanvallen’ vakkundig afgeslagen te hebben is het echter voor het eerst raak als ik een stad uit rijd. Een hond komt van achteren luid blaffend op me afrennen. Aangezien de auto voor me op de rem gaat voor een naderende verkeersdrempel, minder ook ik mijn snelheid. Voordat ik het weet hangt de met vuil besmeerde hond in mijn voet. De Sidi laars bewijst echter dat het van degelijk materiaal vervaardigd is, want het blijft uiteindelijk bij een afdruk van een paar tanden. Dit tafereel blijkt echter geen uitzondering. Zodra ik bij een tankstation op mijn motor wil stappen, word ik ineens van achteren aangevlogen. Weer bewijst de Sidi laars me een nuttige dienst. De hond word door het tankstationpersoneel weggejaagd door middel van een stenenregen en ik kan uiteindelijk mijn weg weer vervolgen. Het is wel duidelijk dat ik in Peru beter op mijn tellen moet passen met al die zwerfhonden. Terwijl ik me dat realiseer, stuur ik de bocht in. En dan ineens…..

“Shit!”

Met een oplopende hartslag blijf ik net op mijn motor zittten. Verschrikt kijk ik in mijn spiegel of mijn bumperklever me niet een zetje gaat geven om me van de weg te drukken. De bumperklever bleek gelukkig voor mij in de bocht de inhaalactie al te hebben ingezet. IMGP2532 Het kan niet anders of deze ongelukkige bocht is het gevolg van een lekke band. Ik zet de motor langs de kant van de weg stil en kijk hoe een dikke spijker met de kop uit mijn band komt. Het is, dankzij een eerder oponthoud, 6 uur en het zal niet lang duren voordat de duisternis in valt. Op 50 meter bij mij vandaan bevindt zich een pad die van de hoofdweg afgaat. Ik besluit om daar mijn tent op te zetten en om mijn band de volgende dag te gaan plakken.

IMGP2551

‘s Ochtends om 7 uur ben ik al volledig doorweekt van het zweet. Vliegen en muggen teisteren de ontblote delen van mijn lichaam. Ik probeer de ‘bead’ te breken van de ellendige Metzeler achterband. Intussen heb ik al een eigen methode ontwikkelt en gestaag ga ik aan de slag met diverse bandenlichters en mijn leatherman. Als de bead gebroken is, is het taak om de buitenband van de velg te krijgen. Zodra een lepel ineens losschiet en vol tegen mijn knieschijf aankomt, heb ik er genoeg van. De Metzeler blijkt in vergelijking met de Continental veel lastiger van de velg te krijgen te zijn. Ik besluit een passerende motortaxi te vragen naar de dichtsbijzijnde ‘Vulcanizador’ en om het werk uit te laten besteden.
De ‘Vulcanizador’ geeft inderdaad aan dat de band lastig van de velg te krijgen is, maar zijn ervaring blijkt genoeg om de hele klus binnen een half uur te klaren. Na het betalen van zo’n 2 euro voor de taxi en de ‘Vulcanizador’ kan ik mijn achterband weer in mijn motor plaatsen.

Als ik na het oppakken van al mijn spullen op mijn gps kijk waar de snelle doordraaiers de dag ervoor me precies gebracht hebben, zie ik dat ik een afslag heb gemist. Ik wilde door het binnenland van Peru rijden om de saaie rechte kustroute te ontwijken. In terugrijden heb ik weinig zin, dus ik besluit om een aantal honderd kilometer langs de kust te gaan razen voordat ik weer het binnenland in rijd.
De snelheid wordt opgevoerd door een saai landschap afgewisseld met saaie dorpjes en onoverzichtelijke steden. In de steden is het volkomen onduidelijk welke kant je precies op moet. Verkeersborden met de diverse richtingen lijken in Peru niet te bestaan. Voordat je het weet ben je dan ook verdwaald in een wir war van eenrichtingswegen. Telkens stop ik even om de weg te vragen aan toevallige passanten. Als ik dan uiteindelijk uit de stad ben en op de goede weg zit, kan het gas er weer op.

Ook in Peru is het verkeer dramatisch en iedereen lijkt maar wat te doen. Ik heb mezelf het lokale verkeersgedrag al snel aangeleerd. Af en toe tripleer ik over de vluchtstrook om een inhaler in te halen en af en toe vlieg ik over de vluchtstrook om een tegemoetkomende inhaler te ontwijken. De snelheden op de saaie rechte stukken worden opgevoerd naar ruim boven de 100 en inhaalverboden worden genegeerd zodra er een vrachtwagen voor me rijdt.

Ik passeer de vrachtwagen voor me en overschrijd daarbij de dubbel doorgetrokken streep. De snelheid ligt bij het passeren ruim boven de aangegeven maximale snelheid en voordat ik het weet ben ik de vrachtwagen voorbij. Ik heb mijn plaats op mijn eigen helft nog niet ingenomen of ik zie in de verte een agent al wuiven dat ik moet stoppen. Ondanks de verkeersovertredingen ben ik me nog van geen kwaad bewust en ga er vanuit dat het een routinecontrole is. Op veel plaatsen in Peru vinden er politiecontroles plaats. In bijna alle gevallen word ik daar gewoon doorgewuifd en wordt er nog even vriendelijk een duim opgestoken. Soms zijn ze echter nieuwsgierig en willen ze weten waar de reis naar toe gaat. Door agenten geconstateerde verkeersovertredingen worden normaliter altijd door de vingers gezien en de agent neemt niet de moeite om er iets van te zeggen. Sterker nog, ook de politie lijkt de verschillende regels en verkeersetiquetten aan de laars te lappen.

“Paspoort en rijbewijs!”

Ik overhandig de documenten en de agent kondigt aan dat ik een boete krijg voor het overschrijden van de dubbel doorgetrokken streep. Ik heb echter weinig zin in een boete en ik besluit dan ook maar om de domme Gringo uit te hangen.

“Ik spreek geen Spaans.”

De agent pakt zijn telefoon erbij en begint via een vertaalapplicatie het Spaans te vertalen in het Engels. Blijkbaar zijn ze hier in Zuid-Amerika moderner dan in Kazachstan, want het trucje van de niet begrijpende toerist gaat hier niet werken. Aangezien het hele vertaalproces mij veel te lang duurt, geef ik aan dat ik al begrijp wat er aan de hand is.

“Wat gaat me dat kosten?”
“900 Sol.”
“Je bedoelt zeker 90 Sol?”
“Nee, de boete is 900 Sol.”

Omgerekend komt dat neer op zo’n 250 euro. 250 Euro in een land waar niemand iets aantrekt van enige vorm van regel. Ik concludeer dan ook dat dit veel te veel is en dat de agent me een loer wil draaien.

“Dat kan nooit zoveel zijn, bovendien heb ik niet zoveel geld bij me.”
“Als je 500 betaalt is het goed.”
“Nee 500 is ook veel te veel.”

Het is intussen wel duidelijk dat ik in een onderhandelingstraject ben beland en dat ik de agent in mijn paspoort een bedrag moet toeschuiven. Ik zal bij mezelf te rade moeten gaan, wat de overtreding me waard is en met een tegenbod moeten komen.

“100 lijkt me meer dan voldoende.”
“Nee, dat is veel te weinig voor 500 laat ik je gaan.”
“Dat is belachelijk en een schandalig bedrag!”

Intussen wek ik de aandacht van andere agenten en de corrupte agent lijkt zenuwachtig te worden. Hij doet alsof hij een boete uitschrijft, geeft mijn paspoort terug en geeft aan dat ik er honderd Sol in moet doen. Honderd Sol armer, kan ik toch nog met een voldaan gevoel mijn weg vervolgen. Ik realiseer me dat ik binnen de kilometer na staande te zijn gehouden alweer de dubbele lijn overschrijd. Ten gunste van mijn portemonnee verlaat ik vroeger dan gepland de kustweg om het indrukwekkende binnenland in te rijden.

“Deze weg is afgesloten, je moet via een andere weg naar Huarez rijden.”

Ik pas mijn route aan en na een tiental kilometer krijg ik hetzelfde verhaal te horen.

“Deze weg is tot half 6 afgesloten.”

Aangezien het nog niet eens middag is, besluit ik om weer een andere weg te nemen. Een slingerweg brengt me langzaam op grotere hoogtes. Het landschap is verbijsterend mooi en de slingerende asfaltweg laat me voluit genieten. Na tientallen kilometers kom ik op een splitsing en blijk ik het onverharde pad te moeten gaan volgen. De canyon veranderd langzaam in een adembenemende groene bergachtige omgeving op meer dan 3000 meter hoogte. Het pad voert me door diverse kleine dorpjes waar de lokale bevolking me met volle verbijstering aankijkt. Door de kwaliteit van de wegen zijn veel dorpjes aardig afgesloten van de buitenwereld. IMGP2611 Op mijn vraag of ik nog op de goede weg zit of wat de kwaliteit van de weg is naar een dichtsbijzijnde stad, krijg ik met enige regelmaat te horen dat men het niet weet, aangezien ze in hun leven nog nooit het dorp zijn uitgekomen. P1020733 Gelukkig is het fenomeen benzine hier niet onbekend, want zodra mijn tank nog maar een kritieke hoeveelheid brandstof bevat, gaat een man zijn garage in en komt naar buiten met een jerrycan benzine.

Na mijn tank weer gevuld te hebben, orienteer ik me via google maps waar ik me bevind en waar ik heen wil. Ik bevind me vlakbij een nationaal park, die volgens de kaart te doorkuisen zou moeten zijn. Ik heb mijn route bepaald en ga weer op weg.

IMGP2664

Na de eerste 10 kilometer door het Huascaran National Park word ik aangehouden door een vijftal die met een pickup op weg zijn om het park te doorkuisen. Na het plichtmatige voorstelrondje word ik uitgenodigd voor de thee.

“Je gaat de hoogte in, dus het is belangrijk dat je cocathee drinkt.”

Thee gezet met de bladeren van de cocaplant. Het blijkt hier heel normaal om cocathee te drinken of op cocabladeren te kauwen ter ondersteuning van harde arbeid. Ik drink een thee met het vijftal mee om vervolgens de hoogte in te gaan.

De rijomgeving bestaat uit een fantastisch natuurspektakel met hoge besneeuwde bergtoppen. IMGP2674 De weg bestaat onder andere uit een snel stijgend gravelpad met vele haarspeldbochten. De gravelweg ligt af en toe bezaaid met grote stenen en de steile afgrond die het smalle pad aan een zijde begrensd, laat weinig ruimte voor een rijdersfoutje. De kwaliteit en de vele bochten zorgen ervoor dat de rit gestaag vordert. Daarnaast stop ik nog regelmatig om van de omgeving te genieten. Zodra ik op de top van 4750 meter ben kan ik aan de afdaling beginnen. Een gevaarlijke afdaling waarbij de zon langzaam aan het ondergaan is……

3 thoughts on “De honden van Peru”

  1. Hallo Bart,alweer bijna een jaar onderweg en al heel veel meegemaakt maar gelukkig alles of heel veel vastgelegd hetzij met mooie verhalen en foto’s.Nog heel veel reisplezier gewenst en blijf je volgen.Niet met de sevenfifty natuurlijk!!!

    Groetjes uit Lichtenvoorde van Agnes en Vincent.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *