Peruaanse behulpzaamheid

In het donker zie ik af en toe een donker silhouet opduiken. Bij het naderen wordt het duidelijk dat gehele koeienpopulaties de weg bezetten zodra het donker wordt. IMGP2694 Al slingerend baan ik me een weg door de koeienmassa en over de met stenen bezaaide weg. Na een uurtje afzien zie ik in de verte ineens een lichtje opdoemen. Voor een huis tref ik een vrouw aan en ik vraag haar of er ergens in de buurt een plek is om te slapen.

“Ik heb nog wel een bed over. Daar kan je deze nacht wel slapen.”

Voor een klein bedrag heb ik die nacht een onderkomen en een goed maal. De volgende dag gaat de rit verder over kleine landweggetjes. IMGP2703 In de diverse dorpjes die ik passeer word ik vreemd aangestaard. Het is duidelijk dat hier weinig toeristen komen, want de zoektocht naar een restaurant verloopt meestal ook niet helemaal naar wens. In de wat grotere dorpen heb ik meer succes en kan ik mijn buik vol eten en wat extra eten inslaan. Daarnaast probeer ik nog wat extra informatie te krijgen over de aankomende wegen.

“Hoe is de weg naar de volgende stad?”
“Oh, geen idee! Ik ben in mijn leven het dorp nog niet uitgeweest.”

In veel gevallen stuit ik op mensen die geen flauw benul lijken te hebben wat er gaande is buiten hun dorp. Ze leven hun dagelijkse leven en lijken verder geen tijd of interesse te hebben in wat er nog meer reilt en zeilt in de buurt.

Als ik voor de zoveelste keer via een klein weggetje weer de hoogte in ga, kom ik ineens op meer dan 4500 meter hoogte uit op een mega bouwterrein. Een compleet barakkenkamp is uit de grond gestapt en het lijkt wel of hier duizenden mensen aan het werk zijn. Al snel word ik aangehouden door de bewaking.

“Wat kom je hier doen?”
“Ik moet in de stad aan de andere kant van de berg zijn.”
“Oh dan moet je terugrijden en bij de andere bewakingspost moet je het terrein over. Uiteindelijk kom je dan op een ‘piste’.”

Een ‘piste’?! Dat klinkt als een of andere racebaan. Ik kan me echter niet herinneren waar ik een afslag heb gemist, die me naar deze racebaan heen zou moeten leiden.

“Uhm……….waar precies?”
“Wacht maar, ik laat de bewakers wel weten dat je er aan komt.”

Blijkbaar werkt de portofooncommunicatie prima, want bij elke post word ik op de juiste richting gewezen. En dan uiteindelijk ligt het daar……de piste…..de racebaan. Een gloednieuwe, brede asfaltweg op meer dan 4500 meter hoogte. IMGP2764 Als ik het gas opendraai, wordt het me al snel duidelijk dat de Yamaha op deze hoogte wel degelijk te lijden heeft onder het zuurstofgebrek. Met snelheden boven de honderd kilometer per uur vordert de rit echter voorspoedig. Het doel is om in ieder geval weer onder de 4000 meter te komen om de temperatuur weer wat te laten stijgen.

Blijkbaar ben ik op een wat meer doorgaande weg gekomen. Het verkeer neemt toe en met meer regelmaat rijd ik op goede geasfalteerde wegen. Of dit een vooruitgang is, valt nog te betwijfelen, want al snel word duidelijk dat de gemiddelde Peruaan niet echt beschikt over iets van verkeersinzicht. In geval van bochtige smalle wegen is het kwestie om toeterend de bocht door te gaan om nog wat ruimte te creëren om je tegenligger te ontwijken. Bredere wegen komen echter ook niet direct ten goede van de veiligheid. De Peruaan lijkt heel goed te weten wat de kortste weg is naar zijn bestemming. Overal wordt dan ook de binnenbocht aangesneden. Het feit dat ik als tegenligger dezelfde weghelft gebruik doet niet ter zake. Ik dien gewoon te remmen, zover mogelijk uit te wijken naar rechts en te wachten tot mijn tegenligger zijn bocht heeft afgerond.

Zodra ik op een recht stuk weg rijd, waan ik me veilig. Onterecht! Vanuit een klein zijweggetje komt er een busje de weg oprijden. Ik zie de bestuurder lachend mijn kant opkijken en ik vrees dat ik vol in de ankers zal moeten om de bus nog te kunnen ontwijken. De toch al versleten achterband, laat een meters lang rubberspoor achter op het asfalt. De busbestuurder lijkt echter niet onder de indruk en zet zijn gang de weg op gewoon voort. Dit lijkt voor mij de redding, want ik heb net genoeg vaart geminderd om de bus achterlangs te kunnen passeren.

Vanwege het verkeer, de diverse honden die me aanvliegen en de onvoorspelbaarheid van de dieren op de weg, voer ik de snelheid wat terug. Ondanks dat, is het met volle teugen genieten van het bochtige circuit op de weg richting Cusco.

‘s Avonds kom ik aan in Cusco. IMGP2774 Het plan is om hier wat noodzakelijk zaken aan te schaffen en om even bij te komen van de laatste twee enerverende weken rijden door Ecuador en Peru. Mijn banden vertonen nog maar bar weinig profiel, dus het is zeker zaak om hier wat verandering in te gaan brengen. 20160319_083317 Met name tijdens het rijden door kleine waterstroompjes is het niet ongebruikelijk dat mijn achterwiel ineens uitbreekt. De volgende dag in Cusco kom ik er al snel achter, dat het niet makkelijk gaat worden om hier aan banden te komen. Bij elke motorzaak krijg ik hetzelfde antwoord.

“Nee, die maten hebben we niet.”

Mijn motor is dan ook een trekpleister in de straat, want veel ‘grote’ motoren zijn hier niet. Al snel word ik aangesproken door een man die de straten aan het schoonvegen is. We praten wat en ik geef aan dat ik hier de juiste maat banden niet kan vinden.

“Oh, ik heb nog wel een setje banden thuis liggen.”

Enigszins verbaast dat de schoonmaker een set banden thuis heeft liggen, vraag ik voor de zekerheid nog maar even of hij daadwerkelijk een set banden heeft liggen voor mijn motor. Waarschijnlijk zal mijn gebrekkige Spaans me hier voor niets enthousiast hebben gemaakt.

“Wacht even! Ik haal ze voor je op.”

Na een hopeloze zoektocht bij alle motorzaken en alle motor gerelateerde winkels, komt na een half uur, een schoonmaker doodleuk met twee banden aangelopen. De banden worden er opgelegd en ik kan na een aantal dagen relaxen in Cusco verder richting Bolivia.

De weg richting Bolivia is een goede snelle asfaltweg en ik voer het tempo dan ook al snel op boven de 100 kilometer per uur. Een rechte weg voorzien van goed asfalt en met mooie vergezichten.

IMGP2781

Ik kijk wat om me heen en ineens ….. rukt er iets aan mijn stuur. Met 110 kilometer per uur slinger ik over de weg. In de verte komen een tweetal koplampen op me af. Een tegenligger is voor mij op dit moment echter bijzaak. De volle concentratie is nodig om de motor op het rubber te houden. De voorrem lijkt niet normaal meer te reageren en veroorzaakt nog meer instabiliteit. Na een remweg van voor mijn gevoel 10 kilometer, kom ik eindelijk tot stilstand op de verkeerde weghelft. De tegemoet komende auto raast al toeterend langs me heen en ik zoek met een zwaar verhoogde hartslag een plek om mijn motor te parkeren. Een lekke voorband!

Een vijftal schilders hebben het hele gebeuren aanschouwt en komen geïnteresseerd even langs om te kijken wat er aan de hand is. Na de eerste kennismaking ga ik aan de slag om te kijken wat de lekke band heeft veroorzaakt. Ik haal de halen tassen eraf en zoek het benodigde materiaal bij elkaar. Voordat ik zelf in staat ben om te beginnen met het demonteren van het voorwiel is een van de schilders al druk doende gestart met mijn gereedschap. Met z’n volle gewicht staat hij op een inbussleutel om het voorwiel los te krijgen.

“Wacht! Eerst moeten die andere schroeven losgedraaid worden!”

Ik draai de andere schroeven los, waarna de man weer met de inbussleutel aan de gang gaat. Hij trekt het voorwiel eruit en laat mij op zoek gaan naar de rondvliegende onderdelen. Terwijl ik de boel weer bij elkaar leg, zijn ze met drie man aan het trekken om de voorband eraf te krijgen. Nieuwe voorband erin…..

“Wacht even! Ik moet eerst zien wat het lek heeft veroorzaakt.”

Er zit een groot gat in de binnenband. De buitenband lijkt echter onaangetast. Het velglint lijkt beschadigd en dit moet het lek veroorzaakt hebben. Terwijl ik bezig ben met het zoeken naar iets om het velglint te repareren zitten er al drie bandenlichters in mijn wiel om de band er weer op te leggen.
Mijn geduld raakt aardig op en voor de zoveelste keer maan ik de mannen tot het stoppen van het opleggen van de band. De band wordt echter al weer opgepompt, maar loopt ook net zo hard weer leeg. P1020719 Zodra ik de buitenband er weer af heb, blijken de mannen mijn gloednieuwe binnenband ook te hebben lek gestoken met de bandenlichters. Vermoeid pak ik de boel op en besluit naar het kilometer verderop gelegen dorp te gaan om daar het velglint te laten repareren en om mijn nieuwe binnenband te laten plakken.

Eindelijk kan het wiel er dan weer in. Ik druk de remblokjes iets uit elkaar om de remschijven er tussen te kunnen schuiven. Uiteraard heb ik daar volgens het vijftal ook weer hulp bij nodig en een van het stel heeft het idee dat het behulpzaam zou zijn om de voorrem in te trekken. De remblokken klappen op elkaar en zijn met geen mogelijkheid meer van elkaar te krijgen.

“Je moet de motor even starten!”
“Waarom?!”
“……”

“De remleidingen moeten eraf!”
“Nee, wacht!!!! Dan lekt al mijn remvloeistof weg!”
“Remvloeistof?! Werkt dit niet op electriciteit?!”

Ik schroef de remklauwen los en bevestig ze met een tyrip aan de voorvork. Ik heb genoeg van de behulpzaamheid en rijd zonder voorremmen naar het dorp om remvloeistof te zoeken. Ik zet de motor neer bij een garage en de man gaat er ongevraagd meteen mee aan de slag. Na een tijdje zijn de remblokken weer los en is het remvloeistof weer bijgevuld. Er is echter totaal geen remdruk en de monteur start dan ook met het ontluchten van de remleidingen. Na een uur ontluchten en met de invallende duisternis in aantocht heeft hij het nog niet voor elkaar en ik geef aan dat ik het morgen zelf wel doe. Dit is echter tegen het zere been van de monteur en hij begint met het demonteren van de remmen. De remmen zal hij ‘s avonds wel nakijken.

De volgende dag wordt inderdaad vol trots de herziene remmerij geïnstalleerd. Na een proefrit van de monteur, wordt het werk goedgekeurd. Geen idee welk soort remmerij ze hier gewend zijn, maar een remweg van een aantal kilometer is voor mij niet echt aanvaardbaar. Ik bedank de mannen echter en maak dat ik wegkom. Behulpzaam volk die Peruanen, maar of je er ook daadwerkelijk in alle gevallen iets aan hebt, valt te betwisten. Uit het bijzijn van mensen, ontlucht ik mijn remmen en kan ik weer veilig op pad.

“Papieren alsjeblieft.”

Het is duidelijk dat het hier gaat om een standaard controle. Ik overhandig mijn paspoort, maar daar neemt de agente geen genoegen mee. Waar normaal de controle al wordt afgeleid door mijn afkomst, laat deze agente zich niet afleiden.

“Rijbewijs, immigratiepapieren en verzekering.”

Ik trek mijn hele papierhandel uit mijn binnenzak en overhandig haar het papierwerk.

“Verzekering!”

Bij de grensovergang heb ik geen aandacht besteed aan een verzekering. Aangezien de omvang van de grensovergang vraag ik me ook af, of het überhaupt wel mogelijk was om die daar af te sluiten. Toegeven dat ik geen verzekering heb, lijkt me echter iets te makkelijk vragen om een boete. Ik tast nog eens in mijn zak en overhandig de agente een ander document. De vrouw kijkt een beetje argwanend naar het in plastic gestoken stukje papier.

“Nee, ik moet een verzekering hebben.”
“Dat is een verzekering!”

Dat de verzekering alleen voor Colombia geldt lijkt me bijzaak. Het papier wordt bestudeerd en onbegrijpend krijg ik al mijn documenten terug.

“In orde! Goede reis.”

Vergenoegzaam rijd ik verder naar de grens met Bolivia. 20160322_171802 In een druk grensplaatsje besluit ik te stoppen en om de volgende dag de grens met Bolivia aan te gaan.

“Hola Gringo!”

Ik kijk om en zie een tweejarig meisje lachend naar me zwaaien. Op jonge leeftijd wordt hier blijkbaar al een onderscheid gemaakt tussen Gringo’s en de Zuid-Amerikaanse bevolking. Lachend zwaai ik terug en ga ik op zoek naar een hotel.

2 thoughts on “Peruaanse behulpzaamheid”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *